Drama op straat

[dropcap]O[/dropcap]p straat vond ik een schrift met een kleurig portret van Ernie erop – Ernie van Bert uit Sesamstraat, door Wim T. Schippers van een onvergetelijke stem voorzien. Het was middenin de nacht, op een kruispunt in Vlissingen, om precies te zijn op de kruising van Spuistraat en de Coosje Buskenstraat die in een rechte, iets klimmende lijn naar de Boulevard Bankert voert.

Het was zo stil in Vlissingen dat het electrische zoemen van de verkeerslichten op het kruispunt luid en duidelijk hoorbaar was. De lichten stonden op rood toen ik het schrift zag liggen, tegen de pui van Yings Wok-paleis, schuin tegenover een Edah-filiaal.

Het schrift, flodderig en veelgebruikt, viel open op een pagina waar een jong en kriebelig handschrift de volgende zin had geschreven: “Eigenlijk voel ik niet eens of ik wel een mond heb.” Ik voelde meteen aan mijn eigen mond, maar die zat er nog, stak toen het schrift bij me en vervolgde mijn weg.

De volgende ochtend bladerde ik verder in het schrift. De eigenaar, ik twijfelde er niet aan of het was een jonge vrouw, een meisje misschien nog, een jaar of achttien, had een groot aantal pagina ingeruimd voor een agenda. Maandag 13 juni had ze de volgende taken: “2 lesvoorbereidingen, mensen bellen, msn, brood smeren, cadeau deborah kopen.”

“Zondag 19 juni: Deborah jarig.”

Met een heleboel uitroeptekens.

Bij de meeste dagen stond ook genoteerd wat er gegeten moest worden: “één botterham ’s ochtends, twee boterhammen ’s middags, alleen water, één bord ’s avonds, fruit.” Verder waren er dit soort aansporingen, vaak onderstreept, een tikkeltje wanhopig: “Na het eten skaten naar MB (of fietsen). Honderd situps voor het slapen.”

Het schrift was zo te zien ook gebruikt tijdens schoollessen; hier en daar waren opmerkingen over christendom en filosofie te lezen. Er stonden slordig getekende diagrammen bij, moeilijk een touw aan vast te knopen. Kwaliteit van leven – Blog – Op zoek naar waarheid. Iets voorbij het midden werden de pagina’s leeg – tot deze opmerking ineens genoteerd stond: “Laat maar doen. Ik heb teveel wijn op. Het levert toch niets op.” Het leek me opgeschreven in een vol en rumoerig café, en aan iemand te lezen aangeboden.

Aan wie?

Eronder stond nog meer gekrabbeld: “God houdt van mij, zeggen ze, niet beseffend.” De zin werd niet afgemaakt, de volgende ging zo: “Ik stel me aan, ik weet het, maar niemand heeft het makkelijk, niet dat 4-jarige Somalische kindje, niet Bill Gates, en niemand daar tussenin.” Tot slot de uitroep: “Boeh, papa, ik mis je!!!!”

4, 5 september 2005.

Ik had ineens last van het schrift, zeker toen mijn blik viel op “Zwanger: inhoud portemonnee, bonnetje C1000, bonnetje drogist zwangerschapstest, kaartje bioscoop, pen, zakdoekjes.” Wat moest ik daarmee?

Zou het misschien een idee zijn het schrift terug te brengen naar het kruispunt? De lachende tronie van Ernie, het vrolijke eendje op zijn T-shirt, het zwarte haar dat onder zijn omgekeerde pet vandaan krulde – het stond allemaal nogal haaks op de geheimzinnige, maar toch dramatische inhoud van het gevonden schrift.

Hoe meer ik er naar keek, hoe onbehagelijker ik me voelde. Ergens in Vlissingen zat een meisje in de nesten, maar ik kon er niets aan doen. Op de allerlaatste bladzijde stond met koeienletters: “Doen! Durf!” Het was met kracht opgeschreven, de pen had het papier gescheurd.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.