Een eenvoudige zaak

[dropcap]D[/dropcap]e zaak is eenvoudig: omdat we geen Poolse klusjesman konden vinden, gingen we met een authentieke, Amsterdamse timmerman in zee. Hij moest een balconnetje timmeren, want het huidige balconnetje is verrot.

Mij lijkt het prachtig om balconnetjes te kunnen timmeren, maar de timmerman, een kalende, gebogen vijftigplusser, deed vanaf het begin moeilijk. Hij had het eigenlijk te druk voor zoiets lulligs, was een gietijzeren balconnetje niet veel mooier, of konden we tot na de zomer wachten?

Dat kon niet, want het huis ging in de steigers voor schilderwerk en daar wilden we het balconnetje in meenemen; a) was het dan makkelijk om het op te hangen, b) het kon meteen worden geschilderd. Mopperend trok de timmerman zijn duimstok om de zaak op te meten en daarna vertrok hij.

De schilders kwamen.

Op de dag dat de timmerman met het balconnetje zou komen, regende het pijpestelen, maar toen toen hij er om half elf nog niet was, belde ik hem maar eens op. Aan de achterdochtige toon waarmee hij opnam, kon ik al horen dat het fout zat, maar toch vroeg ik beleefd hoe het met het balconnetje zat.

“Hoezo?” kaatste hij terug.

Onmiddellijk geintimeerd begon ik stotterend uit de doeken te doen dat we toch hadden afgesproken dat hij het vandaag kwam plaatsen, dat de steiger er stond, enzovoorts.

“Het regent,” zei hij en omdat hij geen aanstalten maakte die mededeling verder toe te lichten, zat er voor mij niets anders op dan voorzichtig te informeren wat dan nu de nieuwe plannen waren.

“Volgende week,”: bromde de timmerman, “dinsdag of woensdag.” Het was duidelijk dat hij zich niet wilde vastleggen op een van de twee dagen, dus we spraken af dat ik hem maandag zou bellen om te horen hoe het lot had beslist.

Maandag belde ik. Weer nam de timmerman vol achterdocht op, maar sneller dan de eerste keer wist hij dat het om dat balconnetje ging. Dinsdag ging het niet lukken, want dan moest hij met zijn vrouw naar het ziekenhuis, woensdag kwam hij, om tien uur.

Het werd woensdag, en tien uur. Na een uur wachten, nam ik de telefoon ter hand. Ik had me al verzoend met het onvermijdelijke: geen balconnetje.

De timmerman nam op, maar niet op zijn gebruikelijke, achterdochtige manier. Hij klonk nu alsof hij in paniek was. Hij wist meteen waar het over ging, maar het zat zo: zijn vrouw had een allergie. Ze was door een wesp gestoken. Daar waren ze mee naar het ziekenhuis gegaan en daar had ze een injectie gekregen. En vannacht was er niets aan de hand geweest, maar nu was het helemaal mis, dus ze waren weer onderweg naar het ziekenhuis. Ik hoorde op de achtergrond autogeluiden. “Het wordt vrijdag,” besloot de timmerman, “of maandag.” Ik wenste hem sterkte, en hing maar snel op. Zijn radeloosheid had iets besmettelijks.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.