Zo simpel is het

[dropcap]Z[/dropcap]ijn jongensdroom was altijd ‘in een bandje spelen’, en stiekem wil hij dat nog steeds. Met Spinvis bijvoorbeeld. En optreden met Bart Chabot en Ronald Giphart, da’s gewoon lol trappen. Schrijver/columnist Martin Bril (46) flirt met de eeuwige jeugd. En met serveersters.

Tekst: Robert Doggers / Foto’s: Klaas Koppe

Je trekt momenteel met Ronald Giphart en Bart Chabot langs de theaterzalen met ‘literair variété’. Hoe is dit triootje ontstaan?

“Ik ben al heel lang bevriend met Bart en bel hem regelmatig. Op een dag rij ik in de buurt van Den Haag en vertelt Bart dat Ronald Giphart met hem op tournee wil. Dat had Ronald al eerder met Joost Zwagerman gedaan, maar die kon nu niet. Toen ben ik naar het huis van Bart gereden. Dus ik kom bij Bart thuis – waar ik nog nooit geweest was en waar überhaupt nooit iemand komt omdat het daar zo’n enorme zwijnenkeet is – en ik zeg: ‘Ik wil ook meedoen’. Dus Bart zegt: ‘Daar ga ik niet over, moet je bij Ronald zijn”. Dus ik bel Ronald en die zegt: ‘Da’s leuk’. Zo simpel is het eigenlijk.’

Wat was toen het idee?

“Een beetje het ouderwetse idee van toeren, door het land reizen, voorlezen uit eigen werk. Ik, als schrijver, treed al veel op, maar meestal kom je dan in bibliotheken of ergens achteraf in een buurthuis. Daar zit dan braaf geïnteresseerd publiek. Maar het licht brandt en het enige wat je kunt drinken is een kop koffie en het is bepaald ongezellig. Vaak is er niet eens een microfoon en dan zit je achter een tafeltje, al dan niet op een verhoging, en je leest voor uit. Dat je daar meer mee zou kunnen doen, dat wist ik al heel lang, dat had ik ook al gezien bij Giphart en Zwagerman, en bij Deelder. Dus ik was daar heel erg in geïnteresseerd.”

Wat is het belangrijkste verschil met de bieb?

“Het uitbaten van je eigen werk. Tot de kern doordringen van wat je zelf hebt geschreven. Als je dag in dag uit in het theater staat, en je leest voor uit eigen werk in een theatrale setting, met de duisternis voor je en veel publiek, met een lichtplan en effecten en regie, dan heb je de neiging om tot het uiterste van je tekst te gaan. Want voorlezen en voorlezen is natuurlijk twee. Je kan gewoon lezen wat er staat, maar je kan ook iedere avond iets anders lezen. En als het er niet staat, dan improviseer je het er bij wijze van spreken in. Dat is echt heel erg leuk om te doen.”

Wat is daar zo leuk aan?

“Het is heel erg leuk om te ontdekken wat er allemaal met je eigen werk mogelijk is. Hoe ontzettend rijk geschakeerd het eigenlijk is. Je weet dat ook wel, als schrijver, maar je kijkt er nadat het gepubliceerd is niet meer naar om. Terwijl het dan pas begint te leven, eigenlijk. Een van mijn verhalen bijvoorbeeld gaat over een verpleegster Heidi en een man die in en ziekenhuis ligt. Als column was dat een klein melancholiek portretje van een verpleegster. Maar op de bühne wordt dat een hilarisch verhaal over een verpleegster met dikke tieten en een fijne kont, snap je? Maar de melancholiek blijft er ook in, die wordt zelfs zwaarder. Het wordt een wereld die gaat leven.”

Hoe kun je jullie rolverdeling typeren?

“Bart zegt altijd: ik ben iemand die een kleine zaal groot kan maken en Bril is iemand die een grote zaal klein kan maken, door zeg maar de mensen erbij te zuigen en Ronald is iemand die in het midden zit. Een ehh, een mediator, iemand die uit de losse pols kan vertellen.”

Heeft Ronald het dan niet moeilijk, als hij er zo een beetje tussenhangt?

“Nou, ja, nee. In het begin wel. Hij moest er meer in groeien dan Chabot, die echt een podiumdier is, en ook meer dan ik, omdat het voor mij makkelijk is, omdat ik nieuw ben.”

Terwijl het zijn idee was…

“Ja, het is zijn idee. Het punt is dat Giphart echt een enorm publiek heeft, middelbare scholieren, studenten. Aan de ene kant is dat bijzonder, het streelt de ijdelheid en is goed voor het humeur. Het is ook erg belangrijk dat hij dat heeft. Hij is er trots op, en terecht. Er zijn weinig schrijvers van onze generatie die daar in zijn geslaagd. Maar aan de andere kant: je wilt ook door, je wilt groeien, je wilt meer. Dan spelen we in Barendrecht, of in Tiel, en Ronald die gaat dan op zijn buik liggen om onder het doek te gluren naar wie er in de zaal zitten en staat dan verontwaardigd op om te zeggen: ‘Godverdomme, het zijn weer allemaal ouwe wijven die voor Bril komen’. Hij is er nog niet aan gewend dat ze misschien ook wel voor hem komen. We worden ouder, weet je wel, ik denk dat dat het is. Dat speelt ook een rol in de show – Ronald heeft daar een paar hele goeie nummers over, inmiddels. Hij is heel flexibel, en heel leerzaam, wat dat betreft.”

Terug naar Bril. Ben jij nou een columnist of een groot schrijver?

“Ik ben columnist. Ik ben daar bijzonder bescheiden in. Mijn enige bezigheid is in principe iedere dag voor de Volkskrant een stukkie schrijven. En als er andere verzoeken komen, doe ik dat ook. Ik doe het ook wel voor niks als ik het leuk vind, haha.” [Een triomfantelijke lach klinkt – RD.] “Misschien zie ik pas over tien jaar dat het toch, in zijn geheel, van grote betekenis is, dat het in z’n geheel, al die duizenden stukjes, een groot meesterwerk is. Dat zou kunnen, of niet. Hoe beter je wordt, en hoe ouder je wordt, hoe meer je moet leren werken met je eigen beperkingen, en die ken ik heel goed. En een van mijn grootste beperkingen is dat ik niet graag werk op de lange baan. Ik ben iemand van de korte baan.”

Vijfhonderd meter sprint.

“De vijfhonderd meter. Misschien nog net de 1500, maar 5000 en tien kilometer dat duurt me allemaal veel te lang. In het wielrennen hou ik ook het meest van mannen als Cipollini of Tom Boonen (check naam). Sprinters. Mannen die de hele wedstrijd niks doen en de laatste 500 meter glorieren.”

Collumpies schrijven dus. Het predikaat groot schrijver, dat zit er niet in?

“Nou, je moet wel ambitie hebben natuurlijk. Ik denk dat het niet niks is wat ik doe. Maar als mensen gewoon zeggen: het is iedere dag een stukje in de krant en ik lees het met plezier en that’s it, nou, dan ben ik ook tevreden.”

Soms denk ik: het is altijd hetzelfde wat die Bril doet.

“Ja natuurlijk, sterker nog, ik heb zelf ook wel eens het idee: het is elke dag hetzelfde. Als je dagelijks voor de krant schrijft heb je te maken met een aantal parameters. Bijvoorbeeld dat mensen elke dag iets anders willen lezen. En dat is logisch, dat is hun goed recht. Tegelijk willen mensen eigenlijk elke dag hetzelfde lezen. Ze willen elke dag dezelfde man op de mat. Het gaat om identificatie, en de band die de lezer met je voelt. Dat is een spel en omdat leuk te houden gebruik je effecten: verrassing, herkenning, stijlfiguren.”

Je schrijft veel over vrouwen. Neem je figuur Evelien. Waarom is dat?

“Omdat ik veel vrouwen om me heen heb. Ik woon in een familie van vrouwen. Tot en met het konijn aan toe zijn ze allemaal vrouw. Honden en katten en kinderen, maar het heeft er ook mee te maken dat ik altijd benieuwd ben naar wat vrouwen denken. Ik ben man en ik ben gewoon benieuwd, zo simpel is het, denk ik.”

Want waarom is zij bijvoorbeeld je favoriete serveerster, zoals je voor het interview zei?

“Ik vind het gewoon een hele leuke, lieve meid. Ze ziet er goed uit om te beginnen, maar dat maakt niet eens zoveel uit.”

Is dat zo?

“Het speelt wel een rol, maar niet echt. Het is gewoon een leuk serveerster, een leuke meid. In Amsterdam heb ik een paar favoriete serveersters. In Luxembourg werken een paar superserveersters, die echt gewoon heel goed zijn in hun vak. Bij Vis aan de Schelde werken een paar hele leuke vrouwen. En hier in Zouk werkt dus ook een hele leuke. Dat is voor mij een reden om ergens te komen. Ik weet niet wat dat is.”

Gewoon slimme vrouwen die fooi willen en klanten weten te binden.

“Ja, zo’n sukkel ben ik dan kennelijk, hahaha. Beetje aandacht en ik ben al blij.”

Als het je om aandacht te doen is, dan is het schrijversschap een beetje en ongelukkige keuze.

“Schrijven is een eenzame business. Daar helpt het theater je wel uit de brand. Je bent ineens niet eenzaam meer: daar zitten de mensen. Het leukste aan theater is dat het warm en gezellig is. En donker. Je ziet ze niet. Het publiek is heel dichtbij, maar je ziet ze niet. Dat maakt dat je elk moment het podium afgefloten kan worden. Maar het is natuurlijk ook gewoon lol. Kijk, ik kan geen gitaar spelen. Anders had ik wel een bandje gehad. Er is natuurlijk niks leukers dan iedere avond spelen en de mensen liggen aan je voeten. Dat is ideaal. Dan ben je overal vanaf, bij wijze van spreken. Daarmee vergeleken is schrijven helemaal niks. Daarom zei ik meteen ‘ja’ tegen het plan van Ronald en Bart. Nu zit ik eindelijk in een band en kan ik met een bus door het land. Dit wil ik al sinds ik zestien ben.”

Het heeft even geduurd.

“Op sommige dingen moet je heel lang wachten.”

Ga je in de toekomst vaker het podium op?

“Ja we willen nóg een programma gaan maken. En ik zou heel graag een keer met een band willen werken. Dat kan het voorlezen en het vertellen op een hele gekke manier verdiepen en veranderen. Ik zou heel graag met Spinvis willen werken. Dat vind ik wel een interessante muzikant, zolang hij niet zingt. Want als hij zingt klinkt het als Boudewijn de Groot. Boudewijn de Groot is niet zo’n goede zanger. Rob de Nijs is veel beter.”


Info

Giphart en Chabot met Bril, De Kleine Komedie, 16/1, 30/1 en 31/1.
Kaarten € 12,- t/m € 16,-, kassa: 020 624 05 34.

www.mojotheater.nl

Martin Bril
Naam: Martin Bril
Geboren: 21 oktober 1959, Utrecht.
Studie: Filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen (1978-1982) en de Filmacademie in Amsterdam (1982-1986).
Carrière: Debuteerde in 1987 met het boek Arbeidsvitaminen, het abc van Bril en Van Weelden (i.s.m. Dirk van Weelden). Later volgden onder meer Voordewind, Het Tekort, Etalagebenen, De afsluitdijk en verder, Gloriedagen, De dag van de eerste haring, Het leed dat liefde heet en Evelien 1, 2 en 3 (gebundelde columns uit Vrij Nederland).
Tussen 1997 en 2001 was hij o.a. columnist voor Het Parool. In 2001 stapte hij over naar de Volkskrant voor een dagelijkse column. Momenteel staat hij met Bart Chabot en Ronald Giphart met een ‘literair variété’ op de planken. In 2006 komen twee nieuwe boeken uit, Het verdwenen kruispunt en Een plek onder de zon. Vanaf maart 2006 is op Net5 de tv-verfilming te zien van zijn boekenreeks Evelien met Kim van Kooten in de hoofdrol.

Streamer:

‘Zo’n sukkel ben ik dan. Een beetje aandacht en ik ben al blij.’

‘Ik heb zelf ook wel eens het idee: het is elke dag hetzelfde.’


@ Robbert Doggers / Nul20 2006

download