Weer of geen weer

[dropcap]M[/dropcap]arion de Hond had over winterse buien. Vanuit het noordwesten trok zware bewolking over het land. Daar kon regen, sneeuw en hagel uit vallen. Het waaide hard, tot zeer hard, met zware windstoten, en van tijd tot tijd waren er scherpe opklaringen, met felle zon. Al met al een weerbeeld om eens echt van te genieten.

Althans: dat zei Marion.

Met haar winterse buien kwam ik ter hoogte van Drachten in aanraking. Ze logen er niet om. Het was maar goed dat ik in de auto zat. Dit gevoel van tevredenheid werd iets verderop, ter hoogte van afslag 27 naar Gorredijk en Tijnje, versterkt door de aanblik van een ambtenaar die met flapperende broekspijpen en doorweekte jas bezig was de camera waarmee snelheidscontroles worden uitgevoerd in veiligheid te brengen. Verdekt opgesteld in de struiken stond zijn donkergroene Mazda, het portier hing open.

Intussen deden ook de windstoten van Marion hun intrede, en ik had moeite de auto op de weg te houden, ja, het was een kwestie van twee handen aan het stuur. Daardoor was ik tot de ringweg van Sneek niet in staat van radiostation te veranderen en veroordeeld tot Thijs van den Brink die met de Arabist Hans Jansen en het ex-kamerlid Mohammed Rabbae over de cartooncrisis sprak.

In combinatie met de op dubbele snelheid heen en weer zwiepende ruitenwissers leverde dit gesprek een onaangenaam effect van beklemming op, bij mij, om niet te zeggen dat ik me gegijzeld voelde – gegijzeld door het nieuws, gegijzeld door het weer van Marion de Hond, gegijzeld door het fundamentalisme, gegijzeld door achterlijkheid, of zou je het zo niet kunnen zeggen?

Enfin.

Amper had ik Sneek achter me gelaten, of het hield op regenen, en ook Marion’s windstoten namen in bruutheid af. Haar scherpe opklaringen kondigden zich in de verte aan in de vorm van dunne repen hemels blauw die duidelijk mijn kant opdreven. Ik deed de radio uit – iets dat ik vaker zou moeten doen, sterker: ik vroeg mij even af hoeveel miljoenen mensen het nieuws gewoon het nieuws lieten en dag in dag uit naar gouden ouden van Phil Collins, Supertramp en Cool and The Gang luisterden. Ook zij leefden in een staat van gijzeling, maar misschien minder bezorgd om de toekomst van het Vrije Westen dan ik en andere nieuwshongerigen. Het was maar een gedachte, meer niet, en troost viel er niet uit te putten.

Bolsward.

Zurich.

Afsluitdijk.

Ineens reed ik in een stralende wereld. Marion had geen woord te veel gezegd; de zon scheen fel en deed bijna pijn aan de ogen. Het water van het Ijselmeer schitterde als een spiegel ’s ochtends in de badkamer.

Redeloos optimisme nam bezit van me, en ik deed de radio weer aan, eerlijk gezegd in de stellige overtuiging dat de cartooncrisis inmiddels voorbij was. Dit bleek niet het geval: een dame van de Raad van Kerken was druk doende ook een duit in het zakje te doen. Het werd mij opnieuw zwaar te moede, maar een gesprek met Henk Gemser over de kansen van onze schaatsploeg in Turijn hielp me er een klein beetje bovenop, al voorspelde Henk maar zeven medailles, of waren het er vijf?

Den Oever gleed voorbij, Noord-Holland volgde. Marions opklaringen hielden stand tot Amsterdam, maar ze hielpen niet – de wereld was een gekkenhuis, weer of geen weer.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.