Pijn op de borst 2

[dropcap]E[/dropcap]en rare zaak: een pijntje op de borst. Rechts. In de zone tussen oksel en tepel. Stekend (soms) als patient diep adem haalt of hoest. Andere keren is de pijn lange tijd zeurend aanwezig. Het is geen pijnlijke pijn, overigens, alleen maar vervelend.

Toch naar de dokter.

“Het zou een spier kunen zijn,” oordeelt de dokter. Dat komt overeen met hoe de patient het zelf zou omschrijven: een spierpijn. “Maar laat voor de zekerheid toch maar even een foto maken.”

Patient naar de röntgen in het hospitaal.

Op de foto zijn schone longen te zien. Dat is mooi meegenomen.

’s Avonds ligt de patient in bed, op zijn rug. Hij heeft de pijn aangepakt met Mildagan en andere drogisterij-zalfjes die tegen spierpijn helpen.

Tevergeefs – de pijn is er nog steeds.

Als patient in slaap dreigt te sukkelen, gebeurt er iets heel merkwaardigs: patient voelt de pijn bewegen – van de plek rechtboven op de borst naar het midden van de borst, en dan naar beneden – daar waar de beiden onderhelften van de ribbenkast aan elkaar zitten.

Wow.

Twee dagen later (pijntje is teruggekeerd op de oude plek, en iets heviger geworden) ligt de patient opnieuws ’s nachts te bed. En verdomd als het niet waar is; hij maakt precies hetzelfde mee: de pijn beweegt over de borst om zich aan de onderkant van de ribbenkast, precies in het midden, te vestigen. Op hetzelfde moment voelt hij dat zijn rechterhand slaapt; een harde tinteling. Die slapende hand was er trouwens de vorige keer ook.

Geschrokken springt de patient op. “Mijn hart, het is mijn hart,” roept hij tegen zijn vrouw die ligt te slapen.

“Man, hou op, het is je hart niet,” klinkt het slaperig uit de berg dekens waaronder de echtgenote van de patient zich moet bevinden.

Patient verlaat het bed om te gaan googlen – maar hij komt zijn reizende pijn niet tegen in cyberspace. Wat zit er eigenlijk allemaal in die borst, tussen de ribbenkast en de huid? Achter de ribben zijn de longen, dat weet hij, maar wat zit er vóór de ribben? Hij weet het niet. En hij is ook te bevreesd om het op te zoeken. De gebeurtenis komt hem ook iets te absurd voor om voor te leggen aan doktoren. Zo is het vaak, weet hij: hij spreekt de taal van het lichaam niet, laat staan de taal van kwetsuren en ziektes. Wat hij als patient meemaakt, kan hij nauwelijks vertalen naar dokterstaal.

Wat nu?

“Meebuigen,” zegt zijn vrouw, “net als een boom in de wind. Meebuigen met de pijn. Bomen zouden breken als ze niet meegaven.”

Dat is waar, maar patient durft eigenlijk niet mee te geven. Hij ziet zichzelf dan als een drenkeling in een woeste zee – er zit niets anders op dan hopen en bidden dat de golven hem straks of ooit op een stuk strand zullen gooien. Voor hetzelfde geld staat de wind verkeerd, en jaagt de storm hem steeds verder van de kust weg. Dan liever watertrappelen en zwemmen tot de vermoeidheid hem kopje onder dwingt en de eerste hap zeewater een feit is.

Bijna nader inzien, gaat het vervolgens vertwijfeld door de patient heen: bij nader inzien zou het pijntje trouwens tóch wel eens níet op de borst, maar in de vlees- en spiermassa onder de oksel kunnen zitten. Het is ineens ook helemaal niet zeker of het zich achter of voor de ribbenkast beweegt. Die hele beweging is misschien wel verbeelding. Dat kan zelfs voor het hele verhaal inclusief de pijn gelden, all in the mind. Wat dat betreft zou iedereen die ziek wordt, eerst medicijnen moeten studeren. En na die conclusie, grijpt een milde paniek rustig om zich heen.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.