Snelwegpanorama

[dropcap]O[/dropcap]nderweg van Twente naar Amsterdam passeerde ik Deventer. Het was een uur of acht ’s avonds en voor mijn neus ging de zon onder, een heel spektakel. Donkere, zware wolken dreven door een oranje, vlammende hemel, de zon was een rode kogel.

Toen viel de blik even op het landschap rechts van de snelweg. In een flts zag ik uiterwaarden, het flikkeren van een rivier, de Ijsel, bossen en een kerktoren die smal en spits omhoog prikte.

Twello.

Ik had de naam nog niet gedacht of Twello was alweer verdwenen, want zo gaat het op de snelweg. Je ziet iets, je benoemt het, en weg is het. Dat heeft iets tragisch.

Ik hield Twello vast.

Tot voorbij Apeldoorn was ik er mee bezig. Was ik ooit in Twello geweest? Eén keer, vanwege een moord. Gedonder op een hangplek, een jongen neergestoken, jaren geleden. Niet ver van de kerk overigens. Maar dat was niet de oorzaak van, hoe zal ik het zeggen, mijn ontroering.

Was ik ontroerd dan?

Ja, ineens schoot het me te binnen. Ja. Het uitzicht had me ontroerd. Het beeld. Die dappere, ranke kerktoren, de omliggende bossen, de aanwezigheid van de rivier, de vurige lucht. Het was een perfecte ansichtkaart geweest, een schitterend panorama. Even één met het landschap had ik me gevoeld, of verzoend met mezelf, wat op hetzelfde neerkomt.

De lucht was nu zwart.

Ik dacht aan een ander panorama dat ik die dag had gezien, op de heenweg. Een kilometer of twintig buiten de hoofdstad passeert de A1 het stadje Naarden.

Weinig van te zien.

Behalve, vlak voor de parkeerplaats Ronduit, uitzicht op De Grote Kerk uit 1440. Weilanden, mais, een enkel schaap, gemaaide velden, bosranden, en daarboven die dikke, machtige kerk van Naarden. Rechts van de weg.

Jaren kwam ik erlangs zonder er oog voor te hebben, maar sinds een paar maanden valt iedere keer bij Naarden mijn mond open. Alsof je even door een aflevering van Floris rijdt. Het is ook nog eens een uitzicht dat vrij lang standhoudt, en voortdurend verandert, zonder tussenkomst van de moderne wereld van bijna zeshonderd jaar later. Wel een kilometer lang ligt daar het landschap eeuwig te zijn, en torent die kerk boven de bomen uit.

Rare dingen.

Verderop nog iets waar ik graag naar mag kijken: de ijsbaan bij Baarn. Lantarenpalen in het weiland. ’s Winters laat de bijbehorende vereniging het land onder water lopen. Dat levert een hoopvol beeld op, maar zelden ijs. Het moet lang geleden zijn dat ik Baarn passeerde en dat er werd geschaatst. Toch kost het geen enkele moeite, in welk jaargetijde dan ook, de sfeer van een ijsbaan aan de einde van de middag op te roepen als ik voorbij Baarn kom.

Het geluid van krassende schaatsen, de geur van warme chocomelk, bergen schoenen onder banken langs de baan, verliefde stelletjes hand in hand zwierend in de binnenbaan, stoere mannen met handen op de rug, pootje-over door de bocht van de buitenbaan.

Inmiddels was ik bijna bij Baarn, maar aan de verkeerde kant van de weg, nou ja, de goede kant natuurlijk, want ik ging naar Amsterdam, en naar huis. Maar liever had ik me nu op de A2 bevonden. Dan zou ik vanaf de afslag Hilversum/Vinkeveen de stad aan de horizon zien liggen. Maar ja, je kunt niet altijd alles hebben.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.