Sittard, nooit geweest

[dropcap]S[/dropcap]ittard – nooit geweest. Maar ineens was ik er dan, en al bij het binnenrijden over een lange ringweg om de stad heen, viel me op dat er iets aan de hand was. Overal rood-geel-groene vlaggen en balonnen: carnaval in aantocht.

Nou al?

Nee, de voorpret; zo bleek in het centrum van de stad, waar de café’s en winkels waren getooid met een Tillegram van de Pappegey waarin bekend werd gemaakt dat er een nieuwe prins was, Paul de Eerste, en dat het gala-Prinsenbal aanstaande zaterdag in het stadion van Fortuna SV zal plaatsvinden, en dat het carnaval zelf zondag de zesentwintigste zal losbarsten met de grote optocht. Ik keek eens goed naar het gezicht van de prins: hij leek me een jaar of twintig. Puistjes, natte krulletjes, gel.

Ik wandelde wat rond. Het was het einde van de middag, en er waren weinig mensen op straat. Wel kwam ik veel kerken tegen, en aan de Oude Markt een oud pensionaat van de zusters Ursulinen dat verbouwd wordt tot een sfeervol appartementencomplex, Residence Ursula. Aan dezelfde straat ook nog een leeg klooster van de paters Dominicanen, tijdelijk bewoond door de stichting Camelot, Your Castle, Our Care. Ook het fenomeen kraakwacht maakt een stukje upgrading door.

Ik kwam terecht op de Markt – een koud plein met een muziektent, café’s, een enkele winkel en een reusachtige betonkolos waar Vroom en Dreesmann in was gevestigd. Ik keek wat ontheemd om me heen, en de blik bleef haken aan de twee uitspanningen op de hoek met de Oude Markt, waar ik zojuist vandaan kwam: hotel De Limbourg en Chinees restaurant Hong Kong, broederlijk naast elkaar.

Het begon te schemeren.

Een enkele sneeuwvlok viel.

Dit maakte, eerlijk gezegd, de aanblik van het oude, klassieke hotel en de karige Chinees ernaast nog mooier, om niet te zeggen: ansichtkaart-fähig. Het hotel met z’n statige entree en warme lobby, Hong Kong verlicht als een aquarium, obers achterin de zaak, leunend tegen de bar. Ik liep het café Schtad Zitterd binnen, van waaruit de ontwikkelingen goed in de gaten te houden waren.

De tent was al helemaal in de carnavalsstemming. Overal balonnen, foto’s van oude prinsen, merkwaardige versiering aan het plafond. Boven de bar een grote banier met de tekst “Veer gaeve gaas!! En sjmiete alle remme los!!”

Vooralsnog was daar geen sprake van, want behalve een Duits echtpaar dat in een schaaltje worst zat te prikken en een keurig heerschap met een ringbaard aan de bar waren er geen klanten in de zaak. De Shadows speelden zachtjes. Bij de Chinees en het hotel gebeurde intussen ook al niets. Het begon wel ietsje harder te sneeuwen. Twee jonge vrouwen in strakke jeans, de pijpen in de hoge laarzen gestoken, staptem de markt over. Ze hadden beiden veel haar, en identieke jackies aan.

Ik dacht aan Toon Hermans.

Hier geboren – maar overleden in Nieuwegein. Sittard leek me beter, hoewel: dood is dood. Later liep ik weer op straat en kwam ik bij de Baseliek een smal steegje tegen dat het Koninginnegetske heette, zo genoemd ter herinnering aan het bezoek van Beatrix in 1980. Het was een bijzonder smal steegje en ik kon het niet laten er doorheen te lopen. Hoe de majesteit het hem ooit flikte, mij een raadsel: misschien zijwaarts schuifelend. Halverwege kwam ik graffiti op de muur tegen. Groeten uit Oldenzaal. Aan het einde gloorde een klein plein, met een enorm donkerbruin kruis waaraan een spierwitte Jezus hing. Doodstil was het in Sittard, tenminste: hier.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.