Bocht

[dropcap]S[/dropcap]ommige trajecten kun je dromen, zelfs als je ze al jaren niet hebt afgelegd. Zo zat ik laatst in de trein tussen Zwolle en Amersfoort. Al ter hoogte van Nunspeet ging ik me verheugen op de dingen die komen gingen. Wat kwam er dan?
Een bocht.

Wat zeg ik – de bocht.
Er zullen in het Nederlandse spoorwegnet duizenden bochten zijn, maar geen van die bochten is zo mooi als de bocht vlak na het station van Harderwijk: een lange, slome bocht waarin de trein even scheef komt te staan – nou ja, even: de bocht is zo lang dat het wel minutenlang lijkt te duren – tijd genoeg om je te realiseren dat je in een bocht zit, en dat een bocht niet niks is, ik bedoel: een bocht is zo bedacht en zo getekend, maar leg hem ook maar eens aan zo aan dat je er niet uitvliegt.
Ik zat tegenover twee dames van een jaar of vijfendertig: ze zagen er vermoeid uit. Het was een donderdag, een uur of tien ’s ochtends, de spits was voorbij. Toch leek het me dat de dames naar hun werk gingen, die sfeer hing er om hen heen. Ze hadden nauwelijks aandacht voor het landschap dat passeerde, en ook niet voor elkaar: ze kenden elkaar goed, en ze waren, zoals gezegd, moe. Van die dames die iedere ochtend met de fiets naar het station gaan, hem daar in de stalling parkeren, en zich dan naar de trein haasten. In het voorbijgaan nog even een Spits meegraaien, geen tijd voor koffie.
“Kennen jullie dit traject?” vroeg ik.
“jaaaah,” zeiden ze gelijktijdig, vier keer per week gingen ze op en neer van Zwolle naar Amersfoort, de een kwam uit Wezep, de ander uit Zwolle zelf. Ze keken me verwachtingsvol aan.
“Kennen jullie de bocht?”
Ze keken elkáár aan – altijd mooi om te zien, vind ik: twee vrouwen tegenover je die elkaar aankijken. Ze schudden tegelijk het hoofd. De bocht kende ze niet. De trein minderde vaart voor station Harderwijk, daarna zou hij weer versnellen voor de bocht. Ik begon me er al op te verheugen. “Welke bocht?’ vroeg een van de twee. Ik was er zelf over begonnen, maar nu had ik eigenlijk geen zin meer er over te praten, ja, ik wilde de bocht voor mezelf houden.
Maar ja – dat kon nu niet meer.
We gleden langs het station, en versnelden. “Hij komt eraan,” zei ik geheimzinnig, maar gek genoeg begon ik twijfelen – misschien wás hij er wel helemaal niet meer, de bocht. De dames keken mij bezorgd aan, hadden ze met een gek te doen? Ze glimlachten tegen elkaar, en ik glimlachte ook maar, om aan te geven dat ik in ieder geval een óngevaarlijke gek was.
Toen gleden we ineens de bocht in. Hij verliep precies zoals ik hem mij herinnerde. De eerste meters was er nog niets aan de hand, maar langzaam begon de trein naar links over te hellen. “Deze bocht,” zei ik triomfantelijk tegen mijn overburen. Ze keken me verbijsterd aan, en hielden zich vast aan hun armsteunen.
“Ooh deze bocht,” mompelden ze – alsof ze hem kenden. Maar ik hoorde dat ze er nog nooit over na hadden gedacht. Ze kenden hem wel, maar hij betekende voor hen niets. Voor mij wel. Ik vond het de mooiste bocht in het Nederlandse spoorwegnet.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.