Comeback van de poes

[dropcap]I[/dropcap]k lag met mijn vrouw op bed. Vergeef me deze intimiteit. We deden niets bijzonders. We lagen gewoon op ons bed, en hielden elkaar vast. Dat doen getrouwde mensen. Ik kan er ook niets aan doen. De hond lag onder het bed en hield zich gedeisd.

Buiten scheen de zon.

Omdat de gordijnen, geel, dicht waren, hing in de slaapkamer een warme, gouden gloed. Dat maakte het samenzijn nog aangenamer. Het was, eerlijk gezegd, lang geleden dat we zo hadden gelegen. We waren allebei volledig gekleed.

Inclusief jas.

Ergens rond de binnentuin huilde een baby. Het geluid was ver weg, maar als we onze adem inhielden, konden we het duidelijk horen. Ik denk dat we allebei aan onze dochters dachten en hoe lang het geleden was dat zij nog in de wieg lagen. Dat waren nog eens tijden. De onbezonnenheid waarmee we leefden. Hoe jong we eigenlijk waren. Dat soort dingen.

Net toen we een beetje weg dommelden, klonk boven ons rumoer. Het leek wel alsof er een stoel omviel, gevolgd door een aantal luide bonken.

“De poes,” zei mijn vrouw dromerig.

“Aah, de poes,” mompelde ik.

De poes is tegenwoordig een beetje ons zorgenkind. Ze vangt geen muizen meer, ooit haar favoriete sport. En ook anderzins maakt ze een oude, vermoeide indruk.

Het gerommel boven ons hield nog even aan en toen was het weer stil. Ook de baby in de verte was niet meer te horen. We waren weer samen, gewoon op bed liggend, geheel gekleed. We zouden alles uit kunnen trekken en onder de dekens kunnen duiken.

Maar waarom?

Drie keer raden.

Maar soms is er sprake van een bepaald evenwicht, een situatie waarin alles klopt, waarin het lijkt alsof je met z’n tweeen hetzelfde bloed rondpompt – één kloppend hart. In zo’n zeldzame toestand bevonden we ons. De balans had het gerommel van de poes doorstaan. Nu iets uittrekken, schoenen, een jas, zou wel eens een nieuwe bedreiging kunnen vormen van de magie. Beter dus om voorzichtig te zijn. Wat je hebt, moet je koesteren. We vergeten dat veel te makkelijk.

Dus daar lagen we.

Na een tijdje hoorden we een bescheiden gekrabbel aan de deur van de slaapkamer. De poes die naar binnen wilde. Het geluid was makkelijk te negeren. Maar toch stond ik op, misschien een voorgevoel.

Ik deed de deur open en de poes dartelde mauwend langs mijn benen, het leek alsof ze een dansje met mijn voeten uitvoerde, ik kon nauwelijks een stap verzetten zonder op haar of haar staart te gaan staan. Uitbundig, zo gedroeg ze zich. Ze had duidelijk iets te melden, groot nieuws.

Mijn vrouw zat inmiddels op de rand van het bed. Ze keek naar de poes. “Er is iets,” concludeerde ze.

Dat idee had ik dus ook.

Mijn vrouw sprong op en haastte zich de slaapkamer uit, de poes triomfantelijk mauwend in haar kielzog, ik daar weer achteraan en de hond als hekkensluiter op mijn hielen.

En ja hoor: op de eettafel lag de muis, keurig aan de voet van een vaas vol bloemen. Een dikke muis, een hele dikke muis (dankzij al onze rollen beschuit), keurig gedood. De poes spong op tafel en ging er naast zitten, alsof ze met haar prooi op de foto wilde. De hond begon te blaffen; die wilde ook aandacht. Maar dit was de dag van de poes, de dag van een wondere comeback.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.