Op en neer naar Brakel

[dropcap]E[/dropcap]enmaal terug, weet je pas waar je bent geweest. Maar daar kom je pas achter als je op pad gaat. Maar waarheen? De keus viel op Brakel. Ik weet niet meer waarom. Geen Molenaarsgraaf, geen Rossum, geen Hurwenen.

Maar Brakel.

Gewoon ingetoetst in het navigatiesysteem en daar ging ik. Utrecht. Nieuwegein. De Jan Blankenburg-brug over de Lek bij Vianen. Lullig bordje in de berm, nooit eerder gezien. Ik noteerde: Jan Blankenburg met een groot vraagteken.

Dichter?

Ingenieur Rijkswaterstaat?

Verzetsheld?

De afslag Culemborg passeerde, gevolgd door Leerdam, Beesd en Zaltbommel. Daar de snelweg af en boven bij het stoplicht staat Brakel al op de borden. Rechtsaf.

Ik volgde de weg.

Voorbij Zaltbommel wordt door de overheid aan de toekomst gewerkt. Herprofilering van de N 322. Fietspaden en lantarenpalen, nieuw asfalt, vertraging wegens werkzaamheden. Alle nieuwe lantarenpalen stonden scheef. Brakel kwam langzaam dichterbij. Op de radio klonk de grommende stem van een kroegbaas. Duizenden mensen werden de dupe van het rookverbod. “Duzenden, mevrouw,” sprak hij dreigend, “duzenden.”

Hé, Brakel.

Rechtsaf op de rotonde en ik reed recht op het dorp af. De zon scheen, maar er dreven zware wolken voorbij. In de straat die ik volgde waren twee slagerijen en een bakker gevestigd. Alleen de laatste winkel was open. Toen was ik het dorp alweer uit en kwam ik op een dijk. Linksaf, rechtsaf en ik reed langs de sportvelden van Brakel.

Verderop schitterende de Waal, naast het hoofdkwartier van de voelvalvereniging en een oude, hoge, kale boom waar een paar bankjes onder stonden. Op de rivier: een druk verkeer van binnenvaartschepen.

En een pont.

Net toen ik aankwam, gingen de slagbomen neer en begon de pont, of de veerboot, ik weet het verschil nooit, aan de oversteek. Ik zette de auto langs de kant en ging in de kofferbak op zoek naar mijn atlas. Goed beschouwd had ik namelijk geen idee waar ik was. Hoe heette het hier, wat waren de mogelijkheden aan de overzijde van de rivier, waar wilde ik eigenlijk heen?

Precies, Brakel.

Maar Brakel lag achter me, al zou ik een bezoek aan de bakker kunnen brengen om wat krentenbollen te kopen. Maar daar had ik geen zin in. Altijd vooruit, dat is mijn parool.

Verderop stond een man met een werphengel te vissen. Ik besloot een praatje met hem te maken. Maar ik bewoog nog niet of hij kwam vast te zitten met zijn lijn. Ruk- en trekwerk volgde, en even keek de visser mijn kant op. Hij had duidelijk geen behoefte aan een praatje. Uiteindelijk brak de lijn. Ik kende het gevoel van de man. En inderdaad: boos droop hij af.

De boot was er inmiddels.

Ik was de enige passagier. We gingen naar Herwijnen, zei de schipper bij wie ik negentig cent moest afrekenen. Hij sloot de slagbomen en daar gingen we, het brede water over.

Aan de overkant kon ik linksaf naar Vuren en Gorinchem, en rechtsaf ging het naar Herwijnen en Leerdam. Ik koos voor rechts, en even later was ik al in Leerdam. Daar wezen de borden enthousiast naar de A2 en Utrecht en weer een tijd later was ik thuis waar ik meteen de atlas opsloeg om te kijken waar ik was geweest.

Prachtige polders met nog mooiere namen (Lage Paarden, Lange Beving) zag ik liggen, dorpen met vreemde namen (Acquoy, Poederooijen), kronkelige dijken en oude forten en uitgestrekte boomgaarden. Alles begon ineens te leven, en ik begreep na enige tijd waarom ik altijd maar op pad moet.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.