De fotocabine

[dropcap]S[/dropcap]ommige dingen moeten niet verdwijnen. Neem de fotocabine. Een beetje weggemoffeld in de hal van het Centraal Station in Amsterdam trof ik er eentje. Niet dat ik er naar op zoek was, helemaal niet, ik passeerde het ding gewoon – ook nog in grote haast. Desondanks zag ik drie meiden in en rond het apparaat: eentje las op de buitenkant van de kast de gebruiksaanwijzingen, twee zaten in de cabine, de een bij de ander op schoot.

En geiten maar.

Een paar elementen maken de fotocabine onweerstaanbaar. Om te beginnen het gordijntje, en niet te vergeten de benen die onder het gordijntje zichtbaar zijn als het gesloten is.

Dan is er, in de cabine, het verstelbare, ronde krukje. Het is alleen al leuk daar op rond te draaien en niet eens een foto te maken. Zowel kruk als gordijn zijn van een onverwoestbare, bijna ontroerende vandaalbestendigheid.

Maar het mooiste van de cabine is toch de gleuf waar de foto’s uitkomen, vooral het hekje dat moet voorkomen dat de foto’s meteen vanuit de automaat op de grond vallen.

Een heerlijk hekje.

Wachten bij dat hekje, dat is ook zoiets. De machine belooft dat de foto’s zo klaar zijn, binnen een minuut, maar het wachten duurt altijd langer. Eindeloos zelfs.

Maar gelukkig kun je al wachtend luisteren naar wat zich in de ingewanden van het apparaat afspeelt. Je legt dan je oor tegen het hekje en in de diepte hoor je gesuis, gereutel, gepiep en gekraak. En altijd weer onverwachts komen dan ineens, ooh wonder, de foto’s te voorschijn. Graai de strook niet te snel achter het hekje vandaan – de foto’s moeten nog drogen. En dat geeft het papier weer een mooie, warme krul.

Het maken van de foto – daar gaat het natuurlijk om. Het ronddraaien op het krukje tot je je gezicht precies zo in het spiegelende glas (waarachter de lens is verstopt) hebt als je het wilt. De juiste blik, de juiste glimlach. De kin vooruit, schouders achteruit.

Rechtop.

Nog even een hand door het haar. Dan de muntinworp en even wachten, zo staat het aangegeven. Altijd weer langer dan je denkt, zodat je bij voorbaat al weet dat de eerste foto mislukt is. Maar je hebt even tijd om je te herstellen en je gezicht in de plooi te krijgen voor de volgende, en hupsakee, daar flitst het apparaat alweer.

Nóg iets dat de fotocabine zo bijzonder maakt: wie plaats neemt achter het gordijntje, is ineens uit de drukte. Middenin de openbaarheid, heb je ineens een wereld voor jezelf. Ik heb het nooit gedaan, maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die zo’n cabine gebruiken om even rustig een mandarijn te pellen en op te eten. Of een stiekeme sigaret te roken, of gewoon even niets te doen; staren naar de altijd vuile vloer: snoepwikkels, een verfrommeld leeg Colablikje, een treinkaartje, een natte Metro.

Dit alles schoot door me heen terwijl ik dus gehaast die drie meiden bij de fotocabine in de stationshal passeerde. Al lang geleden is het apparaat zijn serieuze funktie verloren, of moet je zeggen dat het apparaat er een funktie bij heeft gekregen? Dat kan ook. Het is een soort pretmachine geworden; je kunt er met z’n tweeen, met z’n drieen, met z’n vieren of met z’n vijfen in. Je kunt de gekste foto’s maken – foto’s met alleen fragmenten van vrolijke gezichten, foto’s met alleen neuzen of voeten. Het kan allemaal, en daarna is het voorbij en staat de cabine weer te wachten op nieuwe klanten.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.