Groningse gedichten

[dropcap]I[/dropcap]n de Folkingestraat zag ik een meisje lopen
Waar ik zomaar verliefd op kon worden
Al het was maar vanwege haar ronde kont, en
Het blousje onder haar zwarte, korte bontjas:

Een blousje rood en wit geruit als het
Tafelkleed van een pannenkoekenhuis

Later die dag zag ik hetzelfde meisje
Door de Boteringestraat gaan – het regende
Inmiddels, en ze had in haar linkerhand
Zeker vijf plastic tasjes, gevuld met spullen
Van de markt. Met haar rechterhand hield
Ze haar zwarte bontje dicht – niet erg,

Want ik wist van haar pannenkoekenhuis.

Het werd nacht, en het werd ochtend
(Een wonder waar je zelden iemand over hoort)

En amper op straat zag ik haar weer, deze
Keer in de Oosterstraat, ter hoogte van Vera

Ze had geen tasjes bij zich, maar droeg
Wel een glimlach op het gezicht. Ik wilde haar
Aanspreken, maar in plaats daarvan keek
Ik nadrukkelijk naar haar pannenkoekenhuis

En later naar haar ronde kont, die in een strakke
Spijkerbroek stak. Ze bewoog zich langzaam richting
Grote Markt, om het verhaal compleet te maken.

2

Om de hoek van waar ik ooit woonde
Ligt een straatje dat nog steeds precies
Hetzelfde straatje is, met ’s nachts dezelfde
Glinstering op de natte keien, dezelfd echo
Van mijn voetstappen die hier voor altijd
Eenzaam klinken, zelfs als ik zij aan zij
Ga met mijn eigen vrouw op hakken

3

In de Muurstraat zitten de hoeren
En het klinkt alsof daar vlakbij ooit
De muur was om de stad

In de Muurstraat zitten de hoeren
En het klinkt alsof het altijd al zo was
Alleen het eenrichtingsverkeer is nieuw

In de Muurstraat zitten de hoeren
En hier en daar zie je pooiers, Turkse
Jongens met de handen in de zakken
Van hun goedkope leren jassen

In de Muurstraat zitten de hoeren
Eeuwenoud hoer te wezen, hoe
Jong ze ieder jaar ook zijn.

wit800

download


Deze content is geplaatst in categorie: Gedichten.