Met de hond naar het plein

[dropcap]W[/dropcap]e liepen naar het Museumplein, de hond en ik. Het was een grauwe, natte dag. Echt zo’n dag voor kerstverlichting. De gedachten waren bij Harm Evert Waalkens, het PvdA-kamerlid dat wil dat alle honden worden gemuilkorfd. Het belangrijkste argument van het kamerlid is dat hij bang is voor honden.

Wij hadden, eerlijk gezegd nog nooit van Harm Evert gehoord, maar hij zit dus al jaren in de Tweede Kamer. Daarnaast is hij veehouder in Finsterwolde en werd hij in 1948 geboren te Winschoten. Hij is ook nog voorzitter van de Stichting Muziektheaterproduktie Oost-Groningen. Voorts was hij in 2005 dierenbeschermer van het jaar.

Dat liegt er niet om.

En hij is dus bang voor honden en wat hem betreft mogen ze alleen gemuilkorfd over straat. Het schijnt dat de hele PvdA-fraktie het met dat standpunt eens is. Wat is dat voor partij? Straks duikt er nog een fraktielid met pleinvrees op.

De hond en ik waren inmiddels op het Museumplein. Amsterdam is eigenlijk geen stad van pleinen. Er zijn er genoeg, maar ze zijn klein en slordig en de naam plein onwaardig. Daarin moet nu verandering komen, want Amsterdam wil een echte metropool zijn. En kijk naar metropolen als Londen, Parijs, Madrid, Berlijn: daar hebben ze adembenemende pleinen. En zo’n plein moet het Museumplein worden.

Wij zagen het niet voor ons, de hond en ik. Het enige dat we zagen was veel grint, veel gras en ongelofelijk veel paars straatmeubilair: bankjes, prullenbakken, lantarenpalen. Ooit moet een wethouder ’s avonds na een lange vergadering juichend thuis zijn gekomen; zijn kleur was het geworden! Paars! Hij had er keihard voor geknokt.
We liepen langs een paar treurige kiosken, over het zompige gras en langs zwervers die op de paarse banken lagen te slapen. Als alles volgens plan verloop, zal het hier ooit schitterend zijn. Alle musea aan het plein zullen hun ingangen er hebben, overal zal het wemelen van de kunst, een mooier plein zal in Europa niet te vinden zijn.

Tsja.

We liepen er wat rond en de gedachten gingen uit naar vroeger, dat wil zeggen: mijn gedachten. Waar een hond op zo’n moment aan denkt, weet ik niet. Waarschijnlijk was hij nog bezig met Harm Evert die bang voor hem was. Om te huilen toch eigenlijk, maar wel een enorme impuls voor de muilkorfindustrie.

Mijn gedachten waren bij het oude Museumplein, voordat het in handen viel van de mannen die er een grasveld van maakten. Toen was het een verkeersplein met echte klinkers. Er daverde verkeer over het plein, sterker nog: er was voor een automobilist geen mooier stukje Amsterdam dan het Museumplein met zijn kuilen en plassen. Behalve auto’s kwamen er ook veel bussen over het plein. Dat waren toen nog donkerrode monsters. Op z’n mooist was het plein ’s nachts. Er lag dan een wonderlijke glans over de keien, ongeveer zoals de glans die ’s nachts over het Place de Concorde in Parijs hangt.

Dat is pas plein.

En zo’n plein had Amsterdam dus ook, maar niemand zag de schoonheid er van in en het moest plaatsmaken voor een heleboel paars straatmeubilair en een grasveld dat nu alweer moet plaatsmaken voor iets nieuws. Op die manier krijg je geen plein, hoe mooi de schetsen ook zijn.

De hond draaide zijn drol en ik keek om me heen. Overal lagen drollen. Een Japanse toerist zat gehurkt bij een hele mooie hoop. Op een meter afstand zat zijn vriend; die ging een foto van hem maken. Uit woede ruimde ik onze drol niet op. Het leek me gezonde bemesting van het gras. Het begon te regenen en het was tijd om naar huis te gaan.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.