Uddelermeer

[dropcap]S[/dropcap]oms blader ik in de Topografische Atlas van Nederland en blijft de geest haken aan plaatsnamen: Kleine Kolonie en Grote Kolonie, bijvoorbeeld, in de buurt van Elspeet. Hoe zou het leven daar zijn, en waarom heten die gehuchten zo?

Andere keren zie ik vooral het blauw van water, soms maar een stipje op de kaart. Neem nu het Uddelermeer – niet ver trouwens van Kleine en Grote Kolonie -, tussen Garderen en Uddel, ten zuidoosten van Ermelo, op de Veluwe.

Het Uddelermeer.

Een blauwe speldenkop is het, op pagina 134 van de atlas, en er vlak naast ligt nog een kleiner meer, het Bleeke Meer. Op de kaart worden de watertjes omgeven door het groen van bossen en het roze van heidevelden. Een paar roodgekleurde wegen doorkruizen het gebied: de N 302, N 310, de N 344.

Wat weten we verder?

Het Uddelermeer is ontstaan in de laatste ijsstijd. Het ligt in een kom van zeventien meter diep die is ontstaan door het smelten van een in de aardbodem achtergebleven ijsklomp. Alleen de bovenste twee meter van de kom zijn met water gevuld, daaronder ligt vijftien meter slik, veenslik.

Het meer komt ook in de geschiedenis voor: in de negende eeuw na Christus werd er een grote burcht aan de oevers gebouwd, de Hunneschans, om de handelswegen over de Veluwe te beschermen. Over die wegen werd vooral ijzererts vervoerd dat in de buurt van Apeldoorn werd gewonnen. Resten van de burcht zijn er nog steeds rond het Uddelermeer, inclusief grafheuvels.

Op naar Uddel.

Het meertje is niet moeilijk te vinden. Het ligt vlakbij een drukke rotonde en langs de Garderense weg, richting Uddel. Tegenover het meer bevindt zich een grote uitspanning, gevestigd in een oude, rietgedekte hoeve – Uddelermeer heet de zaak. In het gras naast de parkeerplaats staat hier en en daar een mollenklem in het koude gras te glinsteren.

Boven het meer schijnt een ijzige zon, een dunne nevel hangt als vitrage boven het water dat op sommige plaatsen is bevroren. Om het meer loopt een smal, kronkelig zandpad – de wandeling duurt een kwartier. Aan de oostkant van het water liggen de grafheuvels van de oude burcht.

Het is hier niet stil.

Dat is eigenlijk het meest opvallende aan het Uddelermeer – omgeven door berkenbomen, die heuvels, riet en bossages is het geknipt om per ongeluk tegen te komen, een oase, maar de nabijheid van de N 302, waar veel vrachtverkeer overheen komt, maakt dat het een rumoerige plek is, maar misschien was het dat in de negende eeuw na Christus ook al – een wonderlijk idee, toch wel.

Daarna: het Bleeke Meer – verscholen tussen struiken en lage bomen, tussen boerderijen, varkensschuren en woningen. Hier heeft zich een groep ganzen op het ijs verzameld – diep in hun veren gedoken wachten ze betere tijden af, of misschien een ideaal moment om op reis te gaan.

Achter het Bleeke Meer bevindt zich de ingang van recreatiepark Uddelermeer – waar volgens een groot bord mooie kavels te koop zijn, en bungalettes, witte schuurtjes met gezellige raampjes erin. Zoals eerder de geest bleef haken aan de blauwe speldenkop die het Uddelermeer is in de Topografische Atlas, zo blijft de harde schijf nu hangen op het woord bungalette: je zal er van dromen, óf je zult er dood in worden aangetroffen. Intussen valt het oog op een oude, zachte voetbal in een weiland, en iets verderop een verroeste, afgedankte ploeg.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.