Iedereen Poept

[dropcap]W[/dropcap]at poepen betreft is één ding duidelijk: je hebt er een WC voor nodig. Dat is wel eens jammer, maar zo is het nu eenmaal. Het zou een mooie boel zijn als iedereen het maar op straat deed. Al zou er dan wel meer over gepraat en geschreven worden. Een stukje emancipatie zou het zijn.
Over die WC valt het volgende te zeggen. Behalve met een verjaarskalender hebben we er te maken met een toiletpot. Er zijn twee soorten.
De schotelpot.
De dieplader.
In de eerste pot komt de poep in een flauw, stilstaand plasje water terecht, op een plateau. Daar ligt de poep stil tot je doortrekt, en dan verdwijnt hij al dan met moeite in het lager gelegen riool. In de tweede pot valt de poep al met een plons in een diep water dat meteen is aangesloten op de riolering; je kunt er niet meer bij, laat staan naar kijken. De laatste jaren zien we dat de schotelpot verdwijnt, en de dieplader oprukt. Iedereen pikt het maar dat zijn drol onmiddellijk aan het oog wordt onttrokken. Alsof er niets te zien is.
Vorig jaar werd ik bezocht door een ernstige ziekte die zich afspeelde in mijn darmen. Ik zal er verder niet over uitwijden, maar één ding moet me van het hart: als ik thuis een schotelpot in plaats van een dieplader had gehad, was ik eerder naar de dokter gegaan. In een vroeg stadium had de ziekte dan een halt kunnen worden toegeroepen. Nu is het maar de vraag of ik er ooit vanaf kom. Ik weet niet wie ik moet bedanken in dit verband. De aannemer misschien die zonder overleg een dieplader installeerde.
Oké.
Poep is iets dat je moet kunnen bekijken. Ik had bijvoorbeeld graag willen zien dat er bloedsporen mee naar buiten kwamen. Nu kon ik alleen maar vaststellen dat het toiletpapier na gebruik wat roder kleurde dan normaal. Meestal deed ik dat af met de rode bieten die we net had gegeten, of een week daarvoor, of een maand geleden, ik bedoel – hoe lang duurt het voor je de gevolgen van rode bieten in je poep ziet? Daar kwam bij dat ik het vaak ook niet goed kon zien.
Bruin en rood mengt nogal goed, en zeker op toiletpapier dat zoals bekend bepaalde bewegingen maakt, langs bepaalde, weliswaar strategisch, maar toch ook onhandig gelegen openingen. Had ik die verdomde dieplader niet gehad, dan had ik mijn drol kunnen bestuderen, conclusies kunnen trekken.
De meeste mensen zal het worst zijn, dat realiseer ik me ook wel. Velen van ons zijn uitzonderlijk bang voor onze eigen poep. We schamen ons er voor, net als als voor pruttelende buiken, onverhoedse flatulentie en de verkeerde consistentie, lees – diarree. Zelfs bij de dokter durven we niet goed te zeggen wat er aan scheelt. Er zijn ook zoveel eufemismes voor dat je makkelijk in de war raakt. Ik ben daarom voor duidelijke taal.
Poep is poep.
Het is bruin, licht of donker.
Het is stevig of niet.
Het komt makkelijk, of het komt moeilijk.
Het stinkt.
Er zitten al dan niet harde stukjes in.
Meer woorden kun je er niet aan vuil maken, eigenlijk. Is het niet heerlijk? Duidelijkheid is een grote zegen, als je er over nadenkt. Om nog meer duidelijkheid te bevorderen dient de schotelpot onverwijld terug te keren in de woningbouw. Het moet de standaard zijn, in plaats van de uitzondering. Wie diep wil laden, moet het zelf maar weten. Je gaat sneller dood als je niet naar je poep kunt kijken. En ik weet waar ik het over heb, vergis u niet.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.