Een politieke avond

[dropcap]E[/dropcap]en mistige avond in Den Haag. Het schijnsel van oranje lantarens tussen de kale bomen op het Lange Voorhout. De betonnen gordel om de Amerikaanse ambassade. De uitnodigende vensters van de oude bodega De Posthoorn aan de overkant.

Binnen: een politiek debat.

Aanwezig: minister Pechtold en kamerlid Eerdmans, beiden Pietje Bell genoemd, de een de Pietje Bell van het kabinet, de ander de Pietje Bell van de kamer. Verder: een vijftigtal belangstellenden, keurige heren, wat dames, een handjevol Marokkaanse jongeren dat halverwege zal weglopen, de lijsstrekker van de LPF in Den Haag, met zijn rokende gevolg aan de stamtafel, een groep nette jongens in blazers en goedkope pakken: de organisatie.

Obers lopen rond.

Bier, koffie, spa.

De discussie tussen de twee Pietjes is geanimeerd te noemen. De minister verdedigt zijn plannen voor bestuurlijke vernieuwing, het kamerlid schiet er gaten in, maar is het er eigenlijk ook wel weer mee eens. De een heeft benul van strukturen die uiteindelijk de cultuur beinvloeden, de ander heeft haast en bedient zich van vlotte, volkse retorica, hij heeft de lachers al snel op zijn hand. Veel meer dan gezonde borrelpraat slaat hij niet uit.

De minister, je kunt hem veelgeplaagd noemen, staat er ontspannen bij, aan de hangtafel waar het debat plaatsvindt. Hand in de zak van zijn grijze pak, de wangen blozend, het haar fris gekapt. Hij heeft iets van het kereltje dat hij is sinds Jan Blokker hem zo noemde. Dat wordt nog een hele kluif om onder die benaming uit te komen. Af en toe zie je hem er zelf aan denken.

‘Schaamt u zich niet meneer Pechtold?” vraagt dan een vrouw uit het plubliek, corduroy rok, gezellige trui.

De minister begrijpt meteen waar de vraag over gaat. Nee, hij schaamt zich niet voor wat hij over de Haagse politieke zeden heeft gezegd. Je moet nu eenmaal soms iets forceren, hij heeft maar twee jaar de tijd om iets te bereiken. En wat hij wil veranderen is nog al wat: de houding van mevrouw bijvoorbeeld: “ik wil dat u weer betrokken raakt bij de politiek. De burgers zijn teveel toeschouwers geworden.” Daar heeft de mevrouw niet van terug, en voort gaat de avond met hoopvolle woorden over het Burgeriniatief, het correctief referendum en de gekozen burgemeester, waarbij Pechtold, een smooth talker is hij zeker, op zeker moment politiek vergelijkt met de hamsterrace in de Weekendkwis van Fred Oster. “Je moet gewoon de luikjes en de bordjes verzetten, dan loopt de marmot zo de duizend gulden in.”

Even is het stil in de Posthoorn.

Fred Oster, de Weekendkwis.

Met andere ogen wordt ineens naar de minister gekeken. Hij lijkt inderdaad op de kwismaster. Oké, hij is niet kaal, maar hij heeft hetzelfde guitige, hetzelfde blozende, hetzelfde, hoe zal ik het zeggen; hetzelfde fiere. Ja, fier. Tevens een tikje potsierlijk, maar evengoed: aandoenlijk.

De discussie gaat inmiddels over de kloof tussen burgers en politiek, en aansluitend over de ellende van de grote steden. Hangjongeren en criminaliteit. Joost Eerdmans heeft er een oplossing voor: de kazerne. De minister komt genuanceerd uit de hoek: schooluitval en jeugdwerkeloosdheid, discriminatie op de arbeidsmarkt. Niets mee te maken, roept Joost, de kazerne, de knoet, de knuppel.

Buiten ligt Den Haag – het Lange Voorhout in de mist. Op een steenworp Het Binnenhof – Jan Peters torentje verduistert, de Hofvijver een donkere spiegel van een werkelijkheid die zich niet in debatten laat vangen.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.