Lang geluk, kort geluk

[dropcap]G[/dropcap]eluk bestaat. Maar het is moeilijk in verband te brengen met een busstation. Toch kwam ik in Waalwijk een busstation tegen dat mij heftig ontroerde, ja zelfs even gelukkig maakte.

Even, want geluk is kort.

Dat wil zeggen: het goede geluk.

Je hebt ook het verkeerde geluk – dat duurt maar en dat duurt maar. Dat is niet alleen saai, maar ook zelfingenomen. Laten we dát geluk dus niet nastreven, maar ons concentreren op het korte geluk, de vluchtige ontmoeting met schoonheid, een heftige kus met een vreemde vrouw, een moment van euforie en perfecte, maar fragiele eenheid, een seconde van opperste verwondering, oog in oog met iets dat we nog niet kenden, ja, het klinkt zwaar, en zeker in combinatie met een busstation in Waalwijk, gelegen aan, of beter gezegd áchter een plein dat het Vredesplein heet.

Daaraan tevens gevestigd: theater De Leest (naar de schoenmakers die vroeger dit deel van Brabant, de Langstraat, groot maakten), een bejaardentehuis en een jeu-de-boulesbaan, inclusief overkappende boompjes. Zouden zich hier op zomeravonden daadwerkelijk oude mannen met stalen ballen verzamelen om het bekende spel te spelen? Het is bijna ondenkbaar.

Ter zake.

Toch nog even terug naar het lange geluk, ik las laatst in NRC Handelsblad een mooi verhaal over de schilder Bonnard die hoofdzakelijk zijn vrouw en het huis waarin ze woonden als onderwerp had. Vooral zijn vrouw in bad heeft hij vaak geschilderd. Een citaat: “Wie náást het vanzelfsprekend erotische en zinnenprikkelende kijkt van een vrouw-in-de-badkamer, ziet dat Bonnard zich lang niet altijd zo zinnelijk op zijn vrouw heeft gericht. Soms kruipt zij uit het bad als een beest, soms valt het licht over haar heen als een vuile dweil.(…) Ongetwijfeld had hij haar lief, op die ingewikkelde wijze die langdurige liefdes vaak et zich meebrengen, maar zijn affectie verhinderde niet dat ook zij, net als een theepot, een alibi was voor zijn verf. (…)

[oorspronkelijke afbeelding verdwenen]

[oorspronkelijke afbeelding verdwenen]

“Het moet een vreemd, tegelijk liefdevol en lastig samenleven zijn geweest tussen de schilder en zijn vrouw, die tegelijk de muze en een gebruiksvoorwerp moest belichamen. Een schichtige, wantrouwige, neurotische vrouw, achtervolgd door haar immer kijkende man. Gegijzelde van een blik. Subject én object. Een bestaan tussen non-fiktie en fiktie.” Zo denkend over de schilderijen van Bonnard, zie je ineens heel iets anders dan rozegeur en maneschijn. En zo is het met lang geluk ook – eronder gaat ellende schuil, en het verder is de schijn ophouden.

Nee, dan het korte geluk.

Het mooie daarvan is dat er eigenlijk geen verhaal onder ligt. Het is zoals het is, het bestaat alleen in het nu; kort en krachtig, een sensatie van de zintuigen. Even één met alles, de wereld, de ander, en dan weer verder, veerkrachtig en fluitend, tot het korte geluk alleen nog maar een herinnering is, vaak een fenomeen dat al tien minuten later optreedt.

Maar goed; ik sloeg dus in Waakwijk op dat stille, splinternieuwe Vredesplein een hoek om en liep toen tegen het busstation aan. Even werd me de adem afgesneden, door de leegte, om te beginnen: er stond maar één bus bij de halte, groen, maar behalve de chauffeur waren er geen inzittenden. Er waren ook geen wachtenden bij het busstation, er was helemaal niemand. De lucht erboven was staalblauw, dat blauw van een koude dag – helderder kan blauw niet zijn. Laat ik een poging wagen te omschrijven wat ik zag, nee, laat ik citeren hoe dit futuristische bouwwerk door architecten wordt omschreven, dat is nog sprookjesachtiger.

“Staal is hier het enige materiaal dat gebruikt is: licht als een vogel die net wegvliegt. Het dak biedt bescherming, maar is niet meer dan een schiijnbaar gewichtloze schil. Er komen hier zes buslijnen samen. De ruime overkapping beschermt de passagiers tegen weer en wind; er is zitgelegenheid, een telefoonzuil, een niternetzuil, een klok en er zijn informatiepanelen. Gekozen is voor een tot de verbeelding sprekende vormgeving. De overkapping bestaat uit twee convexe schalen, elk op een rij dubbele kolommen. Een hardglazen vlak doorsnijdt de schalen, want de vorm speels maakt. Alle zes spanten zijn identiek, maar de dwarsdoorsnede en de lichtinval is overal anders. De schalen lijken diagonaal uitgerekt. Indirecte verlichting tussen de dubbele kolommen en een neonlijn compenseren de wisselende lichtinval overdag.” Maar wat zag ik nou?

Dit:

[oorspronkelijke afbeelding verdwenen]

[oorspronkelijke afbeelding verdwenen]

En als gezegd, ik voelde mij even compleet gelukkig toen ik dit busstation zag. Zo prachtig verzonken als het daar voor me lag, zo proper en rustig, zo modern en zakelijk. Het was dat ik in Waalwijk moest zijn, anders had ik me als wachtende passagier opgesteld om naar elders te reizen. En toen dacht ik aan Pierre Bonnard – hoe zou hij dit busstation geschilderd hebben, met of zonder zijn vrouw? Hoe zou hij het hebben gezien?

Ik wandelde een paar keer om het busstation heen. Het kwam me voor dat de overrompelende schoonheid van het bouwwerk school in een paradox: overduidelijk was het gebouwd om mensen te herbergen, te faciliteren, zeg maar, maar tegelijkertijd was het op z’n mooist zónder mensen – dat wil zeggen: de mens stak er schamel bij af. Die paradox te betreden – dat leverde even zo’n moment van kort geluk op: alsof je even in de toekomst was.

Daarna ging ik doen wat ik moest doen in Waalwijk, maar ’s avonds kwam ik nog een keer terug bij het busstation. Nu leek het helemaal op een kunstwerk. Een knooppunt van wegen en routes door het Brabantse land waar niemand gebruik van maakte, alleen nog maar een symbool, een bewegend schilderij van daadkracht en vooruitgangsdenken.

[oorspronkelijke afbeelding verdwenen]

[oorspronkelijke afbeelding verdwenen]

Hele andere koek dan de intieme gevangenis die Bonnard zijn hele leven schilderde.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.