De weltschmerz van Evelien

[dropcap]E[/dropcap]velien, is de titel van een nieuwe Nederlandse dramaserie, naar de gelijknamige boeken van Martin Bril. Hoeveel Martin Bril zit er in Evelien? ‘Eigenlijk is het een vinex-personage, verdwaald in Amsterdam Oud-zuid.’

‘Het ontstaan van Evelien is in wezen een simpel verhaal. Ik schreef vanaf 1996 iedere dag in Het Parool. Een paar keer per week bracht ik ’s ochtends de kinderen naar school, op de fiets door het Vondelpark en daar schreef dan k altijd over. Op het schoolplein ving ik wel eens wat op. Op een dag hoor ik een vrouw iets zeggen over haar man. Het ging over de haren die uit z’n oren groeiden; moest ze die er nou uitknippen of niet? Zelf deed ‘ie het in ieder geval niet. Dat heb ik toen gebruikt. Ik noemde háár Evelien en die man Harko. Evelien werd één van de stijlfiguren die ik gebruik. Als je elke dag schrijft, zoals ik, dan heb je een breed palet nodig. Agnes van Peter van Straaten was ook een inspiratiebron. Ook omdat er niet veel feuilletons zijn, in Nederland. Het is het alledaagse in zijn werk, dat me aanspreekt. Dat dobberen van het ene glas naar het volgende, dat vind ik bijzonder goed. We werken ook op dezelfde manier. Een klein dingetje zien, en dat later thuis uitpakken.’

‘Het idee om van Evelien een tv –serie van te maken komt van Willem Zijlstra, uitvoerend producent van Endemol. Hij was gelijk heel enthousiast. Ik niet. Niet alleen omdat het televisie was, maar het was ook nog eens commerciële televisie. Het is toch Net5; ik voorzag al een soort Rozengeur & Wodka Lime, of erger nog. Maar Zijlstra was heel vasthoudend. En ik dus terughoudend. Toen kwam ‘ie met Kim (Van Kooten, red.) En ik dacht toen: die zal toch eerst wel even thuis hebben overlegd, of het verstandig is- en met thuis bedoel ik dan Kees, haar vader. En dat bleek later ook zo te zijn. Met Kim erbij kreeg ik er al meer vertrouwen in. En met Rita Horst als regisseur – ik vond haar VPRO-kinderserie De Daltons erg leuk- zaten we opeens met een VPRO-achtig boeketje, maar dan bij Endemol. Tegen Karin van der Meer, de scenarioschrijfster, heb ik gezegd: doe er maar mee wat je wilt. Het heeft geen zin er een final say over te houden, vind ik. Er is nooit sprake van geweest dat ik zelf het scenario zou schrijven. Ik had er geen tijd voor, en ook geen zin in. Schrijven voor televisie is een kwestie van veel overleg en vergaderen, en daar houd ik niet van. Ik vind schrijven leuk omdat ik dat in m’n eentje kan doen. Je begint een zin, en nog een, en zo ga je door.’

‘Evelien bracht de kinderen naar school. Volgens de kalender was het lente, maar er zat nog maar weinig schot in de zaak.’

‘Evelien leeft natuurlijk door de kinderen. Wat er met hen gebeurt bepaald de dynamiek van
het gezin. Verder doet ze niet zo veel. Dat was een probleem. Er gebeurt geen reet in die boeken, maar het personage is interessant. De monologue interieur van Evelien is het beste van de boeken. In de serie hebben ze dat opgelost door uit te spelen wat zij denkt. In iedere aflevering zit wel iets waar ze naar kijkt; vaak iets bij de overburen, of op straat. En de plotlijnen die in aanzet in de boeken zitten, zijn in de serie verder uitgewerkt.’
‘Eigenlijk is Evelien een vinex-personage, verdwaald in Oud-zuid. Van buiten is ze een vrij reguliere huisvrouw, maar van binnen is ze redelijk prettig gestoord. Ze beschikt over een goed oor en een scherpe blik, bedoel ik daar mee, en ze ziet dingen waarvan je helemaal niet verwacht dat zíj die ziet. Zij ziet míjn dingen. Op die manier kon ik haar altijd inzetten in m’n column; wat ik zelf in Zuid zag kon ik via haar vertellen. Het soort observaties, en een zekere melancholie die daar uit spreekt, dat ben ik. Een soort weltschmerz heeft ze wel, Evelien. In wezen is ze een vrouwelijke afsplitsing van mezelf. Het is een soort travestie. Ik ben een vrouwenman. Ik word door vrouwen omgeven, thuis. Ik heb m’n eigen vrouw, twee dochters, een poes en een konijn en die zijn allemaal vrouw. O, de telefoon gaat – en daar zal je m’n moeder ook hebben.’

“Laatst had Regina haar verrast met de mededeling dat ze Baantjer wilde zien, daar keek iedereen uit haar klas naar. Ze keek naar de rug van haar oudste, die van haar weg fietste. Tien jaar.”

‘Dat kijken naar die kinderen en opschrijven wat ze zeggen heb ik altijd enig gevonden. En hoewel ik niks van m’n eigen menagerie in mijn werk stop – dat willen mijn dochters niet meer, dat ik over ze schrijf – is Evelien wel een manier om me te verhouden tot het gezinsleven en tot opvoeden. Toen ik met Evelien begon waren haar kinderen nog heel jong, 6 en 8. Nu zijn het pubers. De oudste is veertien en into Gothic. Dat vind ik heel aandoenlijk. Voor punkers heb ik trouwens ook een enorme zwak. Gothic meisjes dragen allemaal rode onderbroekjes, wist je dat? Dat heeft iets te maken met maagdenbloed, daar houden Gothics van. Maar goed, dat hebben ze natuurlijk niet, maagdenbloed. Dus dan dragen ze maar rode broekjes.’
‘Wat ook erg meespeelt: ik heb een warme belangstelling voor het alledaagse. De nitty gritty van het dagelijks leven. Dat heeft me altijd enorm gefascineerd. Ik kan daar ook enorm over mutsen met vrouwen. Dat iedereen ’s ochtends op tijd het pand verlaat, bedenken wat er ’s avonds nou weer gegeten moet worden, het huis schoonhouden, die dagelijkse zorg. Dat is toch, hoe je het went of keert, de harde kern van het bestaan. En het zijn de vouwen die zwoegen en ploeteren om die harde kern overeind te houden. Dat vind ik wel aangrijpend eigenlijk. Als ik aan het eind van de middag al die moeders zie zeulen in regenpak met hun bakfiets, van die kleine blonde koppetjes eruit, dan breekt mijn hart, dat is mijn sentimentele kant. Maar dat is waar het leven om draait, helaas. Het is natuurlijk veel leuker om groots en meeslepend ten onder te gaan.’

‘ “Ik mis iets’, vervolgde Harko.
“Je mist iets? Wat mis je dan?” Ze had het idee dat ze iets te fel reageerde. Zelf miste ze ook van alles, maar ging het daar wel om?’

Je hebt vrouwen wel eens omschreven als ‘de meesteressen van de trivia’. Volgens jou ligt daar ‘de diepste kern der dingen.’ ‘Ik geloof niet zo in diepgang. Ik denk dat zich aan de oppervlakte veel meer afspeelt dan in de diepte. Ik vind diepgang vaak nogal pretentieus. Ik zie meer diepgang in precieze beschrijvingen van wat mensen dragen, wat ze zeggen en wat ze eten. Ik geloof namelijk niet dat mensen veel opvattingen hebben. Wel meningen, maar dat ze een visie op het leven hebben hier en nu in het Westen? Dat geloof ik eigenlijk niet. Vijfennegentig procent van de mensen denkt helemaal niet. Ja, of ze wel de goede sokken aan hebben en waar ze op vakantie gaan, daarover denken ze, en of ze de eindjes wel aan elkaar kunnen knopen. Lullig gezegd: het zijn de kleine dingen die het ‘em doen. Vrouwen snappen volgens mij beter dat het zo zit, die hebben meer feeling met het gewone, het alledaagse. De meeste reacties op mijn werk komen ook van vrouwen. Die herkennen iets in wat ik doe, iets waar mannen sneller bij afhaken of waar ze over heenstappen. Omdat ze denken: dat heeft geen diepgang. Mannen willen dat het over politiek gaat, grote thema’s. Maar in wezen gaat het dan maar over één ding, over macht. En uiteindelijk over wie de grootste heeft.’

‘Ze liep naar de tramhalte waar een grote reclame hing van het tijdschrift Psychologie, dat een themanummer over familiegeheimen had. Bindingsangst? Koop hem Los! Ze kreeg er een goed humeur van.’

‘Evelien is wel een heldin, ja. Ik vind dat ze zich met bewonderenswaardige kracht en humor door het leven slaat. Een knobbeltje in haar borst, Harko een hartaanval, haar vader overleden en veel ziekte en dood in haar omgeving: er gebeurt een hoop narigheid. ‘Take it in stride’, zeggen de Amerikanen dan. Het is een kwestie van je er met elegantie doorheen slaan. Nee, ze heeft geen talent om bij de pakken neer te zitten. Al is daar toch vaak alle reden toe.’

Evelien. Scenario Karin van der Meer, regie Rita Horst, producent Endemol. Tiendelige serie van 25 minuten.
Net5, vanaf dinsdag 7 maart om 21.30

© Ilse van der Velden / VPRO-gids

download