Betalingsverkeer

[dropcap]U[/dropcap] kunt uw pasje er doorheen halen.”

Ik haal mijn pasje er doorheen. Magneetstrip aan de goede kant, altijd even opletten. Wat een dom gebaar is het eigenlijk.

Er gebeurt niets.

“Iets langzamer,” zegt de jongen van het benzinestation.

Ik doe het iets langzamer.

Weer niets.

“Sneller.”

Ik doe het sneller – nog niets.

De jongen grist het pasje uit mijn hand, wrijft de kant met de magneetstrip woest langs zijn trui en ritst hem dan door de betaalautomaat.

Weer niets.

Hij doet het nog een keer, nog sneller. Ik begin te vrezen voor mijn pasje. En ik heb zin om de jongen over de toonbank heen te trekken en van heel nabij heel indringend toe te spreken. Of een stuk van zijn oor te bijten.

“Heeft u een ander pasje?”

“Dit pasje doet het altijd.”

“Nu dus niet,” knauwt de jongen. Hoe oud zou hij zijn? Achttien? Negentien?

“Het ligt aan die automaat,” zeg ik.

“Hij doet het altijd,” verweert de jongen zich, “alleen bij uw pasje niet.” Hij kijkt me aan alsof ik hem iedere dag kom lastig vallen met een pasje dat het niet doet, maar ik ben hier vandaag voor het eerst, en voor het laatst, hoewel – benzinestations hebben niet de neiging zich in het geheugen vast te zetten.

“Wat nu?” vraag ik.

“Wat nu?” herhaalt de jongen – er sluipt iets dreigends in zijn stem – “u heeft geen ander pasje?”

“Jawel hoor,” zeg ik, en langzaam haal ik een creditcard te voorschijn. “Maar ik heb eigenlijk geen zin hem er doorheen te halen.” Ik kijk naar buiten.

Naast het bezinestation ligt een gehakseld maisveld. Het doet denken aan een man met een zware baard, type Ruud Lubbers. Er loopt een fietspad langs. Een lange colonne scholieren passeert.

Over de weg rijden drie gele broodbussen met enorme aanhangers van bakkerij Het Stoepje uit Spakenburg. Ze komen terug van een markt, ergens in het land. De kerktoren van hun thuisbasis steekt in de verte schril af tegen de lucht die heiig is.

“Geen zin?” herhaalt de jongen. Zo gek heeft hij het nog nooit gehoord.

“Geen zin,” herhaal ik.

De jongen buigt zich over de betaalautomaat, drukt op een paar knoppen en trekt nog een keer mijn aanvankelijke pasje door de gleuf. Hij doet het zo snel, rats, rats, rats, rats, heen en weer gaat de kaart, dat ik me afvraag of er zometeen rook zal verschijnen.

Er gebeurt niets.

“U ziet het,” sist de jongen, “uw pasje doet het niet. Ik raad u aan een andere kaart te gebruiken. U kunt ook uw rijbewijs inleveren en ergens geld gaan pinnen.” Hij overhandigt me het pasje dat warm aanvoelt, heet, eigenlijk.

Ik haal langzaam en bedaard de creditcard door de automaat en meteen gaat het goed. Ik moet op OK drukken, en daarna nog iets tekenen. De transactie is geslaagd.

“Spaart u freebies?” vraagt de jongen. Al het voorgaande is hij vergeten, maar ik niet. Ik trek hem over de toonbank en verlies dan de moed, sukkel die ik ben.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.