Bos in Delfzijl

[dropcap]A[/dropcap]an de westelijke Handelskade van Delfzijl liggen cafe-restaurant De Boegschroef, jachthaven Neptunus en de Evenementenhal. Het is een kade met fris plaveisel en modern straatmeubilair. Zelfs op een koude, natte maandagavond is het er goed toeven – een royaal uitzicht op het industrieterrein langs het Zeehavenkanaal, een bonte kermis van duizenden lichtjes en dikke rookwolken.

Heerlijk, chemie.

Maar goed gaat het helemaal niet met Delfzijl, sterker nog: het gaat al heel lang slecht met Delfzijl. Niets wil er van de grond komen, en het bestuur rolt er voortdurend ruziemakend over straat. En nu dreigt de industrie er ook nog eens kopje onder te gaan omdat de energieprijzen te hoog zijn – energie die notabene in de vorm van gas (ons gas!) een paar kilometer verderop uit de grond komt. Het is het soort noodlot dat alleen Delftzijl kan treffen.

Maandagavond was er daarom een bijeenkomst in de Evenementenhal, georganiseerd door FNV-Bondgenoten en de PvdA-afdelingen Delfzijl en Appingedam. De belangrijkste spreker was Wouter Bos, aankomend premier, die er een lange dag van canpagnevoeren op had zitten: Rotterdam, Utrecht, Winschoten en Haren, onder de rook van Groningen. Overal had vanaf zijn zeepkist gesproken over zorgpremies en wijkagenten, maar wat hem nu te wachten stond, was andere koek: een duizendtal mannen, velen in gezelschap van hun vrouw: bezorgde mensen, boze mensen, harde werkers die hun toekomst in het geding zien.

Bos begon ermee zijn colbert uit te trekken en de mouwen van zijn blauwe overhemd op te stropen. Zijn gezicht stond strak, het was duidelijk dat hij tegen de bijeenkomst opzag. Schuw keek hij rond in de enorme ruimte, volgehangen met rode PvdA-vlaggen én vlaggen van de bedrijven waar de aanwezigen werkten: Akzo Nobel, Kollo, Methanor. De scherpe spotlight van een televisiecamera prikte in zijn ogen.

Andere sprekers gingen Bos voor, een lokale PvdA-er van het oude stempel, een vakbondsbestuurder van nog ouderwetsere signatuur: Brinkhorst en Den Haag moeten onmiddellijk met miljoenen over de brug komen om de industrie van Delfzijl overeind te houden, en anders zwaait er wat. Een schande is het zoals het Noorden altijd wordt genaaid. Ze hebben daar in Den Haag geen ziel in hun donder. Wij willen brood op de plank. En: wat kunnen wij van onze toekomstige premier verwachten?

Bos pakte de microfoon, stond op en liep naar de rand van het podium. Hij hijgde licht, wat goed te horen was. “Ik kan u niets beloven,” zei hij toen plompverloren, inderdaad – alsof hij hard in een hele zure appel beet. Daarna herpakte hij zich snel en kwam een lang verhaal over innovatie van oude installaties, overbruggingsregelingen, de liberalisering van de energiemarkt en de inspanningen van zijn fractiegenoot Fred Crone. Af en toe oogste hij er wat applaus mee, maar meestal bleef het stil. Tot slot zei hij: “als het uw boodschap is dat de politiek iets moet doen, oefen dan druk uit op CDA, VVD en D66; zij houden op dit moment alles tegen.”

En daar moest Delfzijl het mee doen.

Bos ging weer zitten, en kreeg een half uur later, toen hij eigenlijk weg moest, nog het treurige verhaal van een voormalige Methanor-medewerker voorgeschoteld. Een jaar geleden nog hoopvol, nu broodeloos. Bos knikte, Bos begreep, Bos voelde mee. Hij was hier niet de frisse debater die hij zo goed kan zijn, maar de kroonprins van de sociaal-democratie tegenover de oude, eigen aanhang. Iets doen voor zijn mensen kon hij niet, zelfs loze beloften konden er niet af. Teleurstelling vulde de Evenementenhal, en buiten stoomde de industrie voort.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.