Hond, man en nacht

[dropcap]I[/dropcap]k liet de hond uit, of andersom: de hond liet mij uit. Het was een opmerkelijk stille avond. We liepen niet oons vaste rondje. Dit was een initiatief van de hond.

We kwamen langs het water te lopen. Het lag er roerloos en donker als een verweerde spiegel bij. Op de kade achter was geen verkeer. Er hing een geheimzinnige stilte over de stad en de dingen. Zelfs de hond was er beduusd van.

Zij trok mij zachtjes voort, en draaide kek met haar heupen. Af en toe keek ze om. Ze wist naturulijk dat ik er was, ik had haar aan de lijn tenslotte, maar kennelijk wilde ze af en toe toch even checken hoe het met mij ging.

Alles was in orde.

We kwamen op een leeg parkeerterrein. Altijd mooi. Aan de waterkant stonden een paar oude, houten gebouwtjes die bij een rondvaartonderneming horen. Maar het is jaren geleden dat hier een rondvaartboot aanlegde.

De hond had een grote belangstelling voor de gebouwtjes. Er viel kennelijk veel te ruiken. Ik liet haar begaan, want we hadden alle tijd. De lucht was fris en tintelend.

Na enige tijd was de hond klaar met haar inspecties en konden we onze weg vervolgen. Ze keek me aan – waarheen? Ik had geen idee, het kon mij deze avond niet schelen. De hond wist het ook even niet.

Ze aarzelde.

Toen wist ze het, en daar gingen we, richting het Leidseplein. Eerlijk gezegd had ik liever rechtsomkeert gemaakt, maar het was haar beslissing, en haar verantwoordelijkheid. Ze begon alvast stoerder te lopen. Ik rechtte de schouders.

We kwamen bij de buste van Herman Heijermans. Jarenlang moest Herman het zonder neus stellen (zinloos vandalisme), maar nu had hij er weer eentje. We bleven er een tijdje rondhangen. Er was weer van alles te ruiken. Ik keek naar de vreemde kop van de grote schrijver (zijn roman Kamertjeszonde heeft een diepe indruk op mij gemaakt) en dacht eigenlijk nergens aan. Ik oefen mezelf daarin de laatste tijd.

Nergens aan denken.

De hond keek mij aan. Wat wilde de baas nu? Als het aan haar lag, gingen we terug. Ze had me bij Heijermans gebracht, misschien wel met een bepaalde reden (ik begon me daar ineens zorgen over te maken) en nu wist ze het ook niet meer. Daarbij; het was laat en de geheimzinnige stilte waarmee het uitje was begonnen, had plaatsgemaakt voor toeterende taxi’s, bussen, gejoel van dronken stemmen in de verte.

We keerden om.

En even later waren we weer op het verlaten parkeerterrein. De hond kreeg iets dartels over zich, en ik maakte de riem los. Ze keek me verwonderd, maar ook blij aan en begon toen om me heen te dansen. Vanuit een hotel aan de kade werden we gadegeslagen door een man met ontbloot bovenlichaam.

Na de vreugdedans ging de hond er als een speer vandoor om aan de huisjes van de rondvaartonderneming te snuffelen. Ze kreeg er maar geen genoeg van. Ik overwoog dat het toch geweldig moest zijn om de neus van een hond te hebben, desnoods voor één dag.

Ik wandelde verder.

En de hond kwam zich keurig bij mij melden om weer aangelijnd te worden toen we bij het zebrapad waren. Ondanks dat er geen verkeer was, wachtten we keurig tot de voetganger in het verkeerslicht groen oplichtte. Rustig staken we toen over. Even later, in onze straat, viel de geheimzinnige stilte weer over ons. Het was net alsof de stad haar adem in hield. Een reden daartoe kon ik niet verzinnen. En daar was ik tevreden mee.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.