Domela’s boom

[dropcap]D[/dropcap]e Nieuwe Vaart ligt tussen Gorredijk en Oldeboorn, in Friesland. Hij werd in de jaren zestig van de negentiende eeuw gegraven, ten behoeve van de turfwinning. Een strakke, smalle vaart is het, in een kaal, grimmig landschap.

Iets ten noorden van het dorp Tijnje ligt een kleine nederzetting die Rolbrege heet. Eigenlijk is het niet meer dan een café. Vroeger zat er ook nog een winkel; van de veenbazen moesten de arbeiders uit de buurt hier hun spullen kopen, en de rest van hun geld verdrinken. Tegenwoordig word het café en de bijbehorende woning bewoond door de toneelschrijver Bauke Oldehof. Als hij zin heeft, stelt hij het café open; dan suist de gaskachel.

De rolbrug over de Nieuwe Vaart waarnaar de nederzetting is vernoemd, bestaat al lang niet meer. Rond 1900 werd hij vervangen door een draaibrug, en tegenwoordig ligt er een moderne ophaalbrug over de vaart. Wie er op staat en in oostelijke richting kijkt, ziet voorbij de weilanden auto’s over de A7 schichten. Kijk je de andere kant op, dan zie je de vaart naar de horizon lopen; hier en daar een boom, een zanderig pad erlangs.

Op initiatief van het campagnebureau BKB bezochten gisteren vijfentwintig studenten café Rolbrege. Ze werden daar toegesproken door de burgemeester van de gemeente Opsterland, de PvdA-er Sicko Heldoorn, een voortvarend, nuchter type in een zwart pak met een leesbril aan een koordje. Voordat hij burgemeester werd, zat hij jarenlang in de Staten van Friesland.

In vogelvlucht vertelde de burgemeester over de betekenis van deze streek voor links Nederland. De armoede en de arbeidsomstandigheden waren hier aan het einde van de negentiende eeuw zo schrijnend dat het voortdurend tot opstanden kwam. Als de marchaussee kwam, rolden de arbeiders de brug naar boven. Domela Nieuwenhuis kwam regelmatig spreken. De mensen organiseerden zich, het socialisme ontkiemde.

De burgemeester wees naar buiten.

Naast de nieuwe brug staat een woeste boom. Misschien was dat wel de plek waar Domela had gestaan. Even gingen de gedachten uit naar flapperende jaspanden, gebalde vuisten, grote woorden, dromen, idealen. Het paste bij de boom, een staketsel van kale takken.

Tegenwoordig is Opsterland een rustige gemeente. De grootste van Friesland, in termen van oppervlakte. Zestien dorpen, dertigduizend mensen. Vandaag mogen de mensen er stemmen, en de opkomst zal zo rond de 65% liggen. Veel rumoer is er niet geweest in de campagnes: alle partijen zijn het er wel over eens hoe Opsterland verder moet; op de ingeslagen weg. Veel aandacht voor de dorpen, fietspaden, voetbalvelden, dorpswinkels, rotondes, dat werk.

Dan is er de jeugd.

Ook geen probleem.

De jeugd komt namelijk bijéén, ieder weekend, in oude caravans en keten. Daarvan zijn er dertig in Opsterland. Ze worden door de buitenwacht graag als een gevaar gezien: jongeren zouden zich er iedere week een delirium drinken, een nieuw Volendam dreigt. Burgemeester Heldoorn was er kort over: hij heeft er geen omkijken naar. De verantwoordelijkheid ligt bij de jeugd zelf, en bij degene op wiens erf de keet staat. Hij wil niet net doen alsof je alles maar kunt regelen. Een geplastificeerd A4tje met tips voor een goeie brandveiligheid, dat is het.

We keken naar buiten. De zon brak door. Een vrouw kwam aangefietst met een envelop in haar hand. Ze stak hem in de kleine, rode brievenbus die aan het café hangt. Over het water van de Nieuwe Vaart blies een gure wind.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.