Op en rond het Mercatorplein

[dropcap]D[/dropcap]e verslaggeefser van het Spaanse televisiestation had het koud. Het was ook koud in de Jan Evertsenstraat, vlakbij het Mercatorplein in Amsterdam, waterkoud.

Daar is het Mercatorplein helemaal niet op berekend. Het is een plein waar het warm moet zijn. Het aantal bankjes is er adembenemend. Nergens in de hoofdstad staan zoveel bankjes, van hout en beton, modern vormgegeven bankjes. Een deel staat onder keurige bomen die in betere tijden voor schaduw moeten zorgen, een ander deel op het schuin aflopende dak van een parkeergarage. Daar is het straks zonnebaden geblazen. Voorlopig is het koud en staat er een groot bord dat drinken in het openbaar verbiedt.

Veel afval ook, en veel duiven.

De verslaggeefster van het Spaanse televisiestation was samen met haar cameraman bezig een bord te filmen dat sinds eergisteren het op en rond het Mercatorplein geldende blow-verbod kracht moet bijzetten. Een gezellig bord is het, met een forse joint erop en een rode cirkel eromheen.

Alleen het bord vonden de Spanjaarden niet genoeg: ze hadden ook een magere jongen geregeld, een joint en een aluminium keukentrap. Ten behoeve van het item klom de jongen op de ladder om zittend voor het verbodsbord uitgebreid aan zijn joint te lurken. Hij vond zichzelf een hele held.

Terwijl de cameraman het vastlegde, interviewde de verslaggeefster een oude dame die net genoeg Engels sprak om uit te leggen dat dit dus het tweede bord was en dat het eerste bord pal na de feestelijke onthulling was gestolen. “Ik heard them,” sprak ze ferm, “I telephoned the police, but they didn’t come, of course.”

Er slofte een vijftigplusser in een warm jack van de firma Securicor voorbij. Hij hield even halt om te zien wat er aan de hand was, leek te overwegen of hij misschien in zou grijpen, en vervolgde toen zijn weg. Een dame die geen Engels sprak, boog zich over de Spaanse microfoon en zei: “Ik woon hier al 37 jaar en ik heb nog nooit last gehad van die gasten. Ze kunnen beter het plein aanvegen, of die duiven afschieten.” Ze liep hoofdschuddend verder.

Er arriveerden twee woordvoerders van de deelraad, om de Spaanse pers te woord te staan. Ze waren op de fiets en konden er wel om lachen dat het bord meteen na de onthulling was gejat, maar mooi dat ze meteen een nieuw bord hadden opgehangen. Het was overigens gewoon een grote sticker op een algemeen verbodsbord, rode cirkel, wit vlak. Ze zetten hun fietsen op slot en het interview kon beginnen. Ik dwaalde af, naar het plein.

Groot dus, en leeg.

Een kebab-tent, een paar kroegen, winkels – een Dirk van den Broek, een Gall en Gall. Veel vrouwen met kleine kinderen, vrouwen met hoofddoeken, kinderen met kleine, roze rugzakjes op. Middenop het plein: een opengereten vuilniszak met een berg spaghetti erin, gekookt en al. Geen duif die er zin in had, maar wel een eenzame, gestoorde man die er op een oude fiets rondjes omheen reed. “Het stinkt hier!” schreeuwde hij. “Het stinkt hier!”

Er stonk helemaal niets.

Om de hoek van het plein een kruispunt van twee straten: de Hudsonstraat en de Cabralstraat. Vier winkels: Asma, supermarkt en Islamitische slager, Hizmet Market, groenten en fruit, Nazar, bakkerij, Yesilova, noten en specerijen. Ik deed even mijn ogen dicht en hoorde overal vreemde talen vandaan komen. Heerlijk. Het wachten is op een bord dat al die talen hier verbiedt.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.