Een blauwe lucht

[dropcap]S[/dropcap]ommige dingen zijn verdomd moeilijk onder de knie te krijgen. Zo ben ik al jaren bezig met de kleur blauw, meer in het bijzonder: het blauw dat de hemel kleurt.

Hoe omschrijf je dat?

Of kun je volstaan met de mededeling “de lucht was blauw”? Dat vind ik eerlijk gezegd te weinig. Er moet over een blauwe lucht meer te zeggen zijn, zeker over dat herfstige blauw van gisteren.

Minstens zo intrigerend, en misschien nog wel moeilijker: het geluid van een stuiterende tennisbal. En dan niet een bal die heen en weer wordt geslagen, maar een bal die vanuit een hand op en neer op de grond valt – is vallen wel het juiste woord in dit verband? Hoe dan ook: er kan iets dreigends van dat geluid uitgaan, een zekere macht.

Ik heb nog wel meer van dit soort problemen die me al jaren achtervolgen. De geur van gras, gebakken spek, vrouwenzweet. Omschrijf het maar eens in zijn kloppende volledigheid. Als me dat lukt, ben ik enorme sprongen verder. En al die tijd bestaat het risico dat je iemand leest die er wel al in is geslaagd.

De blauwe lucht bijvoorbeeld; ineens kwam ik die gisteren tegen bij Robert Penn Warren: “It was the brilliant, high, windless sky of early autumn. The blue was paler than the blue of summer, but not leached out, still positive, and drenched in sunlight as though treated with a wash which was transparent but full of minute gold flecks. If you stared very long, the sky seemed to be pricked with those tiny flcks of gold, which winked and glittered.”

Precies zo was het.

Een erg goede schrijver overigens, die Penn Warren. Hij heeft een klassieke roman op zijn naam staan die momenteel in een mooie Penguin-editie in de winkel ligt: All The Kings Men, het huiveringwekkende verhaal van een idealist die in de Amerikaanse politiek probeert te slagen, maar uiteraard jammerlijk faalt en dan zijn toevlucht zoekt tot corruptie en charisma. Echt een boek om nu te lezen.

Maar goed.

Blauwe luchten – in Penn Warren heb ik mijn meerdere gevonden. Nu nog iets anders dan de kleur; die ijle, maar ook heldere tinteling die op de een of andere manier bij de herfstlucht hoort. De manier waarop geluiden worden voortgedragen; héél anders dan in de zomer, of in de winter. Zojuist laat mijn vrouw in de tuin (de ramen staan open) een spijker uit haar hand vallen, en als ik niet wist dat het oktober was zou ik aan het korte gerinkel waarmee hij de grond raakt, durven zweren dat het herfst was.

Je hoort het aan het geluid.

Ik mag graag mijn tijd verdoen met het nadenken over dit soort kleine sensaties. Ze vertellen me meer dan het nieuws, eerlijk gezegd. Daarin klonk de laatste weken maar één woord: vertrouwen.

Vertrouwen in banken en financiele instellingen, vertrouwen in de beurs, in de economie. Vertrouwen dat er niet meer was, vertrouwen dat terug moest keren. Eind vorige week hoorde ik op de radio zelf een vrouw beweren dat Balkenende gezegd had dat de mensen het vertrouwen in de wereld hebben opgegeven. Dagenlang heb ik alle nieuwsuitzendingen gevolgd om hem die soundbite zélf te horen uitspreken, maar helaas, pindakaas. Misschien dat ik me die vrouwenstem heb verbeeld, ja, dat zal het zijn.

Vertrouwen.

Geef mij de wolken maar die langzaam binnenrollen, het zachte gestommel in de verte en de geur van lakens aan de waslijn.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.