Kampen en het water

[dropcap]D[/dropcap]e vooruitgang is overal. Zelfs in Kampen. Het slaat nergens op, maar Kampen zou eigenlijk voor altijd het oude Kampen moeten blijven; stad aan de Ijssel, met een mooie, oude brug naar de overkant.

Maar Kampen verandert.

De N50 is er gekomen, zodat het verkeer naar de Noordoostpolder en Friesland niet meer over die brug in de stad hoeft, en wil het toch naar de overkant, dan is vlak voor Kampen begint, een hele nieuwe brug gebouwd; een fijn futuristisch gevaarte, net als overigens de brug die de N50 over het Zwarte Water voert. Nederland is een land met heel veel wonderlijke bruggen aan het worden. A good man is hard to find luidt de titel van een van Flannery O’Connors verhalenbundels. Zo is het maar net, en hetzelfde geldt voor bruggen. De stoere robuustheid van vroeger heeft plaatsgemaakt voor een fragiele, wat corrupte elegantie.

Het kan allemaal maar.

Aan de westkant van Kampen ligt de Zwartendijk. Ooit beschermde die de stad tegen de Zuiderzee. Dat is nauwelijk te geloven als je erover wandelt – zo laag is de dijk. Toch moet het het eeuwenlang goed zijn gegaan, want Kampen is er nog steeds. Wat dat betreft is het verleden misschien een goede raadgever voor de toekomst en hebben we helemaal geen hogere dijken nodig. Maar de angst voor het water is groot, en daarom moet de Ijssel een bypass krijgen, een kunstmatige zijrivier die ter hoogte van Wilsum begint en in een wijde lus om Kampen heen naar het Drontermeer gaat. Net als vroeger is Kampen dan weer helemaal door water omgeven.

Maar dat terzijde.

Terug naar de Zwartendijk, de sloten en weteringen, de kolken (ooit ontstaan door dijkdoorbaken), de boerderijen op terpen en de vette weilanden. Vanaf het smalle, kronkelige dijkje is het allemaal goed te bewonderen, als je tenminste niet richting Kampen kijken, want dan zie je de N50 en de werkzaamheden aan de Hanzelijn, de spoorlijn tussen Lelystad en Zwolle. Op sommige stukken langs de dijk staan hoge populieren; ’s zomers en in het voorjaar moet het hier mooi zijn. “Een rondje Zwartendijk” schijnt in Kampen dan ook een begrip te zijn. Als kind met je ouders, later met je verkering, weer later met je eigen kinderen, te voet of op de fiets.

Behalve dat de bypass de stad moet beschermen tegen de rivier, biedt het toekomstige, nieuwe waterlandschap ook gelegenheid tot nieuwe, spectaculaire woningbouw: wonen aan het water in paalwoningen, drijvende villa’s op het water, door wuivend riet omgeven kindvriendelijk woonwijken met marina’s, kortom: de natte droom van een projectontwikkelaar.

Maar wie gaat in die droom wonen?

Dat is de vraag waar Kampen mee worstelt. Uiteraard is de gemeente al helemaal om (geen Nederlandse gemeente die zich niet laat gijzelen door projectontwikkelaars en hun praatjes), maar gelukkig zijn er ook tegenstanders die het gebied ten westen van de oude dijk willen laten zoals het is. Volgens de gemeente en de projectontwikkelaars gaat Kampen de komende jaren enorm groeien, van 50.000 tot 60.000, maar waar die hoop op is gebasseerd, is raadselachtig. Kampen groeit al deccenia lang niet meer. Eerder zal het aantal inwoners in deze vergrijzende tijden dalen, bovendien: waarom zou je willen groeien? Alleen de middenstand heeft daar belang bij, en verder eigenlijk niemand.

Kortom: aan zulke dingen kun je denken als je op een zondagmiddag over de Zwartendijk kuiert, en aan de economische groei natuurlijk; die schijnt tot stilstand te zijn gekomen. Kijk, dat is pas nieuws. Een stevige crisis zal Nederland goed doen.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.