Een meisje in de Kinkerstraat

[dropcap]Z[/dropcap]ij en wij – dIe hele discussie komt me de neus uit. Al die aandacht voor die moslims, hun profeet en hun heilige boek, al die eindeloze analyses, opinies en praatjes, kunnen we niet overschakelen op een ander onderwerp?

Nee dus.

We worden door de regering opgeroepen begrip voor elkaar te hebben, en respect natuurlijk, maar kunnen we niet gewoon verder op oude voet: lekker langs elkaar heen leven?

Nee dus.

Jammer.

Ik moest hieraan denken toen ik in de Amsterdamse Kinkerstraat voor een verkeerslicht stond te wachten. Het was aan het einde van de middag, het begon al aardig te schemeren en op de radio ging het over de voorsteden van Parijs waar weer duizend auto’s waren uitgefikt.

Toen stak er een meisje over.

Ze was een jaar of achttien, schat ik. Ze kwam uit een Turkse bakkerij, en was helemaal in het roze. Een lange rok, tot op haar enkels, een lang vest, een jas, alles roze, zelfs haar hoofddoek en de puntige slippers die ze aan haar voeten droeg. Ze was onderweg naar de tramhalte, middenop de weg.

Het was vrij druk bij de halte. Een groep jongens. Oude dames met boodschappenkarretjes. Giechelende meiden die de stad in gingen. Niets bijzonders allemaal. Het roze meisje drentelde wat rond, haar blik gefixeerd op de bocht waar de tram zometeen te voorschijn moest komen.

Al drentelend kwam ze naast me te staan. Ik in de auto, het raampje open, zij op de halte. Toen onze blikken elkaar kruisten, glimlachte ze even, wat me verbaasde, want ik had een slecht humeur door de dingen waar ik aan dacht. Toch raakte de glimlach me, en ik glimlachte terug, in de hoop dat het meisje er inmiddels geen spijt van zou van hebben.

Het gebeurt wel vaker dat iemand naar me glimlacht op straat, en zelf lach ik ook heel wat af, bij voorkeur naar meisjes en vrouwen, ik weet ook niet hoe dat komt. Maar met gehoofddoekte meisjes heb ik het altijd moeilijk – mag je wel naar ze glimlachen? Of ben je dan een viezerik?

Het meisje glimlachte opnieuw. Royaal ook, niet zuinig, niet verlegen, niet besmuikt, nee, volledig – een echte smile.

“Wat is er?” vroeg ik.

“Niets,” giechelde ze.

“Nee, kom op, wat is er?” drong ik aan.

“Je hebt een mooie auto,” zei ze toen.

Eerlijk is eerlijk: ik wist niet wat ik hoorde. Een mooie auto. Ik begon te lachen. Het verkeerslicht sprong op groen. Het meisje grijnsde nogmaals.

“Je neemt me in de maling,” zei ik.

“Helemaal niet,” zei ze serieus.

Achter me toeterde een auto, en in de spiegel zag ik de tram de hoek om komen. Het roze meisje liep weg, en ik gaf gas en reed naar huis, ineens voorzien van een goed humeur, niet omdat ik een mooie auto had, maar om het meisje – wij en zij, my ass, dacht ik, vreedzamer dan dit kon het niet worden.

Ik reed langs de Hema, Surinaamse toko’s, Albert Heijn en de oliebollenkraam op de brug. Op de radio brandden de voorsteden van Parijs nog steeds, maar mijn eigen stad lag er waardig bij. Hoe lang nog? En zal mijn auto ook in vlammen opgaan als het hier bingo is?

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.