In de gezondheidszorg

[dropcap]Z[/dropcap]iekenhuizen, je moet er van houden. Een paar weken geleden moest ik er ineens naartoe. Het was een maandagavond en ineens had ik het heel koud. Niet een beetje koud, of behoorlijk of stevig, nee, echt stervenskoud. Alle dekens, kruiken, huisdieren en gezinsleden moesten er aan te passen om me een beetje warm te krijgen. En dat lukte niet. Ik had het gevoel dat mijn tanden uit mijn mond ratelden en helemaal niet het gevoel dat ik bij vierentwintig graden onder nul de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee had gereden. Was het maar zo, dan hadden een bord snert en een borrel geholpen. Nu hielp helemaal niets, ik versteende tot ijsklont.

En ik had koorts.

Veertig graden.

Je zou zeggen: van koorts krijg je het warm, maar dat hoeft dus helemaal niet en het duurde dan ook niet lang of ik was in paniek en weer wat later (de kinderen lagen inmiddels in bed, het was een uur of één) had ik mijn vrouw zo gek om naar het ziekenhuis te gaan, want ik dacht dat ik ieder moment uit elkaar kon ploffen, dit vanwege een striemende buikpijn die zich in mijn ijzige buik manifesteerde.
Dus daar gingen we.

Het ziekenhuis waar ik in behandeling ben, heeft geen eerste hulp, maar dat leek me geen bezwaar, sterker nog: er zouden geen wachtenden voor me zijn en kom daar maar eens om in de gezondheidszorg. Het was een mooie nacht en er was nauwelijks verkeer op de weg. De verwarming in de auto deed het voortreffelijk, maar het klappertanden hield aan. Ik weet niet hoe u erover denkt, maar ik vind klappertanden een heel bijzondere ervaring. Helemaal op eigen houtje is je hele gebit bezig met iets dat het verder nooit doet, al die tanden en kiezen; ze dansen de horlepiep. Maar dat terzijde. De hoofdzaak is dat we ineens oog in oog met het ziekenhuis stonden. In de hal brandden alle lichten, achter de balie zat een dommelende juffrouw die ons niet aan zag komen – dus dat werd aanbellen. Eenmaal binnen, kon ik meteen in een rolstoel ploffen en na geruime tijd verscheen een broeder die mij hogerop ging helpen, dat wil zeggen: daar waar zich een dokter bevond.

Ik werd een kamer ingereden en in een bed gelegd. De kou kwam in volle hevigheid weer terug en de dokter kwam niet. Ook de broeder verdween, en ik wist zeker dat ik was vastgebonden aan het bed. En ik rook allemaal enge luchtjes. Kippensoep. Toileteend. Babypoep. Nagellak-remover. Boven het bed hing een televisie, maar de afstandsbediening was nergens te vinden. Kussens had ik nodig. En laxeermiddelen. Ik ging ontploffen, of anders dood. Of allebei.

De deur naar de gang stond open. Ik hoorde uit het duister stemmen die “Sssttttt” deden. Kennelijk was ik herrie aan het maken. De stervenden konden de slaap niet meer vatten. Men deed een klemmend beroep op mij. Ze zouden me beter dankbaar kunnen zijn. De broeder kwam met een pil en een glas water. Hij wilde ook bloed afnemen. Daar ben ik een enorme fan van. Dus nu hoorde ik het “Sssssttttt!” zelfs uit de muren komen. En waar bleef die dokter? Nou die kwam eraan, die was nog even bezig. Niet met mij, dat was duidelijk. De broeder had genoeg buisjes bloed. “Dat viel mee hè?” Ik heb een zwak voor zusters, maar deze broeder was een lieverd hoor, met een moderne bril. Hij haastte zich derwaarts.

En kijk.

Daar stak de dokter haar hoofd al door de gordijnen. Een jonge vrouw, maar een dikkerd. Het pilletje van de broeder deed er duidelijk een schepje bovenop. Ze droeg een lange witte jas die nodig gewassen moest worden. Ze ging allemaal dingen vragen waar ik domme antwoorden op gaf. Volgens mij zag ik spoken. De dokter boog zich met een knuist vol balpennen over mij heen en drukte enthousiast op mijn buik. Ja, verdomd, daar deed het pijn. En niet zo’n beetje ook. “Sssssttttt!” denderde het door mijn hoofd. De dokter noteerde iets en maakte daarbij een gelukzalig geluidje. Dat kwam op mij gerustellend over. Volledige genezing van al mijn klachten was binnen handbereik. Ook alles wat ik ooit nog zou kunnen krijgen, ging er vannacht aan geloven. Kortom: ik hallucineerde er vrolijk op los. Dat ik die nacht heb overleefd, het is een wonder.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.