Krantenbezorger

[dropcap]H[/dropcap]et is onrustig in Amsterdam, volgens burgemeester Job Cohen, en er dreigen zelfs Parijse toestanden. Een honderdtal “gedragsgestoorde” jongens zorgt voor veel overlast. Ze zijn bij de politie bekend, maar moeilijk aan te pakken. Het zijn jongens van Marokkaanse afkomst, maar dat zal niemand verbazen.

Amper had de burgemeester zijn nieuws naar buiten gebracht of het Sociaal en Cultureel Planbureau kwam er overheen met cijfers over de jeugdwerkeloosheid; onder allochtone jongeren schrikbarend hoog, onder Marokkanen het hoogst – 1 op de vier zit werkeloos thuis, op de scooter of in de snackbar (halal). Dreigend sprak het Planbureau: “de recente onlusten in de Franse voorsteden vonden een belangrijke voedingsbodem in de hoge werkeloosheid onder jongeren.”

Gedragsgestoord?

Werkeloos, gefrusteerd?

Of beiden?

Mijn gedachten gingen uit naar mijn krantenbezorger, een Marokkaanse jongen die ’s ochtends met de Volkskrant aan de deur komt en die ik ’s middags met NRC Handelsblad door de buurt zie fietsen, muts op, zonnebril op, walkman op. Een paar dagen voor oud en nieuw belde hij aan om me een gelukkig nieuwjaar te wensen – een mooie traditie in het krantenvak. Ik gaf hem bij die gelegenheid twintig euro; meer had ik niet in mijn zak zitten, minder trouwens ook niet. En het leek me nog een passend bedrag ook.

“Zoveel?” stamelde hij. Met enige huiver nam hij het biljet aan.

Ik knikte, maar ik schaamde me ook, gek genoeg. Geef je zo’n jongen te weinig, dan kun je de deur tevreden dicht doen, daar ben je lekker goedkoop vanaf, geef je hem daarentegen te veel, dan heb je je misschien patserig gedragen, sterker nog: misschien heb je de jongen wel op zijn ziel getrapt door hem als een arme sloeber te behandelen.

Ik begon hem dus omstandig uit te leggen hoe bijzonder het eigenlijk wel niet is dat de krant iedere ochtend op de mat valt, voor dag en dauw, ook dat nog, en dat ik zelf in mijn eigen jongensjaren ook door weer en wind ging met de krant, zij het met Trouw, misschien wel de beste krant van Nederland, een slogan die ik al een tijdje niet meer heb gehoord, maar die me onverminderd van kracht lijkt, al was het maar vanwege het handzame formaat van die krant. Eens een krantenman, altijd een krantenman, besloot ik de uitleg rommelig, en vandaar de gulle gift.

“Nou bedankt dan,” zei de jongen, nog altijd een beetje beduusd, maar ook duidelijk van zins zijn weg te vervolgen, zijn ogen schichtten onrustig heen en weer.

“Jij ook gelukkig nieuwjaar,” zei ik, en toen belde hij aan bij de buren en kon ik de voordeur sluiten.

Sindsdien is er niets veranderd in mijn relatie met de krantenbezorger. Ik was een beetje bezorgd dat dat wel zou gebeuren, maar alles is bij het oude gebleven. Hij groet me nog steeds niet als we elkaar tegenkomen, en hij scheldt nog altijd op de hond die onverminderd tegen hem blaft. Als ik hem vraag of hij misschien een NRC-tje over heeft, vraagt hij er nog steeds 2 euro voor – iets dat als ik gezonde handelsgeest zie. Op sommige dagen hoop ik dat hij net als ik een krantenman zal bijven.

einde

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.