De krant van morgen

[dropcap]D[/dropcap]e krant is een ritueel. Een voorbeeld. Op koude voeten naar de brievenbus om hem van de mat te plukken. Dan terug, en thee zetten.

Hij het eerste katern.

Zij het tweede katern.

Gaat hij weg, naar zijn werk, kleedt zij zich aan. De was, de bedden en dan een kopje koffie drinken bij het eerste katern.

Ik gooi maar wat op.

Op zaterdag in bed een of ander spelletje spelen waarbij de verliezer de krant moet halen en de winnaar het ontbijt moet doen. Daarna samen de katernen verdelen.

Nog een voorbeeld.

Het eerste ding dat papa doet als op vakantie de tent staat, is in het naburige stadje verkennen waar hij de krant kan krijgen, desnoods een dag oud, sterker nog: het liefst een dag oud, want niets is zo mooi als oud nieuws uit Nederland.

Nog een voorbeeld.

De student die gaat studeren en van zijn ouders een jaarabonnement cadeau krijgt. Helaas komt hij in een studentenhuis terecht waar krantlezen als de hoogste vorm van domheid geldt.

Ander voorbeeld.

Je bent twaalf, je bent dertien. Je hebt geld nodig. Je gaat de krant rondbrengen, ’s ochtends vroeg. Als het nog donker is, en nacht (in je beleving), stopt een auto voor de deur en hoor je hoe de kranten met een doffe plof op de stoep worden gegooid. Straks snij je ze met je zakmes los en gaan er evenveel links als rechts in de tas. Eerst draai je je nog een keer om in het warme jongensbed.

Enfin.

Voorbeelden te over.

Zelf mag ik graag een beetje koketeren met The Herald Tribune. Die krant heeft soms zo’n mooie voorpagina dat ik geen zin heb hem open te slaan. Alleen de aankoop volstaat, en er dan de hele dag mee in je je jaszak lopen.

Voor duizenden mensen betekent dus, kortom, de krant een heleboel meer dan bedrukt papier. Ze zijn er mee opgegroeid, ze hebben er hun huwelijk mee gevierd, ze adverteren er in als de laatste van de twee overblijft.

De krant is hun leven.

De laatste tijd hoor je over kranten alleen maar slecht nieuws. Oplages lopen terug, adverteerders zijn er niet meer en de oorspronkelijke eigenaar van o.a. deze krant heeft zich leeg laten zuigen door twee enthousiaste, Engelse durfkapitalisten. Nu wordt het ooit zo trotse PCM door een Belg overgenomen. Wat heeft deze Belg dat wij niet hebben?

Dat is een interessante vraag.

Het belangrijkste antwoord lijkt me dat hij hartstochtelijk in kranten gelooft. As je hem ziet, kun je je niet voorstellen dat hij vieze handen van het krantenbladeren kan hebben, maar als je hem hoort wel. Dat ouderwetse geloof in kranten is wat de laatste jaren zo aan slijtage onderhevig is geweest.

Mij is in alle jaren dat ik in kranten schrijf nooit duidelijk geworden waarom daar een grafstemming bij hoorde. Ieder woord gedrukt, was toch maar mooi een woord gedrukt – en overal in het land waren er mensen die dat woord nog lazen ook. Van welke kant je het ook bekeek, dat leek me geen situatie om somber van te worden, in tegendeel zelfs.

En toch.

De jeugd leest niet meer, hoor je dan, de gratis krant heeft ons verdrongen, hoor je dan, het internet heeft ons de dans om gedaan, hoor je dan, er zijn teveel oude mensen, hoor je dan. Maar volgens mij is het allemaal gelul. De krant die wij kenden en waar wij van hielden, de krant waarmee we opgroeiden en doodgingen, die krant zou er nog moeiteloos kunnen zijn als de krantenmakers van tegenwoordig echte krantenmakers waren. Wat dat betreft heeft die Belg zich wel iets op de hals gehaald.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.