Noordzee Quick

[dropcap]D[/dropcap]e oom die ik had was eigenlijk geen oom
Maar de broer van een opa die ik niet heb gekend

Hij woonde in Warffum ver in het noorden
Waar hij heel zijn leven werkte voor dezelfde
Herenboer, en iedere dag at bij een huishoudster
Met een snor.

Oom Albert

Af en toe, ik woonde in Groningen als student,
Kwam hij bij me langs, ineens stond hij dan
Beneden aan de trap met vier pijpjes Grolsch
En een homp leverworst in een plastic zakje van
Fred van der Werff om de hoek

Ik verstond hem heel slecht, deze oom, omdat hij
Maar zelden Warffum verliet en ook verder een
Man was van weinig woorden, misschien wel
De straf van een leven lang zonder vrouw, en
Zonder noemenswaardige liefde

Oom Albert

Tot bijna zijn vijftigste zorgen hij voor hij zijn ouders
Bij wie hij ook woonde, een belofte die hij ooit had
Gedaan aan zijn broer de opa die ik niet heb gekend,
Een man die oom Albert verafgoodde, zelfs na zijn dood, of
Vooral na zijn dood die onduidelijk was, maar
Waarschijnlijk omdat hij gewoon geen zin meer had
Verder te leven, niemand die het weet

Hoe dan ook: mannen met tragiek, de onbekende opa
En zijn jongere broer die na de eindelijke dood van zijn
Vader en moeder volkomen
Aleen in het verre Warffum was

Verketterd ook nog door de vrouw van zijn broer
Een heerszuchtig klein wijf met vier zonen, waaronder
Mijn vader die zich als enige het lot van de oude oom aantrok
En zodoende dat hij in het huis van mijn jeugd wel
Eens kwam logeren, en later een enkele keer bij de student
Zoals hij mij noemde op de stoep kwam te staan

Vier pijpjes Grolsch, zilveren folie om de hals
Een homp leverworst, een tasje van de Fred van der Werff

Zo kwam hij de trap op, een bruine jas aan
Een hoedje op, een verlegen man met wie ik geen
Woord kon wisselen – niet alleen vanwege zijn tongval
Maar ook omdat zijn wereld en de mijne twee
Verschillende zonnestelsels waren – hoewel

Bier en worst planeten waren in zowel het zijne
Als het mijne, net als het ochtendblad Trouw, de
Krant van mijn jeugd waar de oude oom en ik om
Vochten als we beiden bij mijn ouders waren

In mijn schamele studentenkamer zaten we
Aan mijn tafel en we dronken het bier en met
Zijn zakmes sneed oom Albert de worst, later
Gingen we de stad in en aten we gebakken vis
Bij het Noordzee Quick Restaurant waar mijn
Vader ook een zwak voor had als hij in Groningen
Was en dat sinds lange tijd niet meer bestaat

Maar waar ik vorige week toch even langsliep
Want het zijn de plekken die een jeugd vertellen
En de beelden of wat daarvan rest – alleen al de

Naam Noordzee
Quick Restaurant

Bijvoorbeeld.

wit800

download


Deze content is geplaatst in categorie: Gedichten.