In bed met Tatum

[dropcap]S[/dropcap]chrijvers zijn oh zo interessant. Oudere mannen ook. Vooral als ze dan ook knapper worden. Zo ben ik in bed beland met Martin Bril. Hij had alleen een paar eisen voor het interview: we zouden allebei naakt op de foto moeten gaan en hij wilde een kamer op de zolderverdieping. Nou viel dat laatste wel te realiseren, maar dat naakte…

TATUM: Je bent wel veeleisend. Een zolderkamer én naakt.

Das toch niet erg, ik vind het wel goed, veeleisend zijn.

TATUM: Maar ik durf niet naakt. Ik ben heel preuts.

Dat was een grapje natuurlijk. Voor het concept. Tatum in bed. Dan moet je naakt natuurlijk. Dat is sterker. Maar goed, we maken gewoon een vrolijke foto en klaar. Ik ben ook niet zo in vorm vandaag. Nog niet helemaal wakker. Het was laat gisteren. En ik vind mezelf te dik. ik zit er mee. Ik zag mezelf naakt in de spiegel bij de fysiotherapeut en toen vond ik mezelf heel walrusserig.

– Kan je laten liposucken.

Ja heb ik ook al aan gedacht. Er schijnt een nieuwe methode te zijn : een soort vetkanon dat werkt met laserstralen. Slimmer.

– Zullen we dat samen gaan doen?
Jij bent zo slank als een den.

– Ik heb een beetje een dikke reet.
Laat eens zien dan. Heb je ook brede heupen?

– Ja, best wel, daarom durfde ik ook niet naakt.
Brede heupen vind ik mooi, dat geeft houvast.

– Als je toch veeleisend bent, heb je nog een voorkeur aan welke kant je wil liggen?
Eigenlijk aan die kant. (wijzend naar links) Dat is mijn kant.

dscn2315_2

[beeld: martinbril.nl]

– Dat is jouw kant? Deze kant voelt niet goed?
Nee, dit voelt niet goed.Onnatuurlijk zal ik maar zeggen. Ik slaap altijd aan dezelfde kant.

– Word je ook nooit per ongeluk aan de andere kant wakker?
Nee . Ook als ik alleen slaap, lig ik daar. En mijn hond aan de andere kant.

– Ruik je ook naar hond?
Nee helemaal niet, mijn hond ruikt ook niet naar hond. We ruiken allebei naar Chanel.

– Mag ik…? Kan je zelf goed interviewen?
Nee helemaal niet, want ik ben niet nieuwsgierig dus dan is interviewen vrij lastig.

– Een schrijver die niet nieuwsgierig is, hoe kan dat nou?
Nou, ik ben wel nieuwsgierig, maar ik ben te verlegen om vragen te stellen. Ik heb altijd een bewondering voor mensen die impertinente vragen stellen, die hun hart volgen in wat ze willen weten.

– Veeleisend en toch verlegen?
Ja, ik zou jou niet snel de hemd van het lijf vragen.

– Je zei net nog dat ik naakt moest. Dat is een impertinente eis stellen.
Dat was gewoon een beetje teasen.

– Vind je dat ik impertinente vragen stel?
Nee, helemaal niet.

– Hoe lang is je lul eigenlijk?
Kijk, dat vind ik een behoorlijk impertinente vraag. Niet zo lang trouwens. Maar gewoon vragen stellen vind ik moeilijk. Ik heb meer de neiging om op te schrijven wat ik zie, dan mensen iets te vragen.

– De toeschouwer.
Ja en meestal ben ik beetje chagrijnig en verlegen. maar dat gaat steeds beter hoor. Toen ik achttien was, toen was ik echt verlegen. Had ik lang haar en pukkels, Jezus, ik zag er niet uit.

– Jij bent een man die, naarmate hij ouder, ook knapper wordt…
Ja, behalve dus dat walrusachtige. Ik ben in alles een laatbloeier, maar dat maakt ouder worden leuk. Er kan volgend jaar bijvoorbeeld zomaar iets nieuws beginnen. Dan heb je altijd iets om naar uit te kijken.

– Op één of andere manier vinden vrouwen je interessant. Wat is dat toch?
Weet ik niet, als ik het wist…Weet je wat het is, ik vind vrouwen leuk: ik vind het leuk om met vrouwen te praten. Vooral te mutsen, over nagellak, zonnebrillen… Je kan met vrouwen meer lachen dan met mannen. Kijk, met mannen gaat het altijd over vrouwen en auto’s , dat is hartstikke saai. Met vrouwen kun je over veel meer praten.

– Dus jij bent eigenlijk een soort metroman.
Nee dat ben ik niet, want een metroman is alweer uit.

– Een überseksueel. Dat is hip.
Nou dan zal ik dat wel zijn. Maar wat is dat dan precies?

– Geen idee. Ik weet gewoon dat het hip is.
Volgens mij ben ik een hufter, vrouwen vinden hufterige mannen leuk.

– Ja, dat is het misschien. Iets in je ogen zegt: ik neuk elke dag een ander.
Mijn vrouw zegt altijd: ik zie het aan je ogen, het is weer zo ver, daar heb je die blik weer. Dat is een bepaalde blik dan. Ik kan ineens heel geil kijken.

– Doe eens.
Ja, jij krijgt ‘m nog wel.

– Is dat het : die blik, waardoor vrouwen je boeiend vinden?
Ik denk dat vrouwen mij ook interessant vinden omdat ik veel over vrouwen schrijf. En om m’n uitstraling: aan de ene kant ben ik huisvader, aan de andere kant rock ‘n roll…

– Wat is er zo rock ‘n roll aan je?
Dat is eigenlijk over, ik ben niet meer zo rock ‘n roll. Ik draag ook geen cowboylaarzen meer, je wordt een beetje normaal, snap je. De tijd van laat opblijven, wijven en drugs is voorbij. Ik ben een beetje een trut geworden. Ga tegenwoordig al om 22.00 uur naar bed.

– Dus je bent nu in een fase dat je een bejaarde aan het worden bent.
Nou, ik ben ouder aan het worden en dat vind ik leuk. Heb ik zin in. Ik lig heel vaak in bed, met mijn vrouw. Vaak tot twaalf uur in de middag. Als je grote kinderen hebt, gaan die om 8 uur weg en dan kan je daarna weer in je bed gaan liggen.

– En lig je wel vaker , zo, met een andere vrouw in bed?
Nee, ik lig alleen met mijn eigen vrouw in bed. Steeds langer valt me op. Ik ben heel erg verliefd op mijn vrouw.

– Je staat wel bekend als een grote vreemdganger.
Ah, dat is allemaal onzin. Dan was mijn vrouw allang niet meer met mij getrouwd om maar eens wat te noemen. Er wordt altijd meer geluld dan er valt te bewijzen. Ik hoorde laatst het verhaal van iemand die zeker wist dat ik drie dagen met de hoofdredactrice van Elle in het Amstel Hotel een suite had verbouwd. Nou dat is echt dus volkomen onzin. IK ben nog nooit in een suite van het Amstel Hotel geweest.

– Wanneer heb je voor het laatst met een wildvreemde vrouw in bed gelegen?
Echt heel lang geleden, ik lieg niet hoor.

– Er zitten genoeg vrouwen achter je aan volgens mij.
Valt wel mee. Ik heb wel altijd getrouwde vrouwen achter me aan.

– Getrouwde vrouwen? Omdat dat safe is?
Ja het voordeel daarvan is dat het toch nooit wat wordt, omdat ze getrouwd zijn. En het is gezellig hè, kan je een beetje roddelen over haar man, wat hij niet goed doet.

– Volgens mij zitten vrouwen achter jou aan omdat ze hopen dat je een stukje over ze schrijft.
Dat zou best kunnen.

– Hoe zorg ik ervoor dat je morgen over mij in je column schrijft?
Dan zouden we wat mee moeten maken. Of jij, wat ik toevallig zou zien. Laatst dacht ik, toen ik een dag er de tering in had omdat ik vijf tikfouten had in mijn column: waarom kom ik nou nooit eens een leuke nymfomane tegen? Dus dat schreef ik ook op in mijn column, hopend dat het de volgende dag in mijn inbox nymfomanen zou regenen. Maar niks, geen één nymfomane! Bestaan die eigenlijk wel? Heb jij er wel eens een ontmoet?

– Nee. Maar die ‘Evelien’ doet ook geen flikker en daar schrijf je makkelijk een heel boek over.
Kijk, als je naast mij op een terras met een vriendin zit te lullen over zonnebrillen, putten in je dijen, een dikke reet, nieuwe schoenen, dan schrijf ik daar zo een column over.

– Dus daar hoeven we niks voor te doen?
Nee. Evelien heeft er ook niks voor hoeven te doen, want die heb ik gewoon opgepikt. Dat was gewoon een huisvrouw die ik ken van het schoolplein. En die maakte op een dag een leuke opmerking over dat er haar uit haar mans oor groeide en zij het af en toe afknipte, dat ze daar zo’n hekel aan had. Toen heb ik daar een personage van gemaakt.

– Je bent nooit met haar het bed ingedoken?
Nee joh, godzijdank.

– Dus.. al die vrouwen die indruk op je willen maken, dat is allemaal moeite voor niks?
Ja, dat is allemaal moeite voor niks. Je moet geluk hebben. Vorige week hoorde ik bijvoorbeeld ook twee vrouwen, die waren volgens mij wezen shoppen, die zaten over een of andere Patrick te lullen, volgens mij Patrick Kluivert en dan schrijf ik gewoon zo’n gesprek op.

– Krijg je fanmail?
Oh ja, verschrikkelijk: huwelijksaanzoeken of mensen die vragen of ik soep bij ze kom eten.

– De schrijvers-groupies!
Ik was een keer in Hardenberg of all places, met de jongens Bart Chabot en Ronald Giphart en we werden na afloop van de voorstelling aangesproken door een vrouw die het zo leuk vond met alle schrijvers die Hardenberg bezochten, een trio te hebben. Samen met haar man.

– Ben je erop ingegaan?
Nee absoluut niet, die vrouw was echt verschrikkelijk lelijk, op het enge af.

– Op wat voor vrouwen val je?
Nou ja, op alle vrouwen eigenlijk.

– Als het maar tieten heeft?
Als het maar beweegt. En ze moeten humor hebben. Dat is het belangrijkste.Je moet met ze kunnen lachen. En erg lelijk moeten ze ook niet zijn. Liever mooi.

– Oh, ik zag je blik! Die geile blik!
Ja. Stout vind ik leuk.

– Je moet wel je tanden laten bleken.
Ik heb een professionele elektrische tandenborstel gekocht. Ben ik urenlang mee aan het poetsen elke dag.

– Zou je beter staan, witte tanden. Doe je het nóg beter bij de vrouwen.
Ja ik heb echt gele tanden, komt ook door het roken. Ik denk dat ik het een keer ga doen. En ook iets aan mijn gewicht.

– Vind je jezelf wel een goeie schrijver?
Soms wel. Één keer in de maand ofzo.

– Op welke dag?
Nou dat is niet te voorspellen. Af en toe schrijf ik wel eens wat op waarvan ik denk: nou, dat is wel goed opgeschreven. Maar dat gebeurt niet zo vaak. Vroeger gebeurde dat vaker. Hoe langer je het doet, hoe meer eisen je aan jezelf stelt. Dat is trouwens met alles zo.

– Als je niet zou schrijven, wat zou je dan gaan doen?
Niks.

– Je bent een beetje lui hè, jij.
Ja ik ben lui.

– Ook in bed?
Hahaha, daar gaat ze weer. Ja eh,…, ik ben ook lui in bed.

– Dus je bent meer een ontvanger dan een gever?
Oh nee hoor, in die zin bedoel je. Ik hou helemaal niet van ontvangen, ik kan heel goed geven, maar niet te lang, daar hou ik niet van. Ik heb een hele korte attentiespanning.

– Dus we moeten opschieten?
Ja, we moeten vaart maken, anders heb ik het gehad, dan ga ik me vervelen.

– Maar als we over seks praten toch niet?
Nee, maar dat hebben we nou al een tijdje niet gedaan.

– Met vrouwen heb je dat niet, dat je elk uur een ander wilt?
Ik ben op vrouwen ook wel snel uitgekeken. Maar ik ben ook heel trouw, ik bedoel, gek genoeg, aan leuke vrouwen ben ik heel trouw. Als ik maar tijd voor mezelf heb. Weet je wat het is: heel veel mannen durven niet te zeggen: de mazzel, ik wil even alleen zijn. Ze moeten altijd iemand om zich heen hebben.

– Ja, dat is waar ja, mannen zijn grote kinderen wat dat betreft. Ze zijn niet graag alleen want dan gaan ze nadenken over de zin van het leven en worden ze somber, depressief.
Mannen zijn eigenlijk wrakhout als je er langer over nadenkt. Daarom zijn vrouwen ook zo leuk, die staan tenminste met twee benen op de grond. Mannen zijn toch een beetje zielige wezens, vind ik. Ik was laatst op de AutoRai en daar had je duizenden mannen in zo’n jacquet en die gingen dan allemaal in zo’n hele nieuwe auto zitten en dan gingen ze foto’s van elkaar maken. Dat heeft toch iets heel sneus vind je niet.

– Je schrijft élke dag een column voor de Volkskrant, hoe flik je dat?
Dat is mijn beroep. Andere mensen hebben een ander beroep. Je moet er dus ook niet al te hoogdravend over doen. Ik heb tot mijn vijfendertigste voor alles en iedereen geschreven. Echt, voor ieder blad. Zelfs voor de Viva. En op een gegeven moment wist ik er wel zoveel van, dat ik het iedere dag kon doen, een stukje schrijven. Het is een kwestie van trainen en oefenen. Schrijven is gewoon een kwestie van het doen. En een kwestie van lezen, goede dingen lezen.

– Het telefoonboek lezen?
Het telefoonboek kun je overtikken als je inspiratie nodig hebt zeg ik altijd. Inspiratie bestaat niet, je kunt gewoon in het telefoonboek kijken en dan kom je wel een naam tegen. Ik heb altijd veel inspiratie uit namen geput. Dan loop je over straat en zie je een uitzendbureau dat ‘Adrem’ heet. Dan denk ik dat is een leuke naam voor iemand: Ad Rem. Dat is dan een heel verlegen jongen en die heet Ad Rem. Dan ben je in in business.

– Hoe anders had je leven eruit gezien als je Willem Christiaan had geheten? Want dan had op je post WC Bril gestaan. Dan was je vast gepest vroeger.
Ik ben ook gepest vroeger, Ik was heel klein voor mijn leeftijd, ik had heel veel puistjes, heette Bril, was heel verlegen en ik was heel goed op school. Dus dan word je heel erg gepest.

– Wat was jouw nickname.
Oh wel wc bril. Of brilslang.

– Heb je er ook littekens aan over gehouden?
Nou, geen zichtbare.

– Mentale?
Nee, helemaal niet eigenlijk.

– Ben je daarom zo’n einzelganger?
Nee ik ben een einzelganger omdat ik zoveel verhuisd ben en ik eigenlijk nooit vriendjes gemaakt heb. Maar ik vond dat helemaal niet erg, ik vond dat alleen maar leuk.

-Kan je huilen? Dat is leuk voor dit stukje.
Ja ik kan wel huilen.

– Huil je als je klaarkomt?
Nee, jij?

– Gelukkig niet, vind ik zo suf.
Ik maak wel rare geluiden.

– Dat hoef ik niet te weten. Word je nog wel eens gepest?
Door mijn kinderen. Dan zeggen ze: hé, vaderfiguur! Of ze beginnen over de man die op zondag het vlees komt snijden. Ja, m’n kinderen pesten me heel vaak. Of ze verstoppen iets. Dat soort flauwekul.

– Ben je een goeie vader?
Wat is een goeie vader? Ik denk dat ik wel een hele memorabele vader ben, maar ik ben wel een slechte vader in de zin dat ik ze niet heb opgevoed. Dat heeft mijn vrouw gedaan. Zo hebben we dat ooit verdeeld.

– Dus zij doet de opvoeding? Zij de lasten, jij de lusten.
Nou, ik heb er ook af en toe ook last van. Zo zou je het kunnen stellen. Zoveel lusten zijn er niet. Ik bedoel.. kijk, ik vind het gezinsleven helemaal niet zo leuk: daar zit je dan met z’n vieren. Dat hou ik maar een uurtje vol. Zoals bekend. Ik ben heel erg dol op m’n dochters natuurlijk, daar gaat het verder niet om. Maar ik vind het wel jammer dat ik me niet met de opvoeding heb bemoeid.

– En ze zijn nu een beetje aan het puberen toch?
Ja, nu bemoei ik me er wel mee, want anders loopt het uit de hand.

– Komen er ook leuke jongens langs?
Tot nu toe één, een Rus komt er langs.

– Een Rus.
Ja een Rus. Dat vind ik toch beter dan een enorme neger. Ik was altijd bang dat ze met een enorme neger zou komen.

– Ben je bang voor grote negers?
Nee ik ben niet bang, maar bang dat hij haar zou bezeren zal ik maar zeggen. Dat soort perverse idee”en had ik daar over. Maar nu heeft ze dus een Rus, dat is haar eerste vriendje. Een heel schattig joch, met van dat sluike haar. Hij is aardig, hij is oké. En dan zitten ze urenlang op haar kamer. Je vraagt je af : wat doen ze dan, weet je wel. Ik zou het liefst op een ladder klimmen en dan met mijn oor tegen het plafond luisteren..

– Dan komt dat vader instinct naar boven?
Ja, dat heb ik heel erg. Ik vind eigenlijk dat niemand aan mijn dochters mag komen.

– Omdat je ze kent hè, die mannen…Ben je bezig met een nieuw boek?
Ik ben bezig met een hele grote ‘Evelien’, een hele dikke, allesomvattende ‘Evelien’.
Een soort omnibus, dus zo’n 500 pagina’s.

– Kunnen we je nog ergens bewonderen?
Nou de komende tijd niet in levende lijve. Pas vanaf januari volgend jaar ben ik weer op tournee met Giphart en Chabot. Tot die tijd wou ik het eigenlijk rustig aan doen.

– En voor de eventuele nymfomanen die dit lezen: waar kunnen ze je ‘toevallig’ tegen het lijf lopen?
In Amsterdam, iedere zondag ben ik in het Vondelpark met de hond. En iedere middag breng ik eind van de middag een bezoekje aan mijn stamcafé Zouk.
En, oh ja, En ze kunnen zich melden op mijn website www.martinbril.nl

– Met welk woord begin je morgen je column?
De zon schijnt. Of het regende.

©Tatum Dagelet / Viva 2007

download