Een man eet sardientjes

[dropcap]D[/dropcap]e laatste dagen las ik About Schmidt van Louis Begley – een geestig boek over een gepensioneerde advocaat die net weduwnaar is geworden. Het is ook verfilmd, met Jack Nicholson in de hoofdrol. Jack is geen weduwnaar, maar inmiddels wel aan zijn pensioen toe.

Een man moet eten, ook als hij alleen is, en Schmidt behelpt zich tussen de middag met crackers, sardientjes uit blik en hardgekookte eieren. Betere lunch kan hij zich trouwens niet voorstellen, dus zo erg is het niet om eenzaam en alleen te zijn. Soms neemt hij tonijn in plaats van sardientjes, maar dat is alleen als het niet anders kan.

’s Avonds gaat Schmidt meestal uit eten, twéé keer per dag sardientjes uit blik gaat nét te ver, en na enige tijd wordt hij verliefd op de serveerster in zijn lievelingsrestaurant, een Peurtoricaanse die heel vermoeid kan glimlachen.

Enfin.

De sardientjes van Schmidt doen mij denken aan andere sardientjes, en een ander boek. Alfred Spier, de hoofdpersoon in Herman Heijermans roman Kamertjeszonde, eet namelijk vaak sardientjes, rechtstreeks uit blik, want zo hoort het natuurlijk. Schmidt vist ze uit het blik en legt ze op een bordje, ook triest, maar toch anders.

Alfred Spier, woonachtig in de sombere Pijp, is dichter, als ik mij niet vergis, en in het begin van het boek staat hij er slecht voor. Dat past bij het dichterschap. Maar zijn kansen keren als hij zijn oog laat vallen op Georgina, een gescheiden actrice met twee kleine kinderen, een gevallen vrouw. Met haar gaat het slechter naarmate Alfred verliefder op haar wordt, hoewel ze best van hem houdt en zelfs regelmatig zijn sardientjes deelt. Het probleem is dat haar minnaar haar wil verheffen, en daarin niet slaagt.

Mooi boek.

Zonder Schmidt had ik niet gisteren ineens op een bankje vlakbij het Leidseplein een man een blikje sardientjes open zien trekken, nou ja, ik had het misschien wel gezien, maar het had mij niet aan Kamertjeszonde doen denken, een boek dat ik nodig weer eens moet herlezen.

Tegelijkertijd herinnerde ik me ineens ook levendig hoe ooit de blikjes sardientjes geopend moesten worden met een soort sleutel die aan de onderkant van het blik was bevestigd en die je in een lipje aan de zijkant van het deksel moest steken, waarna je het deksel er al draaiend langzaam omheen rolde, vaak met olievlekken op je kleren en snijwonden aan de vingers als gevolg.

Deze herinnering bracht een hoop sores met zich mee, want ik zag mezelf ineens weer op kamers wonen, geen geld hebben, door Frankrijk liften met een tentje, liefdesverdriet koesteren en voor de zoveelste keer bloedende vingers verbinden met een vieze zakdoek. De keren dat ik een blikje sardientjes opende zónder dat sleuteltje dat op de achterkant moest zitten maar vaak ontbrak, sla ik nu maar even over.

De man die ik in het voorbijgaan met sardientjes in de weer zag, had nergens last van. Hij opende het blikje met een zwierigheid alsof hij een blik boier opende, ringvinger in het lipje, stevige ruk, en flats, daar lagen de vissen te glimmen in de olie. Ik was meteen jaloers, en reed linea recta naar de supermarkt om ook sardientjes te kopen. Nu is het wachten geblazen tot de juiste gemoedstoestand er is om ze uit hun blik te eten.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.