Schoksgewijs de lente

[dropcap]H[/dropcap]et voorjaar is er nog lang niet, maar het verlangen ernaar grijpt sinds de Omloop Het Volk om zich heen en in Amsterdam staan bij de café’s de terrassen weer buiten. De kranten berichten over nieuwe zonnebrillen en de komende zomermode, ook dat helpt.

Schoksgewijs.

Komt de lente.

Graag mag ik op zondagochtend naar Vroege Vogels luisteren. Niet dat ik iets van de natuur weet, maar het programma heeft een opgewekte toon, en daar voel ik me bij thuis. Bovendien zit er een vaste rubriek in met luisteraars die telefonisch melden wat ze in hun tuin of tijdens wandelingen hebben gezien.

Dat gaat zo.

“Met Niek Hoeben uit Soesterberg. Op donderdag zag ik rond het middaguur in polder Arkemheen, iets ten noorden van Amersfoort, zes tureluurs. Dat waren mijn eerste tureluurs van het jaar, er waren er zelfs een paar aan het balsen.”

Einde bericht.

Dan een mevrouw uit Oosterbeek: “Vanochtend, na een lichte sneeuwval, op maandag 27 februari, om half negen, de eerste vinkenslag gehoord.”

De gedachten gaan dan uit naar Petersons Vogelgids. Daarin wordt het geluid van de vink zo omschreven: “een luid, herhaald twink, wiet en tsjwit, in de vlucht een onderdrukt juup. Zang een korte, heftige cascade van een tiental tonen, eindigende in een zwierig tjoe-ie-o.” Vanwege dit type proza is Petersons Vogelgids een van mijn favoriete boeken; die wonderlijke combinatie van exactheid en lyriek, prachtig. En er klinkt ook iets tragisch in door, vind ik, want zo mooi als het op papier staat, zo hoor je het buiten in de tuin nooit, maar dat kan natuurlijk aan mijn tuin liggen, of aan mijn oren, ja zelfs aan de combinatie daarvan.

“Hallo, met Frans in Lelystad. Langs de A6 op het ooievaarsnest, op 7 februari 2006, ons ooievaarskoppel voor het eerst waargenomen, en nu, op 27 februari 2006, zijn ze begonnen met het verzamelen van nestmateriaal. Dit is drie weken eerder dan anders.” Frans is duidelijk een vogelaar, en hij houdt zijn ooievaarsnest scherp in de gaten. Waarschijnlijk noteert hij zijn obervaties in een speciaal logboek. Hij praat zo zakelijk mogelijk over het koppel en hun nest langs de snelweg, maar de liefde voor de natuur ruist in zijn stem.

Een mevrouw uit Schiedam: “Vandaag, 19 februari, de eerste grutto in de Broekpolder bij Vlaardingen.” Nog een mevrouw: “Gisteren reed ik door Gassel, ik woon in Grave, en toen zag ik daar een tiental regenwulpen in de sneeuw.” Nog een dame, uit Apeldoorn: “Vandaag, 28 februari, zie ik in mijn vjiver vier bruine kikkers. Dus volgens mij begint het voorjaar te komen.”

Volgens mij ook.

Het komt namelijk altijd. Dat is het mooie ervan. Je hoeft er alleen maar op te wachten, en de kunst is van het wachten een klein feest te maken. Zo kijk ik op dit moment, bijvoorbeeld, uit op een paar grote magnolia-takken in een vaas op tafel. De knoppen zijn slank en van een donzig soort groen. Over een paar dagen zullen en zwaar en dik zijn, en op punt van openspringen staan. Ik hoop dat het dan nog steeds, of alweer, sneeuwt. Er gaat niets boven bloeiende magnolia’s binnen, terwijl het buiten sneeuwt. Intussen kan er gedroomd worden over betere tijden.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.