Geheimzinnige post

[dropcap]D[/dropcap]e post bezorgde onlangs een bruine, kartonnen envelop. Hij was eerder gebruikt, want er zat een sticker op van uitgeverij Podium. Over die sticker was een andere sticker geplakt, en daarop stonden mijn naam en adres. Het retouradres bestond uit een postcode en een huisnummer in Bussum. Dit was met een blauwe balpen opgeschreven.

Een naam ontbrak.

Ik opende de envelop en kwam er een CD te voorschijn. Op de CD stond niets en nieuwsgierig schoof ik hem in mijn CD-speler. Na een korte stilte klonk enige gekraak, gevolgd door een pianoriedel en een stem die enkele woorden zong. Ik moest even aan Jerry Lee Lewis denken, maar die was het niet.

Het was Bob Dylan.

Volgens het display van mijn CD-speler stonden er dertien nummers op de CD. Dat bleek niet helemaal het geval: het waren dertien takes van hetzelfde nummer. De ene keer was de uitvoering sneller dan de andere keer, soms werd er in een andere toonhoogte gespeeld, dan weer werd het nummer halverwege afgebroken. Tussen de verschillende opnames werd er gepraat, Het was duidelijk dat ik hier een opnamesessie in handen had.

Ik ben behoorlijk thuis in het oeuvre van Bob Dylan, maar het nummer dat hij hier zong, kende ik niet. “The river whispers in my ear, I have hardly got a penny to my name” – zo luidt de openingsregel en voor de aardigheid voerde ik die regel in op de site van Bob zelf, maar dat leverde geen treffer op. Daarna probeerde ik het met google en verdomd: het nummer heette Tell Old Bill en was in 2005 door Dylan opgenomen voor de soundtrack van de film North Country.

Nooit gezien, die film.

Het valt niet mee om achter elkaar naar dertien keer hetzelfde liedje te luisteren. Na een half uur hoor je niets anders meer, alleen dat vreemde, shuffelende, wals-achtige bluesje met hier en daar dreigende regels tekst, gezongen door een rauwe, doorleefde stem, regels als “the enemy is at the gate, beneath the thunder-blasted trees the words are ringing off your tongue” en “I look at you now and I sigh, how could it be any other way?”

Intussen wist ik nog steeds niet wie me dit unieke document had toegestuurd. Voorzichtig priegelde ik met een mes aan de adressticker op de envelop. Als ik die er goed afkreeg, zou ik kunnen zien aan wie hij oorspronkelijk gericht was. Maar ik kreeg de sticker er niet af. Ik belde uitgeverij Podium en vroeg of ze iemand in Bussum in hun adresbestand hadden.

Dat vond het meisje dat de telefoon opnam een gekke vraag. Ik legde uit hoe de vork in de steel zat, en oké, voor één keer wilde ze wel aan zo’n verzoek voldoen. Was het een grote envelop? Nee. Een kleine? Ja, zo eentje waar een uitgeverij een nieuwjaarsgeschenkje of een gedichtenbundel in verstuurt. Goed, ze ging zoeken.

Een half uur later belde ze terug. Ze had één hit in Bussum: Peter Pontiac, de tekenaar. Ik bedankte haar en zocht in mijn mailbox naar het adres van Peter (ik heb wel eens met hem te maken gehad) – en stuurde hem een bedankje.

Tell Old Bill (take 7) maakt inmiddels deel uit van de soundtrack die hier dagelijks door het kantoor schalt. Het is een hartverscheurend lied waar je ook nog op kunt dansen. Als u het wilt horen moet u Dylans nieuwste CD kopen: Tell Tale Signs. Daar duikt Tell Old Bill ook op, take 13.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.