Bril & Kim van Kooten

[dropcap]H[/dropcap]oe goed kennen jullie elkaar eigenlijk?
Martin Bril: Nauwelijks.
Kim van Kooten: Eigenlijk helemaal niet.

M: We sms’en weleens.
K: De kijkcijfers enzo.
M: We zijn professionals. Heb jij trouwens meegekregen dat we in Koppensnellers zitten?
K: Nee. Goh, Koppensnellers. Tsja. Ik weet niet of ik dat leuk vind hoor, met die hamer.
M: Ik ook niet. Ik heb een ontzettende hekel aan Jack Spijkerman. Die heeft ook nog een appeltje met mij te schillen, dus dat wordt wat.
K: Daar wil ik helemaal niks mee te maken hebben.
M: Ik heb een keer een scène over hem geschreven. Over z’n nieuwe auto, die BMW. Dat was overigens geheel gebaseerd op de waarnemingen van mijn vrouw. Die kan inmiddels net zo kijken als ik.
K: Zeg je dan als ze boodschappen gaat doen: neem je nog wat voor me mee?
M: Ik krijg ook weleens iets aangereikt van lezers.

[oorspronkelijke afbeelding verdwenen]

[oorspronkelijke afbeelding verdwenen]

K: Die imitatie-Martin Bril-columns in de Volkskrant tijdens jouw vakantie vond ik écht slecht. Van een pretentie… Heel lelijk en naar. Ging je niet kapot, toen je dat las?
M: Het is moeilijker dan je denkt.
K: Het was ruk.

Evelien is terug op dinsdagavond. Blij?
M: Dinsdagavond vrouwenavond.

Het heet nu Dinsdagavond Topseries
K: Tel uit je winst.

Hebben jullie al iets gezien van de tweede serie?
K: De helft.
M: Knap. Ik kan niet naar mezelf kijken. En nauwelijks naar Evelien.
K: Vond je het stom?
M: Nee, ik vond het helemaal niet stom. Maar wel lastig.

Iedereen vond het goed.
M: Daar was ik door verwonderd. De recensies zijn heel lovend geweest op rare plekken en door rare mensen. Kader Abdolah…
K: En Hans Beerekamp. Zelfs iemand in De Groene Amsterdammer was laaiend.

Die hadden misschien hetzelfde gevoel als jullie, toen jullie benaderd werden door een commerciële omroep: dat kan niet goed gaan.
K: Dat gevoel had ik niet. Ik zei ‘ja’ tegen een groepje mensen, niet tegen een omroep.
M: En we hadden goede scripts. De productieleider, Willem Zijlstra, die inmiddels bij die koekenbakker van een Oerlemans zit, had er al twee jaar aangetrokken. Hij lag zelf net in scheiding en herkende dat geneuzel en geleuter. We kregen carte blanche omdat hij zo graag wilde dat de serie er kwam.
K: Hij was erg bevlogen.
M: We hebben ze gewoon met een VPRO-productie opgescheept. Dat is een andere manier van leven.
K: Klinkt hautain, maar wij wilden iets moois maken.
M: Zij ook, maar dan zo snel mogelijk en zo goedkoop mogelijk. Zij doen in zaken en wij in kunst. Het gebikkel over een derde serie zal spoedig weer beginnen.
K: Ik wil zwart op wit dat ik niet overspannen ben als ik klaar ben. En ik wil dat Rita Horst weer regisseert. Er werd gesuggereerd dat iemand anders de regie zou overnemen, omdat Rita druk is met De Daltons. Maar het is de blik van Rita die Martin snapt. Daar moet je niet badinerend over doen, zo van: dat kan iedereen. Het is zó moeilijk om iets makkelijks te maken. De tweede serie is in tijdnood opgenomen. We draaiden veertien uur per dag. Elke dag om vier uur had ik mijn huiluurtje.
M: Het moet niet tot in de eeuwigheid doorgaan.

Hoe lang ga je door met het feuilleton?
M: Ik heb altijd gezegd dat ik doorga tot de menopauze. Maar misschien gaan we wel over de menopauze heen. De serie volgt de boeken nauwelijks. Mensen krijgen eigenlijk twee dingen voor de prijs van één. In zoverre dat de serie gratis is en je het boek moet kopen.

Vergelijk het feuilleton eens met de serie.
M: Er zit heel veel van mijn sfeer in. Veel subtiliteit.
K: Jouw blik op de wereld en de mensen. Het is zo herkenbaar. Iemand zei tegen me: Het is de volste leegte die ik ooit heb gezien.
M: Dat is precies wat ik nastreef en op de een of andere manier hebben ze dat heel goed begrepen. Dus ik was er uiteindelijk apetrots op.
K: Ik lees Evelien niet meer. Ik ben bang dat ik me teveel laat beïnvloeden.

Zijn de dialogen overeind gebleven?
M: Soms zitten er grapjes in die ik nooit zou maken.
K: Voorbeeld?
M: Harko, de man van Evelien, doet af en toe een typische koorballenuitspraak. Dat zou ik nooit opschrijven, en ook nooit zeggen.

Zijn jullie betrokken geweest bij het schrijven van de scripts?
M: Bij de eerste reeks niet zo. Nu meer. Tot op zekere hoogte hoor. Halverwege kreeg ik het te druk en heb ik het laten lopen.
K: Ik kan geen hoofdrol spelen in iets wat ik zelf schrijf.

Ben je Evelien weleens beu?
M: Heel vaak. Ik heb een heleboel beroerde afleveringen. Dan heeft ze een slechte dag, of ik heb een slechte dag, of we hebben samen een slechte dag. Daar heb je d’r weer, denk ik dan.

Zou je verliefd kunnen worden op een vrouw als Evelien?
M: Zeker, meteen, onmiddellijk, absoluut. Ze ziet er goed uit. Ze heeft alle tijd van de wereld. Harko naar z’n werk, kinderen naar school, en dan lekker zo’n warm bed inschuiven. Ze is het soort minnares waar ik altijd naar op zoek ben geweest. Maar ik ben voorzichtiger geworden, ze gaat niet meer zo vaak vreemd. In het begin wel. Dat was dan mijn fantasie om vreemd te willen gaan met zo’n vrouw.

Is Kim van Kooten de ideale Evelien?
M: Kim is een geweldige Evelien. Kim is geestig. Evelien doet weliswaar weinig, maar ze is ook bijzonder geestig. Het feit dat ze zo weinig doet vreet wel op een bepaalde manier aan haar.
K: Maar ze is het ook zo weer vergeten.
M: Als we ooit een derde serie maken, moeten we haar maar eens in een diepe crisis storten.

Is Evelien een afsplitsing van Martin Bril?
M: Je bedoelt of ik op een diepe crisis afsteven? Ik heb al zoveel crises gehad in mijn leven. Wat je terugleest in Evelien is mijn overtuiging dat aan de oppervlakte meer gebeurt dan in de diepte. Diepgang is een misverstand.
K: Diepgang wordt op een voetstuk gezet.
M: Het dagelijks leven is een kwestie van logistiek en organisatie. En zorgen dat je bij elkaar blijft. Het is van op en neer en heen en weer…
K: …En dan beginnen we morgen weer opnieuw.
M: Eigenlijk is er weinig aan.

Bestaat Evelien echt?
M: Een personage krijg je cadeau. Zo werkt dat als artiest.

Waar kreeg je haar cadeau?
M: Op het schoolplein. Ik bracht de kinderen op de fiets naar school – toen waren er nog geen bakfietsen – en toen hoorde ik een moeder tegen een andere moeder iets zeggen over het haar dat uit de oren van haar man groeide. Dat was een probleem waar ik nog net niet mee worstelde.
K: Weet die vrouw dat, dat zij Evelien is?
M: Ja.
K: In de hele eerste serie is het enige dat Evelien bereikt dat ze die haren uit de oren van Harko knipt. Om maar aan te geven hoe Rita Horst dat kleine herkent.
M: Het gaat om hele kleine stapjes die je neemt in het leven. Mijn vrouw onthulde bijvoorbeeld vlak voor de zomer dat ze de Hyundai Tucson een mooie auto vindt. Dat vond ik meteen belachelijk. Maar inmiddels zijn we drie, vier maanden verder en nu denk ik telkens als ik er een zie rijden: goh, er zit wel wat in eigenlijk. Idem dito met een langharige teckel. Kwam ze een jaar geleden mee. Waardeloos, vond ik. Maar nu denk ik: goh, best een goed hondje.

‘Evelien’ speelt in Amsterdam, waar vrouwen worstelen met het combineren van werk, kinderen, huishouden, relatie en vriendschappen. Evelien heeft geen baan. Heb je daar bewust voor gekozen?
K: In de tweede serie gaat ze werken.
M: De druk op vrouwen om te gaan werken vind ik belachelijk. Alles wat Evelien probeert qua werk mislukt dan ook. Ik begrijp niet waarom vrouwen moeten werken. Alsof werken leuk is. Wat is dat voor gezeur? Kim en ik hebben toevallig leuk werk. Leuk werk is geen werk.
K: Ik ben anders behoorlijk kapot.
M: Je zal toch maar iedere dag naar de ING moeten in zo’n mantelpakje. En dan in de lift staan met al die eikels en om elf uur naar beneden voor de koffie. En wat verdien je daar nou mee? Ik ben altijd heel blij geweest dat Evelien zich daartegen verzet.

Misschien werken vrouwen wel om de zorg voor de kinderen thuis te ontvluchten.
M: Daar heb ik natuurlijk wel theorieën over. Ook dat is namelijk niet zo ontzettend leuk.
K: Nou-hou, ik vind het wél leuk. Ik vind het ook leuk dat Evelien een goede moeder is.
M: Ik ken het van mijn vrouw. Die heeft het twaalf jaar gedaan, de kinderen, en niet gewerkt. Die heeft daar wel een heel klein beetje spijt van, maar echt maar een heel klein beetje. Terwijl de omgeving toch zoiets heeft van: waarom werk je niet? In Amsterdam word je dan al heel gauw als een minderwaardig wezen beschouwd. In die zin heb ik Evelien uit protest niet laten werken. Als ik ’s ochtends al die vrouwen met al die bakfietsen al die kinderen weer naar school zie brengen…
K: Evelien weet gewoon niet zo goed wat ze wil. Dat vind ik mooi. Dat je nooit ontdekt waar je talent ligt. Dat is ook heel erg.
M: Vrouwen als Evelien bestaan, maar ze zijn veel platter en ordinairder en gewiekster dan Evelien. Ook in de provincie hoor. Er zijn heel veel vrouwen die alleen het huishouden doen. Daar mogen die politieke partijen wel heel hard op tamboereren, maar als vrouwen de keuze hebben willen ze liever bij de kinderen blijven. Ik heb nooit begrepen dat daar neerbuigend over wordt gedaan. Maar wat je in Amsterdam en met name in Amsterdam-Zuid aan niet-werkende vrouwen hebt zijn toch vooral de Estella Cruijffs, van die bimbo’s.

In hoeverre kun je je verplaatsen in een vrouw?
M: Ik leef temidden van vrouwen. M’n twee dochters, m’n vrouw en zelfs m’n hond, kat en konijn zijn vrouw.

Heb je vrienden?
M: Geen vrienden waar ik mee naar het café ga en vervolgens de hele avond over voetbal praat. Ik lunch liever met een leuke vrouw dan met een leuke man. Mannen praten over werk, of over auto’s, of over andere wijven. Ik was laatst in Venetië met de hoofdredactrice van Elle en die heb ik helemaal uitgehoord over hoe ze haar benen harst.
K: Die kon het eindelijk kwijt.
M: Zoals vrouwen met elkaar praten, daar ben ik altijd jaloers op geweest.
K: Welk specifiek ding dan? De brille? Het ‘je ne sais quoi’?
M: Het heeft iets quicksilverigs. Ze staan meer in het leven.

Zou jij een mannelijke stijlfiguur neer kunnen zetten zoals Bril dat met Evelien doet?
K: Ik heb net het scenario voor Alles is liefde! afgerond waarin zes vrouwen en zes mannen een hoofdrol spelen. Ik vond het zelfs leuker om met die mannen dingen te doen.
M: Veel personages zeg, wat knap. Dat zou ik helemaal niet uit elkaar kunnen houden.
K: Ik ben ook echt gek geworden. Met briefjes en post-its. Het moeilijke vond ik die zes verhaallijnen die ik in anderhalf uur, of iets langer, moest proppen. Het dwingt je wel meteen tot de kern.
M: Dat is script schrijven, snel ter zake komen. Daarom kan ik het niet. Ik vind de inleidende schermutselingen veel leuker…
K: …dan het drama dat eronder ligt.
M: Mensen die de hele tijd ‘eh’ tegen elkaar zeggen. Geweldig.
K: Volgens mij levert dat een goede film op.

Lezen jullie damesglossy’s?
K: Het is fijn om heel veel tijdschriften te kopen en in bed te gaan liggen om ze te lezen.
M: Vrouwenbladen zijn altijd in huis. Ik ben altijd benieuwd naar nieuwe crèmepjes.
K: Ik ook.

Nieuwe crèmepjes?
K: Dat je weet wat er speelt.
M: Dan lees je opeens iets over een teendecolleté.
K: Een toe cleavage! Jaha, dat had ik laatst. Toen zei mijn man (Jacob Derwig, CK) nog: je teen ziet er een beetje verkreukeld uit.
M: Terwijl jij dacht dat je een teendecolleté had.

Waar is de man gebleven?
K: Er is een nieuwe mannenblad, JFK.
M: Da’s helemaal niks. Een belangrijk bestanddeel staat er niet in: gadgets.
K: Vinden mannen dat écht leuk? Jacob vindt dat niks.
M: Dat kan zomaar komen.
K: Nu je het zegt. Jacob houdt van dingen met stekkers.
M: Ik heb het ook altijd ontkend. Maar ik heb gewoon veel toys. Pennen, aanstekers, gekke messen…
K: Gekke messen?
M: …iPods, microfoons.

Wat vrouwen hebben met schoenen.
M: Ik heb het ook met schoenen. Laten we niet over schoenen beginnen. Schoenen, heerlijk.
K: Mee eens.
M: Een vrouw die niks met schoenen heeft kan niet boeiend zijn.
K: Aldus Martin Bril.
M: Idem dito met ondergoed. Morgen heb ik een hele leuke column over de hipster. Dat zijn van die katoenen heupbroekjes. Gewoon van H&M.
K: Bij de Hema hebben ze ook goeie hipsters.
M: Alle vrouwen hebben iets met H&M, en met de Hema.

Koop jij ook bij H&M?
M: Ik word gekleed.
K: Echt waar? Bellen ze jou dan op en vragen ze dan of ze jou mogen kleden?
M: Je leent het, de facto. Het is een fiscale operatie.
K: Heerlijk lijkt me dat.
M: Ik ben een ontzettende kledingkoper.
K: Ik ook. Dat je telkens denkt: als ik dát heb, dan ben ik gelukkig.
M: Dat vind ik zo mooi. Dat hebben mannen niet. Maar als ik tijdens de lunch op vrijdagmiddag teveel drink, kan het weleens misgaan. Ik ben een ontzettende binge shopper.
K: Een wat?
M: Dat je in een opwelling koopt.

Je bent ooit door het blad Esquire genomineerd geweest voor Best Geklede Man.
K: Jacob ook, maar die wilde niet.
M: Ik heb niet gewonnen. Dat achtervolgt me al jaren. Jules Deelder heeft een keer gewonnen, terwijl hij pakken draagt van de markt.

Ben jij ook weleens genomineerd als Best Geklede Vrouw, of lekkerste wijf, of…?
K: Nee. Wel als sexy vegetariër. Terwijl ik niet eens vegetariër ben.
M: Zou je het wel willen?
K: Nee. Ik wil eigenlijk alleen mooie kleren.

©Cecile Koekkoek/Vara TV Magazine