Kijken naar het journaal

[dropcap]E[/dropcap]r gebeuren rare dingen in de wereld en het Nos-Journaal doet er verslag van. Het kan aan mij liggen, maar het Journaal is geen meneer meer die het wel eens even zal duiden, nee, het Journaal is een buurman die je bij de glasbak tegen komt en waar je even de huizenprijzen en de vakantie voor volgend jaar mee doorneemt, terwijl je wacht tot hij al zijn lege flessen kwijt is.

Vroeger was er alleen Marga van Praag die verscholen achter haar imponerende neus en in een krappe leren broek de straat op ging om de mensen te vragen wat ze er van vonden. Zo’n reportage zat dan aan het einde van het Journaal en werd meestal een beetje giechelig aangekondigd door de presentator van dienst. “En nu Marga van Praag, mensen. Ja, wij kunnen er ook niets aan doen, maar het moet nu eenmaal.”

Marga is nu overal.

Afgelopen vrijdag bijvoorbeeld berichtte het Journaal over de Europese autoindustrie. Daar gaat het, in het verlengde van de kredietcrisis, niet goed mee. Een eenvoudig, duidelijk item, zou je zeggen. Cijfers, statistieken, staafdiagrammen, een deskundige, klaar is Kees. Maar het Journaal maakte er een hele produktie van.

Het verhaal begon in Spanje.

Daar stond correspondent Robbert Bosshart naast een Toyota, in Spanje gemaakt. Hij keek niet erg blij, maar dat doet Robbert zelden, alsof het daar in Spanje altijd regent. Al pratend stapte hij in de auto. De tegenzin droop er vanaf. Maar ja, het was een idee van Hilversum en daar doe je als correspondent niets aan.

De cameraman klom ook in de auto. Hij ging achterin zitten. Dertig seconden zagen we niets en toen was daar het profiel van de correspondent weer. Hij rukte boos aan de asbak in het dashboard om te verduidelijken dat ook de toeleveringsbedrijven van de autoindustrie het moeilijk hebben.

Daarna startte hij de auto.

Er werd overgeschakeld naar Duitsland. Wow, wat een verrassing. Daar zagen we correspondent Margriet Brandsma stoer achter het stuur van een BMW zitten. Ze hield het stevig vast, en had de wind er goed onder. Al rijdend vertelde ze opgewonden dat het slecht ging met de Duitse automobielindustrie. Ze keek meer in de lens dan naar de weg, maar dat was haar duidelijk toevertrouwd. Margriet is het type dat zoiets goed oefent. Als Hilversum zegt dat ze geen stand-upjes meer moet doen, maar moet lopen, dan kachelt Margriet al pratend een drukke winkelstraat in, op niets af, dat wel. En nu reed ze dus over een snelweg, tot ze was uitgepraat.

Toen verplaatste het verhaal zich (logisch!) naar Parijs en Saskia Dekkers die in een rode Citroen net tot stilstand kwam. Haar hele krullenbos vulde het beeld en ze vertelde dat het slecht ging met de Franse autoindustrie. Al doende trok ze woest het sleuteltje uit het contact en stapte ze uit.

Ze droeg een lange, gewatteerde jas, zo’n jas die je niet draagt als je achter het stuur zit, tenzij je een minuut geleden bent ingestapt en nu weer uitstapt. Met verve deed Saskia dat, en met een mooie dreun sloeg ze de deur achter zich dicht.

Bam!

En daar beende ze al het beeld uit. Net als haar collega in Spanje was Saskia duidelijk geen voorstander van de ideetjes uit Hilversum. Maar ja, wat deed je eraan? Wachten op betere tijden, vechten tegen de bierkaai, hopen op een wonder. Dat waren zo’n beetje de mogelijkheden. Tegen domheid is geen kruid gewassen.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.