Kabouter in Rotterdam

[dropcap]H[/dropcap]et Eendrachtsplein in Rotterdam is een groot uitgevallen kruispunt. De Oude Binnenweg gaat er over in de Nieuwe Binnenweg, de Westersingel wordt gekruisd, de Blaak ligt om de hoek. Er zijn een metrostation en een tramhalte.

Aan de kant van de Nieuwe Binnenweg zijn een politiebureau en een hotel, hotel Emma. In de statige, maar toch wat vervallen panden aan de overkant zijn een kinderopvangcentrum, een studentensociteit en een tandartsenpraktijk gevestigd. Er is ook een tatoo-zaak; Queen of the Rings. Tegenover de tramhalte staat een witte keet waar een falafel-zaak in zit.

Dat is het wel zo’n beetje.

Nee, er is ook nog het begin van de Oude Binnenweg; kledingzaken, een filiaal van de Coffee Company, de good old Van Gennep boekwinkel en verderop kroegen. Tijdelijk staat er tegenover de kledingzaken en de boekwinkel een oliebollenkraam. En pal voor de oliebollenkraam staat sinds kort de enorme kabouter van de kunstenaar Paul McCarthy die in de volksmond “kabouter Buttplug” heet, omdat hij een enorm seksspeeltje in zijn hand heeft. Er zijn mensen die beweren dat de kabouter de kerstman is en het ding in zijn hand een kerstboom, maar dat is onzin. Het is echt een reusachtige anaalplug.

Moet kunnen.

Een tijd lang lukte het niet om het beeld ergens in Rotterdam op te stellen, omdat er nogal wat bezwaren tegen waren. Daarom stond het op de binnenplaats van museum Booijmans Van Beuningen. Maar de winkeliersvereniging van de Binnenweg wilde het uiteindelijk graag hebben; men verwacht een hoop publiek voor het beeld, en dus voor de winkels. Ja, laat middenstanders maar schuiven.

Is het eigenlijk een goed beeld?

Erger nog: een goed kunstwerk?

Ik heb er geen verstand van, maar het zal wel. Ik vind het vooral een enorme kabouter, om niet te zeggen: een diabolisch trol uit de onderwereld die even langs wipt in de werkelijkheid van Rotterdam. Iets goeds heeft het wezen niet in de zin. Het is kwaardaardige kabouter. In plaats van die anaalplug zou hij eigenlijk zijn wijsvinger omhoog moeten houden. Het is een cynisch beeld, niks voor Rotterdam om zich zo te laten belazeren.

Maar wie ben ik?

Geen Rotterdammer.

Enigszins teneergeslagen verliet ik het Eendrachtsplein en even later reed ik over de Coolsingel. Dat is altijd weer een klein genot. Op de enorme gevel van de Bijenkorf stond met klodderige blauwe verf de tekst “Grote stad, grote eenzaamheid” geschreven. Onder de tekst hing het portret van Erasmus, de grootste denken die Rotterdam ooit voortbracht. Het portret was het hoofd van een soort stripheld.

Terwijl ik me afvroeg of de tekst echt van Erasmus was, naderde de rotonde van het Hofplein. Daar stond op een grote torenflat in gele letters “Niets droogt sneller dan tranen.” En weer met dat gemutste hoofdje van Erasmus erbij. Ik had er nooit over nagedacht, maar misschien is het wel zo dat niets zo snel droogt als tranen. Hoe zou je daar achter kunnen komen? Of moet je er gewoon niet achter willen komen en eenvoudigweg de spreekwoordelijke wijsheid van de uitspraak omarmen? Ik passeerde het gebouw en verliet Rotterdam.

“Grote stad, grote eenzaamheid.”

Hoe groot was Rotterdam in de tijd van Erasmus? Groot genoeg om eenzaam in te zijn. Kennelijk. Het is op de keper beschouwd ook iets dat goed past bij Rotterdam, eenzaamheid. In die zin is het de enige echte stad van Nederland, een metropool waarin een mens zich kan verliezen en geen stad voor kabouters.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.