Een wit konijn

[dropcap]O[/dropcap]p het terras hoor ik twee dames over een wit konijn praten. Een novum. Vrouwen kun je op allerlei onderwerpen betrappen, maar witte konijnen had ik nog niet eerder voorbij horen komen.

Nu heb ik niets met witte konijnen. Dat moet even gezegd worden. Ik vind ze zelfs een beetje eng, zeker als ze ook nog rode ogen hebben. Maar erg diep gaat mijn afkeer niet. Leven en laten leven, dat is toch een beetje mijn standpunt. Je kunt moeilijk serieus staande houden dat onmiddellijk aan alle witte konijnen een einde moet komen.

Goed.

Ik ging anders aan mijn tafeltje zitten, zodat ik goed zicht had op de dames. Je zou zeggen: wat kan het je schelen, twee vrouwen en een wit konijn, maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt. En daar doe je weinig aan.

Niets eigenlijk.

Wat dat betreft is mijn nieuwsgierigheid niet alleen een zegen, maar ook een vloek. Ik had allerlei zinnigs aan mijn hoofd, er waren tal van beslissingen die ik zou kunnen nemen, enorme beslissingen zelfs, als ik de moed op zou kunnen brengen aan de Gordiaanse knopen te gaan trekken, maar nee hoor, meneer ging zich op sleeptouw laten nemen door een wit konijn.

De dames waren ergens tussen de dertig en de veertig. Het leken me jonge moeders, hoewel ze geen nageslacht bij zich hadden. Toch hadden ze die zorgelijkheid over zich die bij moeders hoort. Niet dat ze de hele dag aan hun kinderen lopen te denken, maar iets in hun onderbewuste is altijd op het ergste voorbereid. Wat dat betreft zijn jonge moeder de beste padvinders die Baden Powell zich had kunnen wensen: always prepared. Maar ja, Baden Powell had liever jongens in korte broeken.

Het viel nog niet mee het witte konijn in het gesprek te plaatsen. De dames hadden het namelijk inmiddels over heel iets anders. De een had net nieuwe Birkenstocks gekocht en de ander stond op het punt, maar aarzelde nog: zij wilde de massa niet volgen. Iedereen liep maar op die krengen, en daar kwam nog eens bij dat ze nauwelijks sleten, dus voor je het wist liep je drie jaar op dezelfde sandalen.

“Joh, ik heb zes paar! Ik kan er jaren mee toe.”

“Jaren mee toe,” echoode de ander, alsof zich ineens de volle breedte en diepte van haar leven ontvouwde, al dan niet op gezondheidssandalen. “Ik moet altijd zo aan mijn moeder denken,” bracht ze toen uit, “die liep iedere zomer op van die houten kleppers van dokter Scholl, rode. Ik weet het niet, ik vond dat heel zielig. Ze liepen vast heel lekker. Maar zo armoedig!”

“Meid, wat kan jou dat nou schelen. Praktisch, daar gaat het om. En die dingen zitten lekker. Schollen ook hoor. En ze kosten geen drol.”

“Jaja,” onderbrak de ander, “Twee jaar geleden jaar heb ik een hele zomer op Crocs gelopen. Lichtblauwe. Maar ik voelde me de hele tijd alsof ik op de camping was. Je kan op zulke dingen de straat toch niet op? Crocs! Iedere debiel liep er op. Jeroen heeft me een maand niet aangeraakt.”

“En dat kwam door die Crocs?”

“Ja, door die Crocs!”

“Je had ze toch in bed niet aan?”

“Haha. Anja doet alsof ze leuk is.”

Anja knikte, nam de laatste slok van haar cappuccino, haalde haar wijsvinger door het kopje om het laatse schuim te vangen, stak hem vergenoegd in haar mond (waarom was het een obsceen gebaar?) en zei toen: “En nu moet Anja op haar nieuwe Birkenstocks naar de dierenwinkel om een wit konijn te kopen. Ga je mee? Leuk.”

“Je moet kinderen nooit een konijn geven.”

“Aah joh, leuk!”

“Ze steken een keer een wortel door het hek en daaarna mag jij drie jaar lang de stront opruimen. En stinken, zo’n hok op het balcon.”

“Hij wordt maar één keer vier,” wierp Anja tegen, “en geef toe, het is origineel, een wit konijn. Wie wil er nou een wit konijn? Zo grappig. Echt iets voor Max. Ik heb de hele stad afgebeld voor een wit konijn. Kom!” Anja stond op.

“Een wit konijn,” mompelde de ander, “soms als ik ons zo hoor praten, heb ik het gevoel dat we in het verkeerde leven zijn verdwaald. Gezonde schoenen, konijnen. Waarom neem je geen hamster? Zeg je tegen Max dat de konijnen op waren. Een hamster kun je tenminste nog rondjes laten hollen in zo’n draaimolen. Een konijn doet niks. Nou ja, poepen en wachten op een schoon hok.”

“Max haat hamsters. Al zijn vrienden hebben hamsters. Kom op schat, we gaan, dat konijn kan niet wachten.”

De dames betaalden hun cappuccino’s, haalden hun bakfietsen van de kettingsloten en bestegen de zadels. Het woord dat me te binnen schoot was ‘manhaftig’ – en ik wilde ze iets naroepen, maar ik wist niet wat. Ik had mijn eigen sores, daar zou ik ze niet graag van in kennis stellen. En zeker niet luidkeels. Sommige dingen kan een mens beter voor zich houden. Een wit konijn bijvoorbeeld.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.