Pijn & Breipennen

[dropcap]P[/dropcap]ijn is er in soorten en maten. Je hebt slepende pijn, zeurende pijn, bijtende, kloppende, tintelende en stekende pijn. Je hebt pijn die af en toe voorbijkomt en pijn die permanent is. Je hebt zenuwpijn en je hebt weefselpijn en van die twee is zenuwpijn het ergste, voorzover er een hierachie is in het land van de pijn. Ja, je zal maar iemand met gruwelijke weefselpijn tegen het verkeerde been schoppen. Dat moeten we niet hebben.

Ik had dus een pijnlijke hand. Het was mijn linkerhand, de hand waarmee ik schrijf. Aanvankelijk dacht ik dat die pijn met mijn hart te maken had, en dat kwam omdat ik ook een pijnlijke borst had. Steken in de linkerborst en een pijnlijke arm en/of hand duiden op hartklachten. Maar ik had het niet aan mijn hart, ik had het aan mijn nek; daar zat een kapotte wervel die zenuwen bekneld hield – vandaar de pijn in die linkerhand, werkelijk verschrikkelijke pijn. Als ik iets aanraakte met de hand, gingen er electrische schokken door me heen, als ik niets aanraakte en de hand alleen maar stil op een kussentje had liggen, was het niet minder: dan werd de hand zo koud dat ik het uitgilde.

Op naar de pijnarts.

Ik wist eerlijk gezegd niet dat die functie bestond, maar dat deed hij dus wel en de pijnarts die ik trof was een jonge vrouw van Duitse afkomst. Ze had een schitterend accent, een schitterend kort geknipt koppie met zwart haar en een brilletje met een zwart montuur op haar neus, ook al zo schitterend. Na een tijdje experimenteren met medicijnen, besloot ze een zenuw te blokkeren.

Blokkeren klonk goed.

Muziek in mijn oren.

Zo wanhopig was ik dat ik niet goed luisterde naar de dokter. Ik werd ook veel te veel door de dokterale verschijning gebiologeerd. En dat accent! Ze vertelde intussen dat het blokkeren zelf een behoorlijk pijnlijke ingreep was, en dat de zaak daarna nog pijnlijker kon worden; ja, het was maar helemaal de vraag of het ging helpen. Ik geloof dat ik vijftig procent kans op succes had.

De grote dag brak aan.

Het blokkeren speelde zich af in een soort bezemkast, achteraf in het ziekenhuis. Ik moest plaatsnemen in een tandartsstoel waar voor miljoenen aan apparatuur omheen stond. Ik zat nog niet of de dokter struikelde over een losliggende verlengsnoer. Ik kreeg ineens de indruk dat het zenuwblokkeren nog in de kinderschoenen stond. De assistente giechelde opgewonden. “Bent u zenuwachtig,” vroeg de dokter.

“Ja,” zei ik, rillend van angst.

“Ik ook,” gaf ze eerlijk toe.

“Vooruit met de geit,” zei ik moedig, maar vanwege haar moerstaal keek ze mij niet begrijpend aan.

“Begin maar,” verduidelijkte ik.

Dokter legde uit dat ze met lange naalden mijn nek in ging. Die naalden gingen de zenuwuiteinden zoeken en met electrische schokken verdoven. De hele procedure kon ik op een monitor volgen, als ik wilde.

Ze begon.

Ik durf best te zeggen dat ik het bij het minste geringste uitschreeuw en eigenlijk niets kan hebben, maar als de golven erg hoog worden, ben ik niet uit het water te slaan. Heel gek is dat, misschien ben ik een thrillseeker. Misschien ook niet, en heb ik maar weinig troost nodig. Zo klampte ik me tijdens deze behandeling vast aan het zwarte BH-tje dat ik onder dokters witte jas zag schemeren en de piepkleine zweetdruppeltjes op haar bovenlip. Nadat ik deze twee feiten had waargenomen, kneep ik mijn ogen dicht om over het leven van de dokter te fantaseren. Zij kon intussen met haar breipennen gruwelijke pijnen in mijn nek produceren.

Toen waren we klaar.

Dokter was nog blijer dan ik, had ik de indruk. Ze was mij, zal ik maar zeggen, liever kwijt dan rijk. Ik kon haar dat moeilijk kwalijk nemen, want ik ben, als het puntje bij paaltje komt een patient waar je niets aan hebt. Ik vergeet alles en luister naar niets. Ik zie en hoor alleen dat wat me van pas komt. Het is dus best mogelijk dat de pijnarts heel iets anders met mij deed, die middag in de bezemkast.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.