Kwart over zeven

[dropcap]V[/dropcap]anuit restaurant Onassis kijk je uit over het Ij. Vreemd om een Italiaans restaurant naar een Griekse scheepvaarttycoon te vernoemen, maar we mogen aannemen dat Aristoteles wel van een bordje pasta hield. Hij hield tenslotte ook van opera en Jackie Kennedy.

Goed.

Aan de overkant ligt Amsterdam-Noord, de heimat van Wouter Bos. Een wirwar van gele kranen steekt in de grijze lucht, gebouwen verrijzen. Het water van het Ij is bruin. Op het baggerschip aan de overkant lopen kleine mannetjes rond, gekleed in oranje pakken. Diepgeladen binnenvaartschepen komen voorbij. Ze gaan sneller dan je zou denken, altijd met een autootje en klapperend wasgoed op het achterdek.

Dichtbij, aan deze kant van het water, ligt het bunkerstation Fiwado. Af en toe legt er een groot schip aan om brandstof en water in te nemen. Bij het station horen ook een paar kleine bootjes die langzij komen bij schepen die te groot zijn om aan te leggen bij het station, of daar geen tijd voor hebben. Ze varen af en en aan, aan dek rekken met grote flessen butagas.

Het station is vanaf de wal te bereiken via een lange steiger. Halverwege de steiger bevindt zich een klok, zo’n ouderwetse, degelijke stadsklok – vroeger heel normaal in de openbare ruimte. Witte wijzerplaat, zwarte wijzers, grijze kast. De simpelste klok denkbaar, op een stalen mast, type lantarenpaal.

Wat moet een klok doen?

De tijd aangeven. Meer kan een klok niet eens. Maar deze klok staat stil, al weken, misschien al maanden. Het is altijd kwart over zeven op de klok. Een mooi tijdstip, eigenlijk. Te bedenken dat hij twee keer per dag gedurende precies één seconde de juiste tijd aangeeft, zonder het zelf te weten – grappig. Aan de andere kant, de tijd: sol er maar niet mee, spot er maar niet mee; voor je het weet neemt de tijd je te grazen.

Kwart over zeven.

Een mooi tijdstip.

Een ideaal moment voor de wekker ’s ochtends; hij gaat en je draait je nog een keer een om: kwart over zeven. Tot half acht durf je wel te blijven liggen. Nog even kruip je tegen de warme billen naast je. Ze mompelt dat je op moet staan, de wekker is gegaan. Je mompelt terug: het is pas kwart over zeven. Rob Trip schakelt over naar de Theo Verbruggen of Joris van der Kerkhof, wakkere jongens die voor dag en dauw het land al zijn ingetrokken om verslag te doen van een staking, een nieuwe brug of een bevoren sloot.

Kwart over zeven.

Ook ’s avonds een goed moment; het eten achter de rug, maar nog niets op televisie. Het avondblad gelezen, maar er stond niets in. De avond ligt voor je, lang en vol mogelijkheden. Het liefst zou je even een dutje doen, en dat kan natuurlijk: voeten op de salontafel, ogen dicht. Straks moet je weer scherp zijn voor Philip Freriks en zijn versprekingen. Nu is het nog maar kwart over zeven.

Vanuit een restaurant naar een stilstaande klok kijken: het is een bezigheid van niets, maar hoe je het ook wendt of keert: al doende verglijdt de tijd, behalve buiten dus – daar is het altijd kwart over zeven, een tijdstip tussen alles in: de dag nog niet begonnen, de dag nog niet voorbij.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.