Wat te doen in Chateauroux?

[dropcap]B[/dropcap]ij Chateauroux (ten noorden van Limoges) werd ik van de weg gehaald door de vliegende brigade van Vatan. Dit is een beroemde eenheid binnen de Franse politie. De vliegende brigade van Vatan; lekker met opgoevoerde Subaru’s snelheidsovertreders van de weg halen. Het was half tien ’s ochtends en er was geen hond op de weg.

Behalve ik.

En ik reed te hard; waar ik 110 mocht, ging ik 151. Die ene kilometer ging me de das om doen, maar dat wist ik nog niet. Het laatste bord dat ik had gezien, had 130 als maximum aangegeven. De tijdelijke verlaging naar 110 hadden ik en de cruisecontrol gemist. We kennen de buurt hier. Het is glooiend, en saai. Sinds de aanleg van de snelweg, een jaar of tien geleden, komen er steeds meer kuilen en hobbels in het asfalt – vandaar dat je op het ene stuk 110 en op het andere 130 mag rijden.

150 of harder mag nergens.

Ik volgde de agenten, in schitterend strakke uniformen, met zware wapengordels om de heupen en glimmende laarzen tot de knieen naar de dichtsbijzijnde geldautomaat om de boete, 130 euro, te kunnen pinnen. De heren hielden intussen mijn papieren in bewaring. Uiteindelijk kwamen we op het parkeerterrein van een supermarkt. Het was maandagochtend en al gezelig druk. Ik pinde mijn geld en een van de mannen schreef de bekeuring uit. De ander liep een rondje om mijn auto en stelde vast dat hij uit Zweden kwam.

Ik knikte maar wat.

En toen kwam er ineens een norme aap uit de mouw van de vliegende brigade: ik had niet alleen de maximum snelheid overtreden, ik had ook de maximum maximum snelheid overtreden, met 1 luttele kilometer. Ik begreep niet goed wat de agent bedoelde, hij zou ook huzaar bij een Napoleontisch keurkorps kunnen zijn geweest, maar langzaam daagde het: wie met meer dan vijftig kilometer per uur de maximum snelheid overtrad, was ter plekke zijn rijbewijs én zijn autopapieren kwijt.

Het begon te regenen en ik begon tegen te sputteren. Ik wist niet van de regel. Bij ons in Hollande was het anders, ik kende niemand die mij hier vandaan kon halen, enzovoorts. De vliegende mannen lieten me ruimschoots het woord, maar gaven geen krimp. Als ik binnen 24 uur iemand met een geldig rijbewijs ten burele van de brigade kon presenteren, kon die de auto en mij verder rijden. Wat er na die 24 uur ging gebeuren, lieten de mannen aan mijn verbeelding over. En om mij nog een extra duwtje in de goede richting te geven, haalde een van hen nu een blaaskit uit de Subaru om ook nog even mijn alcoholpercentage vast te leggen.

Ik blazen.

Zij grijnzen.

Daarna legden ze uit waar hun hoofdkwartier zich bevond, twintig minuten verdertop, langs de snelweg, en rukten ze in – met mijn autopapieren en rijbewijs. De sleutel mocht ik houden, want ik had er toch niets aan. Ik kon proberen via een andere route Chateauroux te verlaten, maar ik had zo’n gevoel dat dat allemaal verkeerd af ging lopen.

Wat te doen?

Om te beginnen had ik zin in koffie. Bovendien regende het inmiddels pijpenstelen. Ik sjokte naar de supermarkt waar de bar net open was. “Aah, la brigade volante de Vatan,” zei de uitbater diepmenselijk en nadat hij een kop koffie voor me had gezet, belde hij het plaatselijke taxibedrijf om me naar het centrum van Chateauroux te laten vervoeren. Daar was weliswaar op een maandagochtend nog minder te doen dan hier in de supermarkt, maar wellicht dat er straks enkele restaurants open gingen. En anders was het VVV er altijd nog.

(wordt vervolgd)

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.