De machteloze Rouvoet

[dropcap]I[/dropcap]n Amsterdam ging Andre Rouvoet woensdagavond het gesprek aan met Marokkaanse jongeren in jongencentrum Argan. Dat is niet zomaar een half uitgebrand jeugdhonk in een gevaarlijke prachtwijk, maar een keurige zaak aan de Overtoom. Daarnaast heeft de club goede ingangen in de politiek. Diverse ministers gingen Rouvoet voor, bijvoorbeeld, Job Cohen komt er regelmatig thee drinken en na de moord op Theo van Gogh bracht Hare Majesteit de Koningin een bezoek aan Argan.

“Wat verwachten jullie van mij?” vroeg de minister na een half uur technische praat te hebben afgestoken die ver boven de spreekwoordelijke pet van de meeste aanwezigen ging. “Ik ben jullie minister.”

“Oplossingen,” mompelde de jongen die naast mij zat.

“Maatregelen,” riep iemand met meer moed.

De minister stak van wal met alle maatregelen die hij al had genomen en alle plannen die hij nog had, maar het leek alsof al zijn woorden op de koude vloer vielen en daar een onmiddellijke dood stierven. Alleen jongerenwerkers (en er waren een paar heel goed gebekten aanwezig, echte, gladde praters, al helemaal gepokt en gemazeld in oeverloos vergaderen), konden de minister een beetje in het nauw drijven. Mooie praatjes, maar waarom gebeurde er nou niets? Dat was de mantra die steeds terugkwam. De minister had het wel over oplossingen, maar er werd intussen niets opgelost.

“De bal ligt bij de provincie,” zei Rouvoet dan streng, “en daar zitten we bovenop.” Een andere keer lag de bal bij een wethouder die hij net nog vanuit de auto had gebeld en ook durfde minister wel een balletje bij de jongelui zelf neer te liggen. Als zij zoveel klachten hadden, waarom hoorden hij die geluiden dan niet vanuit de Nationale Jeugdraad?

Te hoogdrempelig, die club, kwam het antwoord. Er zitten alleen maar jongeren in die ook in politieke partijen actief zijn, die de weg weten, die in debatingclubs hebben gezeten. Daar keek de minister van op, maar eerlijk gezegd had hij het wel al een tijdje geleden bij de Jeugdraad aangekaart; zijn jullie wel representatief genoeg, kan iedereen wel mee doen?

Zo ging het maar door.

Wie ooit een machteloze minister in actie wil zien, moet naar een bijeenkomst met Andre Rouvoet gaan. Vol goede bedoelingen, vol cijfers en potjes en convenanten, vol lijntjes en maatstaven en drempels die geslecht moeten worden, maar wat hij eigenlijk bij zich moet hebben, is een klein team van zware jongens die hij meteen kan inzetten als het ergens niet lekker loopt, een soort A-team met grote street-credibility. Nu gaat het alleen maar over de verlammende bureaucratie in jeugdzorgland en over de nieuwe bureaucratie die er bij moet komen, als het aan de minister ligt.

Zoals altijd bij dit soort bijeenkomsten, was het buiten eigenlijk het meest informatief. Daar stonden de jongens en meiden die na tien minuten al in de gaten hadden gehad dat het weer een avond van niets ging worden. Het leken me geen jongelui die diep in geestelijke nood zaten en worstelden met hun identiteit, overigens, het waren gewoon kekke, strijdbare, leuke Amsterdammers met lef en humor. Ook hun inzet zou natuurlijk iets kunnen oplossen, maar ja, dromen van een mooie auto is leuker.

Rouvoet maakte wat dat laatste betreft één goede opmerking: “het gaat er om dat iedereen zijn weg kan vinden in deze samenleving en dat iedereen domweg gelukkig kan zijn.” Hij schrok er zelf van, zo makkelijk klonk het, zo eenvoudig. Er reageerde niemand op, want de microfoon deed het even niet.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.