Vergrijzing en vierkante gehaktballen

[dropcap]H[/dropcap]ij was te goed voor deze wereld,” hoorde ik vier tafels verderop een oude heer met een fliitsende rode bril zeggen, “een zeer lief mens, maar hij benaderde de zaken erg onrealistisch.”

“Helemaal mee eens,” zei een oude dame, “erg zielig.”

Nu de vergrijzing om zich heen grijpt en het aantal doven en slechthorenden zienderogen toeneemt, is het steeds makkelijker in het openbaar gesprekken af te luisteren: de mensen praten keihard.

“Ik heb het vaak tegen hem gezegd,” toeterde de oude heer met de rode bril verder, “maar hij kon er gewoon niets aan doen. Hij wilde failliet gaan.” De heer keek vergenoegd om zich heen. Misschien wel om zijn bril te testen.

Kleine sfeertekening.

Een café-restaurant op de Veluwe. Lunchtijd, half een. Donkere, houten meubels, robuust, geweien aan de wand, zachte pianomuziek van Richard Clayderman, druppelend uit onzichtbare speakers. Het piece de resistance: een enorme zwijnenkop.

“Zo sneu voor zijn vrouw,” zei de oude dame.

“Zij is verhuisd naar een appartement in Zeist,” deelde de oude heer mee, op een toon alsof hij een vergadering toesprak, “zij zit helemaal in de lappenmand.”

“Erg zielig,” snerpte de oude dame.

Onwillekeurig gingen ineens mijn gedachten uit naar de man die vierkante gehaktbal op de kaart heeft gezet: de kruidenmixer Silvo uit Papendrecht maakt daar de laatste tijd reclame voor. Van deze man zou je ook kunnen zeggen dat hij de zaken erg onrealistisch benaderde. Je zal het op je conto moeten schrijven: de vierkanten gehaktbal. Dan wil je gewoon voor lul staan, dan vraag je er om. Aan de andere kant: misschien heeft het iets met carnaval te maken. Andre van Duin bakt er zo een hit omheen.

“Toch een leuke vrouw,” knalde de oude man verder, “als hij haar niet had gehad, was het al veel eerder misgelopen.”

Een ober gleed door het beeld, op zijn dienblad: twee dampende koppen snert, bordjes erbij met roggebrood en spek, 4,75, de specialiteit van de dag. “Zo, een lekker kopje soep,” zei hij toen hij de consumpties bij het oude echtpaar uitserveerde. Van de oude heer met zijn hippe rode bril viel het me tegen dat hij zich als een debiel liet aanspreken. De ober kwam bij mij. “Wat mag het wezen?” vroeg hij ouderwets. Tegen mij durfde hij niet.

“Een Rivella,” zei ik. Het was er het weer niet naar, maar wel de lokatie, vond ik. Op de Veluwe hoort Rivella te zijn.

“Hebben we niet meneer.”

Als ik het niet dacht.

“Erwtensoep dan maar,” gooide ik het over een andere boeg en een droog, kort knikje van de ober werd mijn deel. Hij noteerde de bestelling en slofte weg.

“Is je soep lekker?” informeerde vier tafels verderop de oude heer, “mij smaakt het voortreffelijk.”

“Wat zeg je?” vroeg de vrouw.

“Ik vroeg of de soep je smaakte,” schreeuwde de man terug.

“Ach, het is erwtensoep,” antwoordde de vrouw. Het zal wel aan mij liggen, maar in dat antwoord lag alles besloten. De dood, de vierkanten gehaktbal. Rivella. De Veluwe. De vergrijzing.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.