That Lucky Old Sun

[dropcap]N[/dropcap]u we officieel in een recessie zitten, is het maar goed dat de dagen langer worden. Mij gaat het niet snel genoeg, maar je kunt niet alles hebben. Tel uw zegeningen, zou mijn oude moeder zeggen.

Zaterdag was het Valentijnsdag; een dag die wij niet vieren. Helemaal zeker ben ik daar trouwens niet van. Het kan best zijn dat mijn dochters allerlei geheimzinnige liefdesverklaringen op hun mobiele telefoon hebben ontvangen. Ik heb ze er niet over gehoord. Desondanks was het het zaterdag een perfecte dag, dankzij de zon.

Er is een liedje waar ik erg van hou. Het heet That Lucky Old Sun. Het is in 1949 geschreven door Beasley Smith en Haven Gillespie, namen die mij niets zeggen. Frankie Laine had als eerste een hit met het nummer, daarna, nog in hetzelfde jaar, volgden Louis Armstrong en Frank Sinatra. Ook zij kwamen er hoog mee in de hitparade.

Toen werd het stil.

That Lucky Old Sun is niet echt een vrolijk liedje. Het gaat over het harde, wrede leven dat wij mensen hier in het ondermaanse moeten leiden, en het is aan God gericht. Of hij ons maar even wil verlossen. Intussen gaat die verdomde zon maar op en onder, alsof het niets is. Soms zien we haar niet eens, en is ze er toch, andere dagen hangt ze in volle glorie in een helblauwe lucht, zoals jongstleden zaterdag.

Drie keer wist ik haar stralen te vangen: de eerste keer op een bankje in de stad, op de Looiersgracht. De tweede keer op het terras van een druk café vlakbij de Noordermarkt en tot slot op een stoel voor de deur van mijn stamkroeg. Ik vond dat voor een zaterdag in februari een opmerkelijke score. Ik had er niet speciaal mijn best voor gedaan, maar drie keer diende de mogelijkheid zich aan, fluisterend zou ik bijna zeggen.”Ga zitten, ga zitten, geniet,” klonk het in mijn oor.

Enfin.

That Lucky Old Sun maakte in de jaren zestig een soort revival mee. Ray Charles nam het op, Jerry Lee Lewis vergreep zich er aan en ook Johnny Cash deed een duit in het zakje. Recent vernoemde Brian Wilson een heel album naar het liedje en op 5 november 1991 speelde Bob Dylan het in Madison, Wisconsin. Dat is de versie die ik beste ken. Een zieke vriend van mij stuurde het me toe. Ik luister er wel eens naar op regenachtige dagen.

Show me that river, why don’t you take me across
Wash all my troubles away, I know that lucky old sun,
He’s got nothing to do, but just roll around heaven all day.

Zaterdag moest ik er dus drie keer aan denken, aan dat liedje, en aan die zieke vriend die Jan heet. Om mij heen was het levendig en druk, vooral op de markt, maar later ook in de straat van mijn stamkroeg; dat is een straat die het centrum verbindt met de wijken in west. Ik zag een jong stel die een kinderwagen hadden gekocht. De vrouw was nog niet bevallen, maar aan haar buik te zien kon het ieder moment gebeuren. Ze had de waggelende tred van een eend.

De kinderwagen was volgestouwd met al die zaken die je nodig hebt als er een baby op komst is. Dit was een stel dat niets aan het toeval over wilde laten. de baby was een project. Toch maakten ze één klein foutje; ze liepen aan de verkeerde kant van de straat; in de natte schaduw. Terwijl het aan de andere kant van de straat al bijna lente was.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.