Trompetacrobatiek

[dropcap]E[/dropcap]en Summersault is een acrobatische sprong, een handstand-overslag, een radslag, een salto vooruit. Zoiets waar meisjes op een bepaalde leeftijd heel bedreven in zijn. Geen strand of zonneweide of je ziet ze met hun lange melkflessen door de lucht wieken. Summersault is is ook de titel van een plaat van Erik Vloeimans. Dat is een Nederlandse jazz-trompetist.

Eerlijk gezegd, ik kende hem niet.

Ten tweede: ik ben niet echt van de trompet, nooit geweest ook. Dat kun je zo hebben. Er zijn ook mensen die niet van vibrafoons en klavecimbels houden. Tot die groep behoor ik ook. Er zijn zelfs trombonehaters. Maar tot die groep behoor ik dan weer niet. De trombone is het mooiste, onhandigste, meest ontroerende intstrument dat er is. Maar de trompet, nee. Mijn trompethaat is gezaaid door de gebroeders Brouwer. En het militaire karakter van het instrument staat mij ook niet aan. Hoewel: een mooie Last Post is nooit weg.

Hoe dan ook.

Summersault is een oude plaat, uit 2006. Dat doet er voor mij helemaal niet toe. Muziek is zo jong en fris als het moment dat je het voor het eerst hoort. Hank Williams was al dertig jaar dood voor ik hem voor het eerst hoorde en fantastisch vond. In mijn oren klonk hij zo nieuw en tijdloos als tijdloos en nieuw maar kunnen klinken. En dat geldt dus ook voor Vloeimans’ plaat die verpakt gaat in een mooi, Hollands strandtafereeltje, twee kinderen op een eindeloos strand, een bedaarde branding.

Zeeland, Ijmuiden.

Het eerste nummer van deze plaat heet Morimond. Geschikt voor iedere begrafenis. Terwijl je luistert naar de aarzelende klanken, zie je de trompetist over zijn instrument gebogen zoeken naar de noten die er toe doen. Het is een nummer als een zucht, een perfect gestileerde zucht, een zucht vol leven en verwachting, maar ook vol weemoed en afscheid. En dat nog speels ook.

Gauw verder naar het titelnummer, waar het ineens onverwachts vrolijk toegaat, zonnig en swingend, maar niet opdringerig. Lyriek en muzikale acbrocatiek, een staalkaart van Vloeimans kunnen. Ik weet niet eens of je het jazz moet noemen.

Het lijkt mij gewoon op muziek die gemaakt wordt door intelligente mensen die enerzijds een hang naar schoonheid hebben (de eerste dure plicht van iedereen met artistiek talent) en anderzijds niet in ernst verloren willen gaan (die tweede plicht van groot talent). Het is muziek waarin het trompetgeluid niet militair of beboppend tettert en ook niet cool and collected poseert zoals sinds Miles Davis eigenlijk usance is. De trompet van Vloeimans is een bevrijde trompet.

Ondanks dat de plaat wel meer melancholieke momenten kent (Desberado, FF Dimme Cowboy), is het toch een zomerse plaat. Beter gezegd: de muziek van een geslaagde, zomerse dag. Naar het strand geweest, gebakken visje op een plastic bordje, kinderen rood verbrand in de auto, raampjes open, over de kronkelende Zeeweg van Bloemendaal naar Haarlem en daar linksaf recht lags de oude trekvaart via Halfweg op Amsterdam af.

Muziek van nog een laatste glas wijn in de tuin, zacht getwinkel van bestek aan de andere kant van de schutting, een enkele lach elders in de binnentuin, een maan die opkomt, de gloed die je nog voelt van de hele dag in de warmte, het zand tussen je tenen, het zilte zout in het haar van je vrouw als je in het voorbijgaan je neus er even in steekt. Daarna samen douchen en de rest.

Mon Petit Prince blaast Erik intussen, een verstilde en langzaam boos wordende piano en tokkelende gitaren drijven zijn adem door het wondere koper van zijn instrument. Muziek vol zoete herinneringen, en kleine verrassingen om naar uit te kijken; radslagen, handstanden en salto’s.


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.