Dingen die hetzelfde blijven

[dropcap]S[/dropcap]ommige dingen veranderen nooit. Op een perron staan en wachten op de trein. Volkomen tijdloos. Daar sta je dan, en je kijkt de verte in, langs de rails. Waar blijft de trein? Je weet dat je te vroeg bent, maar toch sta je al te kijken – waar blijft de trein.
Dan komt hij.

Ook zoiets moois: hij komt altijd. Stel je voor dat je staat te wachten en kijken en hij komt niet. Dat schijnt voor te komen, maar ik heb het nog nooit meegemaakt. Er valt er wel eens eentje uit, maar dan komt er een volgende. En als de laatste trein (alweer zo’n schitterend fenomeen) niet komt, komt de volgende dag de eerste wel. Als je er lang over nadenkt, is het een wonder.
Daar komt hij!
De koplampen in de verte. De bellen van de overgang naast het station die beginnen te rinkelen, de roodwitte bomen die naar beneden gaan. De trein die steeds dichterbij komt, uiteindelijk stopt aan het perron. De deuren die opengaan.
Sommige dingen veranderen wél: stations. Laatst stond ik op het perron van station ’t Harde. In mijn jeugd was dat een mooi, klassiek gebouw met een wachtkamer, een halletje en een man achter een loket. Het hasd uitstraling, dat station. Je voelde aan het gebouw dat je van daaruit de hele wereld kon bereiken. Tegenwoordig is het niet meer dan een halte, een lullig gebouwtje met een paar plastic stoelen. Het oude station is gesloopt.
De trein kwam en ik stapte in. Ik ging naar Zwolle. Slechts een halte scheidde me van die stad. Wezep. Het traject ’t Harde – Zwolle heb ik in mijn jeugd vele honderden keren afgelegd, want ik woonde een paar jaar in de oude legerplaats. Toen ik nog op de middelbare school zat (niet in Zwolle) ging ik vaak naar de stad om er boeken te kopen, en rond te hangen. Later toen ik studeerde legde ik het traject af om in Zwolle over te stappen op de sneltrein naar Groningen. Dat was dan meestal op een zondagavond. De treinen zaten dan vol met bierdrinkende dienstplichtigen, in uniform, die naar hun kazernes gingen.
Nu was het gewoon dinsdagmiddag en doodstil in de trein. We rolden door het landschap van mijn jeugd. Heide, zand, bossen – niets bijzonders. Amper lekker op gang, remde de trein alweer af voor station Wezep, ook zo’n geestloze halte, maar met dit verschil dat Wezep dertig jaar geleden ook al een geestloze halte was. Na kort stilgestaan te hebben, reden we weer. Een minuuut of acht nog, en we zouden het hoogtepunt van de reis bereiken: de oude spoorbrug over de Ijssel.
Wat ik zeg: sommige dingen veranderen nooit, en dat geldt ook voor oude spoorbruggen. Ze zijn om te beginnen altijd oud. Ook als je er voor het eerst overheen boldert. Ze oefenen daarnaast altijd hetzelfde effect uit. Je wilt meteen zien waar je overheen gaat, de rivier zien, het water onder je, liefst met een binnenvaartschip met frisse was aan de waslijn op het achterdek. Daar is zo’n oude spoorbrug dan weer niet op gebouwd – je ziet zelden iets, behalve de brug zelf – onverwoestbaar een oude spoorbrug. Dan is er nog iets: zo’n brug ligt altijd bij een stad, Zwolle, Nijmegen, Zutphen – dus je weet dat de trein zometeen ergens aankomt en zal stoppen, ja, je staat zelfs al op om naar het balcon te gaan.
Agh, de oude spoorbrug – ik was er lang niet overheen gegaan, maar nu was het weer zo ver. Heerlijk. Dingen die niet veranderen. Dingen die hetzelfde blijven.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.