Mannen op hun gemak

[dropcap]V[/dropcap]an die dingen die je in het voorbijgaan ziet, én opslaat. Maar waarom? Daar is zo snel geen antwoord op te geven. Het zijn gewoon beelden die beklijven, als foto’s die je uit de krant hebt geknipt om er later nog eens iets mee te doen.

Maar wat?

Zo zag ik onlangs langs de A1, komend uit zuidelijke richting, ter hoogte van Nieuwegein, een man met pech. Hij was net gestopt, nog maar net uit zijn auto, een oude Peugeot, en maakte aanstalten even op de vangrail te gaan zitten om daar een pijp te roken. Hij had het ding al in de mond.

Een wonderlijk beeld.

Hoe vaak zie je nog mensen een pijp roken? En hoe vaak langs de snelweg? En hoe vaak zittend op de vangrail? Zelden, toch?

Het beeld had een wonderlijk effect, ik kan niet anders zeggen. De pijp, de manier waarop de man gekleed was, keurige pantalon, overhemd met stropdas, bruine schoenen: het was alsof ik terug werd geschoten naar een ander tijdperk.

Toen was het voorbij.

Nieuwegein volgde, daarna Utrecht, Breukelen, de afslag Hilversum en Vinkeveen – in de verte was de hoogbouw van Amsterdam al zichtbaar; de Philipstoren die wij de toren van Rosa noemen omdat in de schaduw ervan een meisje woont die Rosa heet, ooit een vriendinnetje van mijn dochters.

Nog zo’n beeld.

Verdwaald reed ik een paar dagen later rond over de zuidoostelijke bedrijventerreinen van Amsterdam. Op zeker moment kwam ik bij de Amstel terecht en reed ik langs volkstuinen en roeiverenigingen.

Ik wist dat ik richting Ouderkerk ging, en daar verheugde ik me op. Vooral, eerlijk gezegd, op de terugweg langs de andere kant van de rivier. Misschien dat ik bij Het Kalfje een kop koffie ging drinken of de doden even gedag ging zeggen op Zorgvliet.

Toen ging ik onder de ringweg door, en precies daar zag ik een al wat oudere heer een groene Volvo 240 poetsen. Een vreemde plek om je auto te wassen, onder zo’n donker viaduct, en in het onophoudelijke geraas van het verkeer boven je, maar wel een mooi gezicht. De man was bijna klaar. De auto, een sedan, glom als een appel. De man had een spons in zijn hand. Hij kneep hem net uit boven een rode emmer water.

Ik reed door om even later te ontdekken dat de weg doodliep. Op een klein parkeerterrein keerde ik om en nogmaals passeerde ik de man en de glimmende auto. Ik kon me helemaal voorstellen hoe de man tegen zijn vrouw had gezegd dat hij de auto even ging poetsen, het was zo’n mooie dag, en hoe zijn vrouw had geknikt, toe maar jongen, ga jij maar lekker de auto poetsen, dan heb ik even rust.

Ik had kunnen stoppen om een praatje te maken, ik wilde het ook, niets leukers dan wat praten over oude auto’s, Volvo’s in het bijzonder, maar in mijn spiegels waren twee agenten te paard opgedoken en ik durfde geen onverhoedse manouvres te maken. In plaats daarvan gaf ik gas om ze uit mijn spiegel te verliezen.

Enfin.

Het is inmiddels een week of twee geleden dat deze beelden zich op mijn harde schijf nestelden. Sindsdien denk ik er iedere dag wel een keer aan. De man met de pijp, de man met de spons. Mannen op hun gemak, misschien dat ik ze daarom koester. Ja, dat zal het zijn.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.