Kijken in Den Helder

[dropcap]A[/dropcap]an het einde van de middag liep ik Den Helder in. Sneeuwvlokken dwarrelden door de lucht. Bij de McDonalds op het Bernhardplein stond een oude BMW voor de deur. Er kwam bonkende muziek uit de auto, er hing een grote groep Antilliaanse jongens omheen. Ik bleef er iets te lang naar kijken.

“Hé man, is er wat?!?” riep een van de jongens.

Er was niets, bij nader inzien, dus ik vervolgde mijn weg, naar de Beatrixstraat, de centrale verkeersader in het centrum van Den Helder. Ergens halverwege sloeg ik een zijstraat in, de Keizerstraat, en nu was ik in het winkelgebied van Den Helder. Misschien kwam het door de snijdende kou, maar het was er niet druk. Ik kwam in de Spoorstraat terecht – gedeeltelijk overdekt. Bij de Bruna kocht ik een krant en toen ik weer buiten stond, werd ik aangesproken door twee Antilliaanse jongens, beiden dik in de kleren (parka’s, truien, mutsen) en op grote gympen zonder veters.

“Wat doe je hier, man?” vroeg de jongste van de twee, een jaar of vijftien was hij. Zijn vriend, iets ouder, zette een grijns op om zijn gouden boventanden te laten zien, een hele rij.

“Niks,” zei ik naar waarheid, “en jullie?”

De jongen negeerde mijn vraag. “Wat stond je nou naar ons te kijken man?” ging hij verder. Het kwam me voor dat hij zijn best deed dreigend te klinken, maar echt overtuigend was het niet. Bovendien begreep ik niet goed wat hij bedoelde.

“Bij de Mc Donalds,” verduidelijkte de maat met de gouden tanden. “Je stond naar ons te kijken.” Hij sprak op slepende toon.

“Ooh,” zei ik, “stond ik te kijken?”

“Ja man, je keek.” Dat was de jongste weer. Hij kwam een stapje naar voren. Kijken was duidelijk een punt in Den Helder.

“Wonen jullie hier?” vroeg ik. “Is het leuk in Den Helder?”

De jongen draaide zich even naar zijn maat, en die knikte. Ze leken verbaasd door mijn vraag. “Best wel,” antwoordde de jongen toen.

“Is er wat te doen hier?” vroeg ik.

“Hoezo, man?”

“Zomaar,” zei ik, en ik gebaarde om me heen. Mij leek het dat er niets te doen was in Den Helder, ik bedoel: als ik kon kiezen tussen een McDonalds op de Antillen en een McDonalds in Den Helder, zou ik bij het filiaal in het beste klimaat gaan rondhangen. Maar wie was ik om zoiets te vinden?

“We gaan vaak naar Dordrecht,” zei de jongen met de gouden tanden ineens. Alsof hij voelde dat ik aan McDonalds dacht. Nou, hij kende nog een filiaal.

“Vijf uur heen en weer in de trein,” voegde de ander er op bittere toond aan toe, alsof Dordrecht en Den Helder speciaal om hem een hak te zetten zo ver uit elkaar waren gelegd.

“En hoe is Dordrecht?” vroeg ik.

“Gaat wel,” zei de jongen met de gouden tanden. Hij rilde in zijn parka en trok zijn muts wat verder over zijn oren.

“Hetzelfde als hier,” zei de ander.

Ik keek de jongens eens goed aan. Als komisch duo zouden ze het niet ver brengen, dat was zeker. Ze hadden al moeite met hun rol als probleemjongere. Het was tijd om verder te gaan. “Ik ga,” zei ik. De jongens reageerden niet eens, alsof ze zichzelf helemaal kwijt waren geraakt tussen de Antillen, Dordrecht en Den Helder.

einde

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.