Het schrijven van een roman

[dropcap]H[/dropcap]et is de maand van de roman, dat wil zeggen: de National Novel Writing Month. Schrijf iedere dag 1500 woorden en je hebt een kloek boek. Het is een evenement dat zich afspeelt aan de onderkant van het nieuws en de actualiteit afspeelt.

Underground.

Duizenden mensen doen er aan mee, over de hele wereld. Aan het einde van de maand zijn er honderden romans voltooid. Of die romans ooit de boekhandel halen, is een tweede. Daar gaat het ook niet om. Het gaat om die 1500 woorden per dag, en die 45.000 woorden aan het einde van de rit.

Tsja.

Het schrijven van een roman is geen sinecure, en zeker geen sport. Graham Greene schreef iedere dag vijfhonderd woorden, waar hij ook was en wat er verder ook op zijn agenda stond: tandartsbezoek, een reis, een begrafenis. Altijd vijfhonderd woorden, met de hand. Hoeveel boeken het hem uiteindelijk heeft opgeleverd, weet ik niet precies. In mijn boekenkast staan er in ieder geval veertien, waaronder een paar hele slechte, want Greene geneerde zich niet voor niemendalletjes. Hij had ze nodig om zijn quotem te halen.

Zelf schrijf ik ook vijfhonderd woorden per dag, nou ja, zeshonderd. Zo lang is dit stukje. Ik schrijf ook nog wel eens wat anders, maar dat telt niet echt mee. De zeshonderd woorden waar we nu mee bezig zijn, daar gaat het om. En de volgende zeshonderd, morgen, overmorgen. Ik heb wel eens geprobeerd een aantal van die stukjes aan elkaar te rijgen, maar dat werkte niet. Ieder stukje gaat over iets anders. Het enige verband dat er tussen al die stukjes bestaat, ben ik. Houd er mee op, kreeg ik laatst van Kader Abdoulah te horen, en ga een roman schrijven, dan heb je ook meteen geen kanker meer. Een boude uitspraak van de machtige snor, dat is een ding dat zeker is.

Ach, de roman.

Een van mijn favoriete boeken in dit verband is Het boek van Kantelbeek, een novelle van Eelke de Jong, een legendarische Haagse Post-journalist die al jaren dood is, maar die ik nog altijd bewonder. In Het boek van Kantelbeek treffen we een man die een roman gaat schrijven. Hij heeft zich daartoe teruggetrokken in een pension in een klein stadje op het platteland.

“Als hij elke dag tien pagina’s kon schrijven, had hij na een maand een boek van driehonderd bladzijden, tweehonderdtwintig als hij de zaterdagen en zondagen niet doorwerkte. Maar waarom zou hij de zaterdagen en zondagen er niet bijnemen. Hij haalde een agenda uit zijn zak, sloeg deze open op de eerste van de maand (morgen) en noteerde bladzijde 1 tot bladzijde 10. Voor de volgende dag noteerde hij bladzijde 11 tot 20, en zo bladerde hij de maand door, tot hij bij de laatste dag was aangekomen, en daarmee bij bladzijde 301 tot 310, omdat het een maand was met 31 dagen.” Inderdaad, tien bladzijden meer dan de voorgenomen driehonderd, en dus heeft de romancier meteen de volgende dag vrij.

Uiteraard ontmoet hij vervolgens een leuk meisje dat hem ernstig van het werk afhoudt. Maar niet getreurd. Dan schrijft Kantelbeen wel elf bladzijden per dag, of twaalf, of dertien. Het einde van het liedje is dat hij helemaal niets schrijft. En zo gaat het met de meeste romans, ook in de National Novel Writing Month: zij worden niet geschreven en bestaan alleen in het hoofd van de schrijvers in spé. Mooie dromen zijn het, de meeste romans, meer niet.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.