Een rode streek

[dropcap]H[/dropcap]a, de zon scheen. Ik had onmiddellijk zin om iets te kopen. Dat hangt samem met een medicament dat ik gebruik. Je krijgt er ook een dikke kop van. En onbedaarlijke vraatzucht. Ja, echt een fijn medicijn.

Wat te kopen?

In deze barre, economische tijden moeten we ons geld laten rollen, hoorde ik laatst een minister verklaren. Niet bang zijn, gewoon: kopen dat nieuwe plasmascherm. Maar zo bont ging ik het niet maken.

Wat dan?

Punaises!

Ik denk dat de assistent van de minister van financieen die iedere ochtend de kranten doorspit op berichten over zijn minister en er een mooi knipselmapje van maakt op dit moment ophoudt met lezen. Punaises, het moet niet gekker worden.

Ik was ook niet op zoek naar zomaar punaises die je overal kunt krijgen, maar naar pushpins en dan niet van die lullige, gekleurde plastic dingen, maar de echte van aluminium.

Nergens te krijgen.

Dat willen zeggen: niet bij kantoorboekhandels. Ik moest mijn vizier richten op winkels voor kunstenaarsbenodigdheden. Ik vond zo’n winkel en mijn hart begon al over te slaan. Hier ging ik niet alleen de pushpins vinden die ik zocht, maar nog veel meer dat ik absolut niet nodig had, maar lekker wel kon kopen.

Ik betrad de winkel.

De juffrouw overhandigde mij een doos aluminium pushpins, alsof ze mij al dagen verwachtte. Er viel een last van haar schouders. Meteen zag ik acher haar een piepklein schildersezeltje, nog geen tien centimeter hoog. Er hoorde ook een opgespannen en smetteloos wit doekje bij, drie bij drie ongeveer. Het ezeltje kostte één euro.

Eén euro!

En ik zou een nieuwe loopbaan kunnen beginnen. Met ezel en doek in de hand ging ik op zoek verf. Dit bleek al snel een ingewikkelde materie. Gelukkig had de juffrouw er kijk op. Wilde ik waterverf, olieverf? Wat was ik van plan?

Dat wist ik zelf ook nog niet.

Behalve dat ik rode verf wilde.

De juffrouw nam het voortouw en koos uit een muur van tubes een fiks exemplaar van de firma Winsor & Newton: Cadium Red Hue. Ik had nog nooit van dit merk gehoord, maar dat maakte nu allemaal niet meer uit. “Nog meer kleuren meneer?” vroeg de juffrouw.

“Nee, alleen rood,” antwoordde ik vastbesloten.

“Dan gaan we gaan naar de penselen,” zei ze, “rond of plat?”

Ik had een antwoord paraat moet hebben, maar in plaats daar van stond ik met een mond vol tanden naar honderden penselen te kijken. Dat kunstenaarsschap ging nog nog een hele opgave worden. De juffrouw liet intussen een mooi verzorgde nagel langs de penselen gaan. “Vijf,” hoorde ik haar mompelen, “nee, zes…” Nog aarzelde ze em toen gaf ze mij een vier. Ze keek me vragend aan.

“Vier is perfect,” zei ik, en ik zag mezelf ineens een schitterende streek op mijn kleine doekje zetten, een streek vol leven en overgave, een streek waar deskundigen het over honderden jaren nog over zouden hebben.

We kwamen bij de kassa. Hier trof ik ik iets dat in schoonheid alles overtrof, van de firma Leonardo: een kwast die eruit zag als een dolk; eem vlijmscherp lemmet van paardenhaar aan een handvat van donkerbruin hout. De streek der streken werd steeds groter, hoewel het doek niet meegroeide. Dat ging spannend worden voor de beginnende kunstenaar.

Even later stond ik weer buiten. Het wondere voorjaarslicht was er ook nog steeds. Hoe ik dat in Cadium Red Hue ging vangen, was het geheim van de smid. Zin had ik er wel in. Als het een succes werd, zou ik er mee op televisie verschijnen. Ook dat, ik moest er wat voor over hebben.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.